China heeft een rijke historie in voedselschandalen. Het melkpoederschandaal in 2008 is nog niet vergeten. Chinese consumenten die het zich kunnen veroorloven halen de melkproducten voor hun babies tegenwoordig dan ook bij voorkeur uit het buitenland, het liefst Europa. Als tweede keus zijn er de in China geproduceerde buitenlandse merken (waaronder Nestlé, Friesland Campina etc.), die in China goed boeren. Wie zich ook dat niet kan veroorloven is aangewezen op Chinese zuivelproducten, waar consumenten geen vertrouwen meer in hebben.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in China momenteel een sterke groei is in biologische en organische producten, maar alleen de ‘happy few’ kunnen zich dit veroorloven. Dat geeft maatschappelijke onrust: de elite koopt akkers op om biologische groenten te laten verbouwen voor eigen gebruik, installeert dure luchtfilters in hun huizen en kan de stad ontvluchten als de veruiling te erg wordt. De Amerikaanse ambassade in Beijing heeft onlangs weer alle data vrijgegeven van de luchtkwaliteitsmetingen sinds 2008, best is het niet… Voor het overgrote deel van de Chinese consumenten zijn biologische producten en luchtfilters echter niet binnen (financieel) bereik.

Duurzaam en biologisch zijn niet hetzelfde

We willen allemaal gezond en veilig voedsel eten in China, maar betekent dat automatisch dat we biologisch moeten eten? En als dat niet voor iedereen is weggelegd, hoe goed of duurzaam is biologisch dan? Ik moest hier sterk aan denken toen ik twee weken geleden een artikel in de Volkskrant las over een nadelig effect van biologisch boeren: het kost meer landoppervlakte dan reguliere landbouw. En juist aan goede landbouwgrond ontbreekt het China. Als de happy few biologisch gaat tuinieren, blijft er nog minder grond over voor de 99,99% van de bevolking die het zich niet kunnen veroorloven om dergelijke prijzen voor hun voedsel te betalen.

Duurzame landbouw nog in de kinderschoenen

En er is zoveel meer om over na te denken als het gaat om landbouwbeleid en duurzame landbouw in China. Bijvoorbeeld oppervlaktegebruik en verstedelijking (hoewel dat ook relatief  gunstig kan zijn voor het gebruik van grond!), maar ook transport en logistiek is een interresant onderwerp. Twintig tot dertig procent van de prijs van producten die verkocht worden op de traditionele Chinese markten, wordt bepaald door het verlies van product(kwaliteit) tijdens het transport naar de markt. Oude vrachtwagens zonder koelsystemen die soms dagenlang onderweg zijn in de zomerhitte, daar wordt de bloemkool niet beter van. Wat een verlies, wat zonde!

MVO strategie als aanjager voor groei

Momenteel ben ik bezig met een advies- en trainingsopdracht voor een buitenlands agro-bedrijf dat wil uitbreiden in China. Dit bedrijf heeft jarenlange ervaring met stakeholder engagement, met de cooperatieve gedachte en duuzame bedrijfsvoering, en is bezig om dit alles in het kader te zetten van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Het bedrijf is op zoek naar de beste uitbreidingsstrategie in China en de blinde vlekken die er nog zijn op dit gebied. Ook hier kijken we naar het duurzame einddoel van het bedrijf: mensen veilig en goed eten geven, op een duurzame manier, voor zoveel mogelijk consumenten bereikbaar. Het woord biologisch komt niet voor in dit einddoel, wat niet wil zeggen dat het geen onderdeel is of kan worden van de manier waarop het bedrijf dit doel wil behalen. Alleen biologisch is namelijk geen duurzaam eindresultaat: dat moet nog blijken als we gaan analyseren wat precies het beste zal zijn voor de Chinese landbouwmarkt. Dat maakt het onderzoek een stuk pragmatischer, maar dat past goed in de Chinese bedrijfscultuur. Daarin wil men namelijk vooral graag zien dat iets werkt in de praktijk.