China wereldleider?Dat er in China grondige veranderingen moeten komen, daarover is tegenwoordig vrijwel iedereen het eens, de nieuwe leiders inbegrepen. Het uit 1978 daterende groeimodel is immers aan zijn houdbaarheidsdatum toe, als het daar al niet overheen is.

Ga maar na. Als gevolg van de wereldcrisis loopt de groei van de export terug, de lonen en grondstoffenprijzen zijn flink gestegen en dus ook de prijzen van de Chinese exportproducten, er is veel te veel geïnvesteerd in vaak nodeloze infrastructuur, de bouwbubble kan ieder moment barsten, de massamigratie van het platteland naar de steden heeft geleid tot sociale ontwrichting.

De negatieve bijwerkingen van de groei dreigen onbeheersbaar te worden. Een greep uit die bijeffecten: de vernietiging van het milieu, de op één na grootste inkomenskloof van de wereld, het teruglopen van het aanbod op de arbeidsmarkt, de snelle vergrijzing, de aanhoudende voedselschandalen. Voeg daarbij de megacorruptie, de censuur, het gebrek aan politieke tolerantie, de afwezigheid van politieke hervormingen en een vertrouwenscrisis van formaat, die nog verscherpt wordt door het twittervolk. Een explosieve opsomming.

Legitimiteit van de partij

De Chinese communistische partij is aan de macht sinds 1949 en wil dat voor altijd blijven. Ze heeft beloofd dat China onder haar leiding in 2049 het land met de beste ‘nationale gezondheid’ van de wereld wordt: een welvarend land, een harmonieuze maatschappij die een optimale kwaliteit van het bestaan garandeert. Die belofte heeft alles te maken met de legitimiteit van de partij.

Deze berust niet op verkiezingen maar op prestaties. De legitimiteit wordt groter naarmate de welvaart groeit en de mensen tevredener worden. De groei van de onvrede de afgelopen jaren kan voor de partij levensgevaarlijk worden als ze geen maatregelen neemt. Niets doen is het beste recept voor chaos. Hervormingen dus. Maar welke?

In het Westen heeft men lange tijd voetstoots aangenomen dat de toenemende openstelling van China en de groei van de Chinese middenklasse automatisch zou leiden tot de democratie. Dat democratie naar westerse snit niet strijdig is met de Oosterse volksaard, wat die ook moge zijn, bewijzen de huidige politieke systemen in Zuid-Korea en vooral Taiwan, waarvan verreweg de meeste inwoners afkomstig zijn van het Chinese vasteland.

Maar de Chinese communistische partij moet niets hebben van westerse democratie. De nieuwe partijleider-president heeft dat al uitdrukkelijk laten weten. En dat terwijl de partij bij gebrek aan concurrentie echt niet bang hoeft te zijn dat ze in verkiezingen het onderspit zou delven. Maar in een democratie moet iedereen, dus ook de regeringspartij, zich onderwerpen aan de wet, en daartoe is de communistische partij tot nader order niet bereid.

De wet is een instrument in handen van de partij, maar de partij zelf hoeft er zich niet aan te houden. Weinig mensen weten dat de Chinese grondwet tal van vrijheden garandeert, zoals de vrijheid van meningsuiting, vereniging, vergadering en godsdienst. Wat er in de praktijk van deze grondwettelijke bepalingen terechtkomt, weet iedereen.

Prinsenkinderen

Een ander enorm obstakel voor hervormingen vormen de gevestigde belangen in de grote staatsbedrijven, het leger, de politie en de politieke elite. Vooral machtig zijn de ‘prinsenkinderen’, (achter)(klein)kinderen van de revolutionaire makkers van Mao Zedong. Hun macht en hun geld danken ze aan het huidige systeem, dus ze zullen niet graag bereid zijn door hervormingen in eigen vlees te snijden.

Een van die prinsenkinderen is niemand minder dan president Xi Jinping zelf. En toch moeten er hervormingen komen. Iedereen heeft het over een nieuwe economie die gebaseerd moet zijn op duurzaamheid en innovatie in plaats van op wildgroei en lowtech-producten, een economie ook die niet meer afhangt  van de export maar van de – nu nog zwaar onderontwikkelde – binnenlandse markt. Maar tussen deze projecten en hun verwezenlijking liggen huizenhoge obstakels.

De komende tijd zal duidelijk worden welke weg China zal inslaan. Van die keuze hangt niet alleen de toekomst van de Volksrepubliek af, maar voor een goed deel ook van de wereld. Daarover gaat mijn nieuwe boek China, wereldleider? Het boek stelt een diagnose van de cruciale problemen en situaties en bespreekt de drie grote scenario’s, die alle drie mogelijk zijn.

Zal China de hervormingen kunnen en willen uitvoeren die nodig zijn om economisch te blijven groeien, de politieke stabiliteit veilig te stellen en de nieuwe supermacht te worden? Zal het de wereldmacht met de Verenigde Staten en misschien ook andere BRICS-landen gaan delen? Of zal het onmachtig door blijven modderen en mogelijk zelfs stikken in zijn eigen problemen? Alles wordt dan mogelijk, tot een oorlog toe die moet dienen als nationalistische bliksemafleider.

Welke van de drie scenario’s werkelijkheid gaat worden, hangt af van de hervormingen die de nieuwe Chinese leiders zullen uitvoeren, of juist zullen nalaten. De gewaarschuwde lezer telt voor drie.

Op dinsdag 11 juni van 20:00 tot 22:00 presenteert Jan van der Putten zijn nieuwe boek in Spui25 in Amsterdam. Hij gaat in debat met de sinoloog-zakenman Boudewijn Poldermans over wat er gaat gebeuren met China, en dus ook de wereld. Het debat wordt geleid door Garrie van Pinxteren (sinoloog, journalist, oud-China-correspondent NRC Handelsblad en NOS, Clingendael-fellow). De toegang is gratis, maar je moet wel reserveren.