New York kennen we als de stad die nooit slaapt. Beijing staat bekend als de stad van de slapeloosheid. Mensen zijn moe maar gaan laat naar bed. Waarom neemt juist deze stad meer energie dan ze geeft? En hoe komt het dat we Bejing toch niet kunnen weerstaan.

Het is donker in Beijing. Het is dinsdagavond en er is zojuist code rood voor smog gegeven. De elektriciteit in het appartement is ermee gestopt, en de stad lijkt opeens griezelig stil vanuit het huiskamerraam op de 22e verdieping. Geen luide televisie, geen brommend luchtreinigingsapparaat, geen achtergrondmuziek. Ik zie slechts enkele lichtjes twinkelen door de dikke smoglucht – net helder genoeg om te zien bij welk gebouw ze horen. “Shit, ik ben vergeten mijn rekening voor de elektriciteit te betalen,” zegt mijn vriend Li. Hij tast in het donker, zoekend naar zijn mobieltje. “Nog 5% batterij,” zegt hij zodra hij hem vindt: “Als we geluk hebben, kan ik het openstaande bedrag nog overmaken voor mijn telefoon uitvalt.” Ik tuur de duisternis in. Het is al twee uur ’s nachts, maar het maakt niet uit, ik kan de slaap toch niet vatten.

Ze noemen New York ook wel de stad die nooit slaapt. Maar dat geldt ook voor Beijing – al is het misschien op een andere manier. Beijing staat nummer één op gebied van slapeloosheid in China. Als ik in Beijing ben, lig ik ’s nachts altijd te woelen en te zweten onder vochtige lakens. Zelfs als het buiten nog winters koud is, is het tropisch warm in mijn kamertje; de verwarming draait op volle toeren, want die wordt centraal, inefficiënt, door de overheid aangestuurd. De nachten vullen zich met enge dromen en WeChat berichten, tot ik in het eerste licht van de vroege ochtend gewekt wordt door de geluiden van de militaire training onder het flatgebouw. Al om zes uur beginnen de soldaten te marcheren. Als de bovenbuurvrouw begint met stofzuigen, geef ik de hoop op een laatste beetje slaap op.

Veranderingen

Overdag loop ik als een slaapwandelaar door de betonnen jungle van modern Beijing. De markt die hier vorig jaar nog was, is opeens verdwenen. Naast een Gucci winkel zie ik plots de bedelaar die ik nog herken van mijn eerste jaar in China. Sommige dingen veranderen razendsnel; andere dingen blijven altijd hetzelfde. Was mijn oude universiteitscampus ooit een oase van rust, het is er nu zo druk als op Times Square. Maar mijn oude fietsenmakertje zit gewoon nog op de hoek, boutjes en moertjes op de grond, alsof de tijd heeft stil gestaan.

Verloren herinneringen komen terug op onverwachte momenten, alsof je die schoenendoos met foto’s weer terugvindt onder je bed. Ik dwaal door de straten en herinner me opeens dat ik hier een dag lang zat te blokken op mijn examen Chinees in dat studentencafé. Lopend langs een klein restaurantje weet ik weer dat er hier ooit een einde kwam aan mijn zomerliefde. En hier, in het midden van een kleine hutong, zat ik ooit uren te praten met mijn Chinese vriendin over hoe wij de wereld zouden gaan veroveren. Al die herinneringen brengen een glimlach op mijn gezicht, maar ze geven me ook een onbehaaglijk gevoel – denk je eens in, al die herinneringen die ergens in ons brein verborgen liggen. Zonder terug te keren naar de plekken waar ze ooit ontstonden, zouden we ze misschien nooit meer kunnen vinden.

China is inmiddels zo’n groot deel van mijn leven geworden dat ik me bijna niet meer kan voorstellen hoe ik hier als kind voor het eerst op vakantie was met mijn ouders, en dat het land me zo vreemd was. Van toerist werd ik een frequent bezoeker en daarna een tijdelijke inwoner van de hoofdstad. Inmiddels houd ik mij als sinoloog dagelijks bezig met wat er speelt in China en ben ik Beijing als mijn tweede thuis gaan beschouwen. Ik kom hier graag met grote regelmaat terug, om oude herinneringen op te halen en om nieuwe te creëren.

Chinese Middenklasse

Verandering staat centraal in het Beijing van vandaag. Het is een van de redenen waarom de stad mij zo fascineert. Hele woonwijken verdwijnen terwijl wolkenkrabbers als paddenstoelen uit de grond schieten. Maar de verandering gaat verder dan de publieke ruimte alleen – ook de mensen veranderen hier snel. Terwijl ik mijn best doe mijn leven te leiden zonder drastische of plotselinge omwentelingen, lijkt het alsof mijn Chinese vrienden daar juist continu naar op zoek zijn. Ze zijn niet bang hun baan op te geven en aan eigen projecten te beginnen. Zo verraste Li mij toen hij na zijn werk thuiskwam met de boodschap: “Ontslag genomen. Ik wil wat anders.” De volgende dag had hij een tijdelijk baantje en binnen een maand had hij nieuw werk bij een internationaal bedrijf. Een andere vriend verruilde zijn vaste baan in Beijing’s CBD voor een onzeker bestaan buiten de stad als B&B-ondernemer. Mijn vriendinnetje Lily was twee jaar geleden nog platzak – inmiddels heeft ze dankzij haar Taobao bedrijfje haar eigen auto en haar eigen huis.

