De afgelopen week was best voorspelbaar: met een staatsbezoek in het vizier barstte de discussie over mensenrechten in China weer los. Het gaat over de vraag of het koningspaar in de gesprekken met hun Chinese counterparts bijvoorbeeld de verslechterende situatie voor mensenrechtenverdedigers en advocaten ter sprake moeten en zullen brengen.

Omdat bij deze bezoeken vrijwel altijd een handelsmissie hoort, wordt de vraag soms ook gesteld aan ondernemers. Praat je over mensenrechten in China als je daar zakendoet? Meestal luidt het antwoord: dat laten we wel aan de politiek.

Zo op het eerste oog lijkt dat ook logisch. Bijvoorbeeld als het gaat om hoe de centrale overheid in China omgaat met mensenrechtenverdedigers. Hoe kan een bedrijf uit Nederland daar iets in betekenen? Laat ondernemers vooral ondernemen.

Meer dan vrijheid van meningsuiting

Hier wordt vergeten dat mensenrechten veel breder zijn dan de rechten waar het in die context vaak over gaat, zoals vrijheid van meningsuiting. In de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens worden al deze rechten opgesomd. Hieronder vallen ook andere rechten zoals vrijheid van slavernij, het recht op een eerlijk loon en het recht op vereniging in een vakbond. Dit zijn de mensenrechten waar bedrijven oog voor moeten hebben. Bedrijven hebben tenslotte invloed op wat mensen verdienen, onder welke omstandigheden zij werken of op de omgeving (schoon of vervuild) waarin mensen wonen.

Dat geeft bedrijven een verantwoordelijkheid om deze mensenrechten te beschermen en er voor te zorgen dat hun bedrijfsvoering hier geen negatieve gevolgen op heeft (zoals op de rechten van werknemers, maar ook op omwonenden van een fabriek). De Guiding Principles on Business and Human Rights van de Verenigde Naties zijn het raamwerk waarin deze verantwoordelijkheid is vastgelegd en die ook verwerkt zit in bijvoorbeeld de OESO-richtlijnen. Die richtlijnen zijn de basis van het MVO-beleid dat de Nederlandse overheid hanteert: Nederlandse bedrijven worden geacht deze in hun buitenlandse activiteiten te volgen.

In sommige landen leidt dit intussen tot wetgeving: in Groot Brittanië is dit jaar anti-slavernij wetgeving van kracht geworden en sinds deze maand zijn grote bedrijven binnen die wet verplicht te rapporteren over wat zij doen zodat slavernij niet in hun (internationale) keten voor komt.

Kansen voor succesvol ondernemen

Het is duidelijk dat China de afgelopen decennia uitzonderlijk resultaat heeft geboekt op het gebied van armoedebestrijding. Een mooie prestatie, maar dat betekent niet dat alle problemen verdwenen zijn. Regelmatig zijn multinationals in het nieuws over onveilige arbeidsomstandigheden of gebruik van giftige stoffen op hun productielocaties in China. Internationale ketens zijn vaak lang, complex en ondoorzichtig: het is moeilijk te weten wat er gebeurt in de verschillende schakels van die keten. Met die onwetendheid stelt een bedrijf zich bloot aan veel risico.

Maar er is goed nieuws. Naast het belangrijke ethische argument dat een modern bedrijf verantwoordelijkheid behoort te nemen voor de maatschappelijke impact van zijn bedrijfsvoering (naast uitsluitend de financiële impact), laten steeds meer bedrijven zien dat het ook gewoon goed is voor een bedrijf om dat te doen.

Goed weten wat er in je keten gebeurt, zorgt ervoor dat een bedrijf sneller kan reageren op issues die anders pas gezien worden als ze een echt probleem veroorzaken. Dat betekent dat een bedrijf de risico’s in die keten beter kan managen en kan voorkomen dat er onnodige disrupties ontstaan in productie of toelevering.

Een transparant beleid hierover zorgt er ook voor dat een bedrijf meer kans maakt op financiering, van banken maar ook van de Nederlandse overheid. Die transparantie zorgt vervolgens voor meer vertrouwen van klanten: wanneer je vooral levert aan andere bedrijven betekent het dat je ook voor hen de risico’s in de keten vermindert. Maar ook consumenten beginnen langzaam maar zeker vragen te stellen over hoe en waar producten eigenlijk gemaakt worden. Die vragen goed beantwoorden kan betekenen dat je er een nieuwe loyale klantengroep bij hebt.

Wat doet uw onderneming aan mensenrechten in China?

Zo bezien is het eigenlijk gek dat niet vaker aan bedrijven die naar China gaan (of naar willekeurig welk ander buitenland), gevraagd wordt hoe zij eigenlijk omgaan met mensenrechten in China. Binnen de waardeketen is het iets waar een bedrijf invloed op heeft en dus juist niet iets dat uitsluitend voor de politiek is weggelegd. Die invloed ook gebruiken, maakt een bedrijf sterker en beter voorbereid op de toekomst. Het gaat er dus niet om om mensenrechten boven handelsbelangen te stellen, maar hoe je deze onderwerpen samen kunt laten gaan ook als ondernemer.

Klinkt dat complex? Het lijkt moeilijker dan het eigenlijk is om die eerste stap te zetten: denk eens na over hoe je bedrijfsvoering er uit ziet, hoe je internationale keten er uit ziet en gebruik dat als je startpunt. Het gaat om het goed kennen van je keten en weten waar de risico’s zitten. Begin dan met de rest.

Vraag je je als ondernemer af of je wel zaken in China zou moeten doen vanwege het slechte mensenrechtenbeleid van de centrale overheid? Bedenk dan ook dat, ook al heb je geen invloed op dat overheidsbeleid, je wél invloed hebt op je eigen activiteiten en op je keten waarmee je een positieve bijdrage kunt leveren.