Chinees op schoolAl een tijdje gonsde het in de Nederlandse onderwijswereld… “Chinees, Chinees” hoorde je fluisteren in de wandelgangen. Maar sinds staatssecretaris Dekker afgelopen november bekend maakte dat Chinees vanaf 2015 in het middelbaar onderwijs een officieel examenvak zal worden, gonst het niet meer, het buldert! Chinees wordt plots gezien als het vak de toekomst en lijkt tevens het nieuwe toverwoord te zijn in de strijd van middelbare scholen om de leerling. Dit is niet alleen grotendeels onterecht, maar ook zeer ondoordacht.

Iedere nieuwe staatssecretaris van onderwijs wil zich graag profileren. Zo ook meneer Dekker. Hij wil Nederland beter op de toekomst voorbereiden door tweetalig basisonderwijs, en Chinees als examenvak in te voeren. Beide maatregelen zijn gebaseerd op halfslachtig en rommelig semi-wetenschappelijk onderzoek en in beleidsstukken omtrent deze zaken wordt enkel uitgegaan van assumpties en nergens steekhoudende argumenten aangedragen. Helaas schijnt dit voor de meeste scholen niet uit te maken.

De scores van middelbare scholen worden tegenwoordig overal en nergens gepubliceerd, en ouders die een school zoeken voor hun kinderen maken zodoende steeds vaker een afweging op basis van score en profiel van een middelbare school. Kwaliteit bieden, maar ook kwaliteit uitstralen is iets waar heel veel middelbare scholen zeer bewust mee bezig zijn. En juist Chinees lijkt nu een vak te worden waarmee scholen zich willen profileren als kwaliteitsschool. Want -zo is de gedachte- China is booming, Chinees is dus de nieuwe wereldtaal en de jongste generatie moet die taal dan ook leren om mee te kunnen komen in de maatschappij van morgen. Er is echter behoorlijk wat mis met deze redenatie.

Mandarijn leren inefficiënt en onnodig

China zal in de toekomst een belangrijke economische inderdaad speler zijn en blijven, maar zeker niet de enige. Landen als Brazilië en India maken eenzelfde groei als China door en gaan eveneens belangrijkere posities op het wereldtoneel innemen. Bovendien staat Afrika aan de vooravond van een demografische en economische explosie. Nederland moet zich op al deze ontwikkelingen voorbereiden en dus is het zaak om in te spelen op de nieuwe wereldverhoudingen als geheel, in plaats van de huidige over-focus op China.

Een nog groter bezwaar is de manier waarop deze over-focus op China momenteel vorm wordt gegeven. Want het onderwijs wil zich richten op de taal, het mandarijn Chinees. Dit is een taal die wereldwijd notoir is om zijn complexiteit. Volgens VN-onderzoek zijn Chinese basisschool kinderen 6 jaar bezig met het leren van hun eigen taal; dat is meer dan welke andere taal dan ook ter wereld.

Het is dan ook schier onmogelijk om Nederlandse middelbare scholieren binnen een tijdsbestek van enkele jaren, waarin Chinees enkele uren per week wordt gedoceerd, een werkbaar taalniveau te laten bereiken. Alledaagse gesprekjes, veelvoorkomende Chinese karakters herkennen, dat is haalbaar. Maar een taalniveau bereiken waarmee de leerlingen in hun latere carrière iets kunnen, is absoluut onmogelijk. Daar komt nog bij dat Engels in het Chinese onderwijs al tijden een belangrijke rol speelt. Het dus uiterst onwaarschijnlijk dat Nederlandse leerlingen in hun carrière ooit te maken gaan krijgen met een Chinees die de Engelse taal niet machtig is.
Tot slot zullen de complexiteit van de Chinese taal en het hiermee gepaard gaande langzame, repetitieve leerproces voor een niet onaanzienlijk aantal leerlingen juist demotiverend werken, met afkeer van het vak als gevolg.

China binnen een breed vak ‘internationalisering’

In de Chinese lessen is een focus op de taal dus uiterst onverstandig. In plaats daarvan zou er vooral aandacht moeten zijn voor de Chinese (zaken)cultuur. Dit is namelijk juist iets waar Nederlandse scholieren in hun latere carrière wel profijt van kunnen hebben. Maar China zal in de toekomst allerminst Nederland’s belangrijkste handelspartner worden.

De eerdergenoemde overige BRIC-landen en de Afrikaanse landen zullen economisch gezien ook een belangrijke rol gaan innemen. Waarom zouden we onze middelbare scholieren enkel kennis laten maken met de Chinese cultuur? Waarom geen aandacht voor India of Rusland? Of interculture communicatie en internationale verhoudingen als geheel?

Een vak “Internationalisering” waarin thema’s als culturele sensitiviteit en Nederland in de mondiale economie aan bod komen zou voor de middelbare scholieren en dus de toekomst van Nederland, vele malen nuttiger en interessanter zijn dan sec het bestuderen van de Chinese taal. China en Chinees moeten in zo’n vak zeker een belangrijke rol spelen, maar niet het complete toneel opeisen.