In een vorig blog heb ik geschreven over de strijd tussen Shanghai en Hong Kong om de culturele hub van China te worden. Dat dit een puur kunstmarktverhaal was mag duidelijk zijn, en dat Beijing voorlopig nog altijd de meeste kunstenaars en galeries trekt mag ook duidelijk zijn. Ik heb lang getwijfeld wat ik in deze cyberspace wilde delen:

Ik dacht dat ik een stuk kon schrijven over nepkunst in China. Over hele dorpen die meesterwerken kopiëren die zelden te onderscheiden zijn van de echte meesters. Of van de eenzame Chinese schilder in New York die voor een prikje, in opdracht van een van de oudste galeries in Amerika, nieuwe werken van beroemde schilders als Pollock schilderde die daarna door de galerie voor tonnen werden verkocht?

Of dat Liu Yiqian bij Sotheby’s voor USD8,2 miljoen een scrol uit de Song[i] heeft gekocht om te hangen in zijn eigen museum, en dat het concurrerende Shanghai Museum opeens een week later een rapport publiceert van drie wetenschappers die beweren dat de scrol nep is (en slechts 200 jaar oud). Niet alleen voor Liu een penibele situatie, maar ook voor Sotheby’s dat zich juist op dit moment probeert te vestigen in Shanghai en dat voornamelijk doet op basis van hun reputatie en hun claim de beste experts in huis te hebben, en dus de minste vervalsingen?  Extra saillant detail is het tot dan toe beroemdste twijfel geval[ii] juist uit de collectie van diezelfde Liu Yiqian kwam.

Of moest ik het hebben over de mysterieuze herontdekking, na 20 jaar, van een aantal schilderijen in de opslag van curator en historicus Johnson Chang, een van de beroemdste en belangrijkste galeristen van hedendaagse Chinese kunst? De werken waren spoorloos geraakt tijdens het transport terug vanaf de biënnale van Venetië in ’93, (de ‘coming out party’ van hedendaagse Chinese kunst in het westen), en werden nu aan bepaalde kunstenaars voorgeschoteld als chantagemiddel om ze bij Changs galerie in Hong Kong opnieuw te laten exposeren.

Chinese kunstmarkt is geen bubbel

Maar bovenstaande is allemaal zo negatief, en eigenlijk wil ik juist een positief verhaal schrijven. Mensen die denken dat de Chinese kunst een bubbel is die elk moment kan barsten, wil ik tegenspreken. Chinese kunst zit in de lift beste vrienden. De kunstwereld ontwikkelt zich in een Chinees tempo en professionaliseert zich ook in datzelfde  tempo. Er zijn steeds meer kunstenaars die zich staande houden in de internationale kunstwereld, ook zonder het ‘China’ label nodig te hebben.

De Metropolitan Museum in New York, toont momenteel een overzicht van 35 kunstenaars die het medium inkt (shuimo) in een nieuwe context en jasje plaatsen. The Armory show, een van de belangrijkste internationale kunstbeurzen, heeft China gekozen als focus land dit jaar, en Xu Zhen als focus kunstenaar. Iedereen heeft het over de nieuwe generatie aan kunstenaars die niet langer terugvallen op kitsch, Mao en ‘sinical Pop’ afbeeldingen, maar juist nieuwe grenzen, ideeën en thema’s aansnijden.

china kunst

In Taipei kun je momenteel een belangrijke overzichtstentoonstelling zien van Xu Bing, en in Miami staat Ai Weiwei in de kijker (of had ik het dan toch moeten hebben over die kunstenaar die het nodig vond om een Ming vaas uit een werk van Ai Weiwei op zijn Weiwei’s tegen de vlakte te gooien?)

Chinese kunst in Nederland

In Amsterdam heb ik onlangs genoten van de eerste solotentoonstelling van Maleonn. Nu nog een onbekend, maar duidelijk talentvol kunstenaar. En de komende maanden gaan we een aantal nieuwe grote projecten zien in Nederland die, na de saaie ellende van Fuck Off2 in het Groninger Museum vorig jaar, een inhoudelijker en overzichtelijker beeld zullen creëren van wat er in China allemaal gaande is.

Museum Boijmans van Beuningen gaat de Chinese collectie van het echtpaar De Heus-Zomer presenteren, inclusief hun nieuwste aanwinsten van een bezoek aan China vorig jaar. En kunstcentrum Witte de With zal in september uitpakken met een overzicht van Hans van Dijk, de Nederlandse curator, historicus en leraar die in de jaren tachtig en negentig aan de wieg stond van een plots ontploffende kunstwereld. Ook zij beloven nieuwe werken te tonen van een paar van de belangrijkste namen in de recente geschiedenis, inclusief, persoonlijke favoriet, de abstracte schilder Ding Yi.

Zo zie je maar, ondanks de niet altijd positieve verhalen van de afgelopen maanden, wordt 2014 een goed jaar voor Chinese kunst in Nederland, en daar word ik blij van!

 


[i] De hangende scrol met negen karakters zou een afscheidsbrief van Song dichter Su Shi zijn aan de eveneens historische figuur Guo Xiangzheng.

[ii] Qi Baishi’s “eagle standing on a pine tree.” Verkocht door China Guardian65,4 miljoen, maar nooit opgehaald omdat er opeens twijfels verrezen over de oorsprong van het werk