Toch hebben mijn vrienden ook slapeloze nachten, net als bijna de helft van de Chinese middenklasse. Met veranderingen gaan ze goed om, maar de druk die ze voelen vanuit ouders en familie om in de pas te lopen weegt zwaar op hun schouders. Lily heeft carrière gemaakt, maar wordt als 28-jarige single al als ‘shengnü’, een ‘overgebleven vrouw’, gezien. Ze kan urenlang praten over de ruzies met haar vader en de harde woorden van haar moeder. Met Chinees Nieuwjaar gaf ze hun een nieuwe iPad, maar liever hadden ze haar met een nieuw vriendje thuis zien komen. Ook voor de homo’s onder mijn vrienden is de druk van hun ouders om te trouwen een pijnlijk onderwerp. Li vertelt zijn moeder al jarenlang dat hij een Amerikaans vriendinnetje heeft met wie hij ooit zal trouwen. Inmiddels heeft hij al twee jaar een vaste vriend. Hoe lang kan hij dit volhouden? In de periodes dat hij ermee worstelt eet hij slecht en slaapt hij nauwelijks. Dan schuift hij het weer voor zich uit en gaat het leven gewoon door.

Beijingers leven in een ‘luchtbel’ – een buzz, een continue stroom van mensen die komen en gaan, naar werk naar huis, vastzitten in verkeer, eten, drinken, WeChatten, proberen te slapen en dan begint alles weer van voren af aan. Elke dag biedt nieuwe kansen. De stad beweegt snel, en wie niet mee beweegt hoort er niet bij. Mensen zijn moe, maar gaan laat naar bed. Sommigen zeggen dat het de lucht is, anderen geven het eten de schuld. Er zijn ook mensen die zeggen dat het door het drukke verkeer komt. Ik denk dat het komt omdat Beijing meer energie neemt dan het teruggeeft. De stad maakt je moe en rusteloos tegelijk. Je moet eigenlijk slapen, maar er is altijd wat te doen. Weer een feestje, een opening, er wordt gevochten op straat, het autoalarm gaat af, de hond van de buren blijft maar blaffen. Beijing is een wereld op zich, en alles wat zich buiten de stad afspeelt lijkt heel ver weg.

Digitale ontwikkelingen

Ben ik een paar maanden niet in China geweest, dan is er weer van alles veranderd. Afgelopen jaar waren het vooral de digitale ontwikkelingen die razendsnel gingen. Veel van mijn Chinese vrienden nemen hun portemonnee niet eens meer mee als ze de stad ingaan; hun smartphone en de WeChat app is alles wat ze nodig hebben. Behalve appen, wordt de taxi er ook mee besteld. Gekoppeld aan de bankrekening, worden de drankjes er mee afgerekend, en zelfs in de supermarkt kun je nu je telefoon ‘swipen’ om je boodschappen te betalen. De app heeft nog veel meer handige functies. Zo werkt hij ook als een digitaal visitekaartje; ontmoet je een leuk contact, dan hoef je alleen elkaars QR code te scannen en je bent gelinkt. Afspraken maak je via de groepchat, en dankzij de walkietalkie functie heb je geen belminuten meer nodig. Ben je in de ochtend te lui om ontbijt te maken, dan bestel je dumplings en koffie in een minuut – tien minuten later staat de bezorger al voor de deur. Met WeChat staat je telefoon nooit stil, maar piept dag en nacht door.

In het centrum zijn de straten schoner geworden. Maar de grootschalige schoonmaakacties van de lokale overheid heeft veel straatverkopers de das omgedaan. De verkopers van Beijing’s populaire ‘pannenkoekjes’ (jianbing) die kortgeleden nog op elke straathoek stonden, zijn nu verdwenen. In plaats daarvan zijn er talloze nieuwe koffie- en lunchrooms, KFC’s en Starbucks, waardoor Beijing steeds meer gelijkenis begint te vertonen met andere kosmopolitische steden, ook qua prijs. Het antirookbeleid dat in de zomer van 2015 werd ingevoerd, wordt inmiddels ook echt gehandhaafd. Wie een sigaret opsteekt in een restaurant, wordt onmiddellijk verzocht buiten verder te roken. Aan de muur hangt immers een klik-nummer van de overheid: zie je iemand roken, dan kan je de uitbater met een simpel belletje een fikse boete bezorgen.

Beijing Buzz

Iets wat onveranderd blijft is de censuur in China, waardoor zelfs je Gmail checken een uitdaging kan zijn. Nu steeds meer websites geblokkeerd zijn, en er sterker opgetreden wordt tegen VPN’s, is een blogje tikken en publiceren een moeizame zaak geworden. Hoewel het me frustreert, geeft het me toch ook meer focus op mijn leven in China; even geen Google, maar Baidu. Geen YouTube, maar Tudou. Geen Facebook, maar Weibo. En iets anders wat nog steeds hetzelfde is; hoe modern het etablissement ook mag zijn, in de meeste toiletten van de stad geldt nog altijd dat je toiletpapier niet mag doorspoelen om de riolering niet te blokkeren. Een restaurantje op de hoek windt er geen doekjes om, en heeft in luid en duidelijk Engels een bordje “no shit here” op de deur geplakt.

In gedachten verzonken schrik ik op van de TV die plots weer aanschiet. De lampen springen aan, en het luchtreinigsapparaat begint weer te brommen. “Gelukt!”, zegt Li, die me trots laat zien dat de elektriciteitsrekening zojuist voldaan is via WeChat. We kunnen wel gaan slapen, zegt Li, maar de première van een nieuwe drama serie is zojuist online op de Chinese ‘Netflix’, en hij wil nog praten over het aanstaande bezoek van zijn ouders. Hij bestelt nog wat gepeperde pinda’s en een sixpack Tsingdao via internet. Vooruit dan maar, zeg ik. Slapen lukt voorlopig toch niet. De insomnia is deel geworden van de Beijing buzz waarin we leven. En stiekem hou ik er van.