Ik ben niet zo goed in tentoonstellingen. Ze bestaan meestal niet uit de topstukken van een museum, maar geven extra lading aan een (kunst)object door context en narratief centraal te stellen. Zonder die context ben je nergens, en dus sta ik uiteindelijk vaak uren naar enorme posters met tekst te turen om vervolgens geen geduld meer te hebben voor de objecten waar de tentoonstelling daadwerkelijk om gaat, met mijn gedachten  afdwalend naar taart en koffie in het museumcafé.

Wat fijn was het daarom om het boek ‘Barbaren en Wijsgeren: Het beeld van China in de Gouden Eeuw’ te lezen; het boek behorende bij de gelijknamige tentoonstelling in het Frans Hals Museum in Haarlem. Het boek bestaat uit tien korte hoofdstukken van verschillende auteurs, waarin telkens een ander aspect van de relatie tussen China en Nederland in de zeventiende eeuw aan bod komt. Met zo’n vier a vijf pagina’s elk geven ze een substantieel diepere inkijk in de materie dan de gemiddelde ‘enorme poster’ in een museum, en de grote hoeveelheid afbeeldingen maken vervolgens de historische sensatie compleet.

Glorierijk Nederland en het machtige Chinese keizerrijk

Tijdens de zeventiende eeuw bereikten Chinese producten voor het eerst grote delen van de Nederlandse bevolking. Het boek laat overtuigend zien dat “Het glorierijke Nederland van de Gouden Eeuw niet in ‘splendid isolation’ bestond en dat zijn artistieke en materiële rijkdom vele vaders en moeders kent“. Het machtige Chinese keizerrijk sprak enorm tot de verbeelding en China werd een ware ‘rage’ in de lage landen waardoor porselein niet aan te slepen was.

Maar ook ideeën wisten hun weg te vinden van Oost naar West en vice versa. Zo was er in Nederland veel interesse in de Confucianistische geschriften. Andersom was de keizer Kangxi erg onder de indruk van de astrologische kennis van de Jezuïeten. In de ‘Opregte Haerlemsche Courant’ verschenen met regelmaat verslagen over een Nederlandse pater in China en berichten over landgenoten die de verboden stad bereikten waren uitermate populair.

Door deze voortdurende materiële en immateriële wisselwerking, waren de mensen in de zeventiende eeuw steeds beter in staat een beeld te vormen van hoe het er aan de andere kant van de wereld aan toe ging. Maar dat deze beeldvorming niet altijd op waarheid berustte is één van de hoofdthema’s van het boek.

Zo laat bijvoorbeeld het tweede hoofdstuk over Johan Nieuhof, wereldreiziger aan boord van de eerste Nederlandse handelsmissie naar China van 1655 tot 1657, goed zien. Hij kwam terug met een boek vol nauwkeurige beschrijvingen “der Sineesche steden, dorpen, regeering, wetenschappen, hantwerken, zeden, godsdiensten, gebouwn, drachten, schepen, bergen, gewassen [en] dieren”.

Deze oorspronkelijke schetsen zijn later een heel eigen leven gaan leiden. Graveurs die China wilden verbeelden gebruikten ze vaak als inspiratiebron, maar verschillende elementen werden verwisseld en toegevoegd (een pagodetje hier, een palmboompje daar) om zo beter aan te sluiten bij het beeld dat men blijkbaar had van China. Ook op ‘typisch Nederlandse’ Delfts Blauwe tegeltjes (wat in werkelijkheid een lokale, en goedkopere, versie was van Chinees porselein) belandden aanpassingen van Nieuhof’s schetsen.

China als spiegel

Dat de drang naar het exotische soms sterker kan zijn dan de logica laat het hoofdstuk over ‘wonderlijke vreemdigheden der natuur’ zien. Zelfs Nieuhof bleek niet immuun voor oriëntalisme, en nam van horen zeggen aan dat zich in China vogelvissen begaven: “Want den ganschen zomer is het een vogel die geel van kleur is en op t gebergte vliegt; maar omtrent den herfst begeeft het in zee en wort weer een vis“. En dus gaat het boek niet over Nederland en China, maar over wederzijdse beeldvorming en wat dat over onszelf zegt. Niet China als belofte van een onuitputtelijke afzetmarkt, maar als een immens grote spiegel waarmee we naar onszelf kijken.

Na een flinke middag in een luie stoel was ik een heel stuk wijzer geworden over de eerste contacten tussen Nederland en China. Tijdens het zonnige Hemelvaartweekend ben ik op de trein naar Haarlem gestapt om al die mooie en intrigerende objecten in het echt te kunnen zien. Heerlijk rondslenterend was het een feest der herkenning: “Oh ja, de Chinezen in Batavia. Oh ja, die mooie landkaart”. Ik koop voortaan altijd eerst het boek.

Barbaren & Wijsgeren, het beeld van China in de Gouden Eeuw, Uitgeverij Vantilt, maart 2017, Thijs Weststeijn & Menno Jonker (red), paperback € 19,95, ISBN 9789460043192.