Een van de meest volhardende mythes over zakendoen in China is dat het weinig zin heeft om in China naar de rechter te stappen bij een conflict. “De rechter beslist toch altijd in het voordeel van de Chinezen, dus waarom zou ik nog de moeite doen” is een veel gehoorde opmerking van ondernemers, met name diegenen die al langere tijd zakendoen in China.

Maar hoewel dit jaren geleden misschien nog een waarheid was, is de realiteit anno 2017 toch iets genuanceerder.  Zoals ik eerder al beschreef op dit blog, is één van de kernpunten van het huidige Chinese leiderschap de ontwikkeling van een Chinese rechtsstaat.

Om dit te bereiken zijn er de afgelopen jaren verschillende hervormingen doorgevoerd in het Chinese rechtssysteem om zo professionaliteit, onafhankelijkheid en transparantie te bevorderen.  Een kanttekening die hierbij gemaakt moet worden is dat versterking van de macht van de centrale overheid nog een veel belangrijker speerpunt is, en de hervorming van de rechtsspraak moet ook in deze context worden bezien. Xi Jinping zelf, maar ook anderen zoals bijvoorbeeld Zhou Qiang, de president van de Supreme People’s Court, hebben duidelijk gemaakt dat de vestiging een onafhankelijke juridische macht niet het doel kan zijn: de rechtsspraak blijft ondergeschikt aan het partijbelang.

Het mes van Xi Jinping snijdt dus aan twee kanten: De hervormingen van de rechtsspraak hebben aan één kant inderdaad het doel om een betere en transparanter rechtsstaat te creëren omdat dit noodzakelijk om de economie en maatschappij beter te laten functioneren, maar aan de andere kant is het doel ook om de macht van de centrale overheid te kunnen vergroten, het lokale partijkader in de pas te laten lopen, en maatschappelijke controle uit te oefenen. In de praktijk betekent dit dat niet gesteld kan worden dat de Chinese rechterlijke macht onafhankelijk opereert. De regering zal een sterke invloed blijven uitoefenen op politiek gevoelige zaken, zoals we in de praktijk ook zien met een toegenomen repressie richting bijvoorbeeld mensenrechtenactivisten en NGO’s en lokale partijleden die afwijken van de centrale lijn.

Echter, als het gaat om zaken die niet politiek gevoelig liggen zijn de hervormingen duidelijk zichtbaar geworden de afgelopen jaren. Meer en meer Chinese burgers en bedrijven maken niet alleen de stap naar de rechtbank, maar ze winnen ook zaken. Zelfs als de tegenpartij een overheidsinstantie is. Het aantal zaken van burgers tegen de overheid om kwesties als verkeersboetes en besluiten over vergunningen aan te vechten is de afgelopen jaren verdubbeld.

Alle overheidsinstellingen hebben nu dan ook opdracht gekregen om te zorgen dat ze voldoende juristen in dienst hebben, niet alleen om te kunnen reageren op het toegenomen aantal rechtszaken, maar ook om te zorgen dat de overheid zichzelf meer aan de wet aan gaat houden.  Ook als het gaat om commerciële geschillen is de rechtspraak transparanter en eerlijker geworden, en ook op dat gebied is het aantal rechtszaken explosief gegroeid. In een artikel in de Economist de afgelopen maand stond beschreven dat alleen al op het gebied van intellectueel eigendom het afgelopen jaar 152.000 zaken voor de rechter zijn gekomen, een vertienvoudiging ten opzichte van tien jaar geleden. Illustratief is dat in zaken aangespannen door buitenlandse bedrijven het buitenlandse bedrijf in 74% van de gevallen wint.

Als Nederlandse ondernemer een rechtszaak winnen in China is, anno 2017, dus zeker wel mogelijk. Wel van belang blijft een goede voorbereiding. Dit begint ten eerste met weten met wie je zaken doet, want voorkomen is beter dan genezen, en ten tweede  betekent het ook zorgdragen voor een goed contract in het Chinees waarmee je in China ook daadwerkelijk de stap naar de rechter kan maken.