De Kūnyú Quántú (klik op de afbeelding voor een grote versie)

 

Een enorme fascinerende Chinese wereldkaart te zien in Het Scheepvaartmuseum

Wat hebben een eenhoorn, een harige tijger, twee hyena’s, een neushoorn, een krokodil, een giraffe zonder vlekken, twee zeemeermensen en een paradijsvogel zonder vleugels met elkaar gemeen?

Meer dan je misschien denkt. Om te beginnen staan ze gezamenlijk afgebeeld op één van de grootste, meest fascinerende wereldkaarten die ik ken.

Naam: Kūnyú Quántú (volledige kaart van de wereld)
Leeftijd: 343 jaar oud
Grootte: ca. 1,80 bij 4,40 meter
Materiaal: acht stroken bamboepapier
Gemaakt door: Ferdinand Verbiest (1623-1688), een Vlaamse jezuïet in China
Gemaakt voor: Kangxi, keizer van China (1661-1722)
Waar te zien: Het Scheepvaartmuseum, Amsterdam, tentoonstelling ‘Blaeu’s wereld in kaart’

De Chinese wereldkaart hangt in de tentoonstelling ‘Blaeu’s wereld in kaart | meester-cartograaf in de Gouden Eeuw’ in Het Scheepvaartmuseum, eigenlijk vooral ter flankering van een, eveneens fascinerende, wereldberoemde wereldkaart van Joan Blaeu uit 1648. Blaeu’s cartografie staat centraal in de tentoonstelling. Maar het is niet raar om alleen voor de Kūnyú Quántú naar het museum komen. Deze kaart verdient speciale aandacht.

Unieke combinatie van Chinese en westerse kennis

De missionaris en astronoom Verbiest combineerde alle kennis over de wereld die hij tot zijn beschikking had: geografisch werk van eerdere jezuïeten in China, Europese wereldkaarten zoals de bovengenoemde Blaeu-kaart uit 1648 én Chinese bronnen en lokale expertise. Deze combinatie maakt zijn werk anders dan dat van al zijn voorgangers, Europees of Chinees.

De Kūnyú Quántú toont waar westerse en oosterse kennis over astronomie en geografie elkaar in de zeventiende eeuw aanvulden en waar ze botsten. De vorm van de hele wereld in twee bollen is typisch Europees. Maar de huidige toeschouwer moet even wennen, want Europa staat links en Amerika staat rechts. Vanuit Chinees oogpunt logisch, het rijk van het midden hoort in het midden.

Bedenk dat ‘ons’ wereldbeeld (met dank aan Google maps) ook maar een (Mercator)projectie is, een conventie waarin het noorden boven is en Europa in het midden staat. In de zeventiende eeuw stonden dergelijke conventies nog minder vast. De variatie aan gebruikte projecties was groter en er was veel meer ontwikkeling in en discussie over de geografische ligging van landen en kusten. Hoeveel eilanden heeft Japan? Is er een doorgang tussen Australië en Nieuw-Guinea? Is Californië en eiland of een schiereiland? Wat ligt er nog zuidelijker dan Zuid-Amerika?

Conflicterende ideeën naast elkaar

Hoe dan ook is Verbiests werk, ook als je geen Chinees kunt lezen, meteen herkenbaar als wereldkaart. Als je wél Chinees kunt lezen, gaan er nog veel meer werelden open. Het is overigens klassiek Chinees, dus te lezen van rechts naar links en niet voor iedereen toegankelijk. Mijn kennis over de tekst op deze kaart is helaas slechts gebaseerd op de spaarzame voorbeelden in de spaarzame wetenschappelijke artikelen over de Kūnyú Quántú. Zo zijn er prachtige voorbeelden van hoe Europese plaatsnamen gesinificeerd werden; zo werd Vlaanderen [Flandria] fu-lan-ti-ya en Friesland [Frisia] werd fu-chi-hsi-ya.

Ook wordt duidelijk hoe Verbiest totaal conflicterende Chinese en westerse ideeën over de vorm van de aarde naast elkaar laat staan en hoe hij toch even een christelijk opperwezen de tekst in smokkelt. Andere tekstjes gaan over de dieren op de kaart, bijvoorbeeld de hyena, die leeft in Afrika, lijkt op een wolf en doet ’s nachts het geluid van mensen na om mensen te lokken en vervolgens op te eten.

Exotische en onwerkelijke dieren

En daar zijn we weer bij de dieren waarmee dit verhaal begon. Ze staan afgebeeld op de Zuidpool (of in ieder geval een stuk getekend land onder de bekende wereld), maar uit de tekst blijkt dat dat niet de plaats was waar men dacht dat ze voorkwamen. Bedenk dat al deze dieren voor zowel Chinezen als Europeanen allemaal even vreemd waren. Uitheems, exotisch, onbekend en interessant. De afbeeldingen zijn getekend naar voorbeelden uit het boek Historiae Animalium (vier delen; 1551-1558) van de Zwitserse natuuronderzoeker Conrad Gesner. Dat was in Verbiests tijd trouwens ook al behoorlijk gedateerd.

Maar ook in Verbiests tijd is voor de meeste mensen een eenhoorn net zo ‘echt’ als een krokodil en een zeemeermin net zo bijzonder als een giraffe. Nooit gezien, maar wel over gehoord of over gelezen (een krokodil en een eenhoorn komen voor in de bijbel, een zeemeermin en een giraffe niet). Er zijn reizigers die met zekerheid beweren dat ze er één gezien, zelfs gevangen hebben. Er bestaan uiteenlopende afbeeldingen. En er gaan allerlei verhalen rond, waarvan een zeventiende-eeuwer niet weet wat hij wel of niet moet geloven. Zijn er vogels zonder pootjes? Bestaan er dieren met een nek van twee meter? Van welk dier zijn die lange gedraaide hoorns die wel eens gevonden worden? Wat zijn die mensachtige wezens in zee?

Zo is deze wereldkaart uit 1674 veel meer dan een kaart van de wereld. Hij toont wat men, op een bepaald moment, op een bepaalde plaats, wist. En je ziet hoe een kaartenmaker dat wat hij wist uit verschillende bronnen, combineerde tot een wereldbeeld. Ook waar de 21e-eeuwse kijker het beter denkt te weten; realiseer je dat je geen zeventiende-eeuwse fantasie ziet, maar zeventiende-eeuwse kennis.

Komt dat zien!

In Het Scheepvaartmuseum, Kattenburgerplein 1, Amsterdam. Elke dag open van 09:00 – 17:00. 

Met dank aan Het Scheepvaartmuseum voor alle afbeeldingen bij dit blog.