Ik kan de keren niet tellen dat mensen me hebben gezegd: o maar als jij Chinees kan, dan zal je zeker vaak doen alsof je het niet kan en ondertussen stiekem luisteren naar wat bijvoorbeeld de tegenpartij tijdens een bespreking onder elkaar zegt. Tja. Niet echt. Maar het is wel zo dat ik me soms inhoud om Chinees te spreken – niet om te luistervinken maar omdat dat tactisch gezien gewoon een beter idee is op dat moment.

Chinees kunnen spreken kan zowel een troef zijn als een valkuil in een werkomgeving. Het kan een fantastische manier zijn om verschillen te overbruggen, een gemeenschappelijke terminologie te vinden of gewoon, om te kunnen meedraaien als de rest van het team Chinese moedertaalsprekers zijn. In een aantal situaties op het werk kan het strategisch gezien echter beter zijn om juist GEEN Chinees te praten, en over te schakelen op een andere lingua franca zoals Engels (aangenomen dat dat kan natuurlijk).

In welke situaties op je werk spreek je beter geen Chinees?

 Als je emotioneel geladen woorden moet gebruiken: Woorden bijvoorbeeld die iemands karakter omschrijven, of een bepaalde sfeer, zijn echte valkuilen: zelfs al voelen ze neutraal aan voor jou, dan nog kunnen ze een totaal ander effect hebben op moedertaalsprekers dan dat jij had bedoeld. Wanneer is iets可怕 kepa (afschrikwekkend)? Wanneer is een situatie 沉闷 chenmen (deprimerend)? Als je niet zeker weet wat de emotionele lading van een woord is in het Chinees (en dat is bij mij vrij vaak), dan is het beter om het helemaal niet te gebruiken. Verkeerd gebruik van dit soort woorden kan heel snel verkeerd geïnterpreteerd worden, zelfs als je het niet zo bedoeld hebt. In dat geval is het soms beter om de linguïstische landmijn te vermijden en gewoon over te schakelen op Engels.

Als je niet jezelf bent: Je weet het wel, maar vergeet het toch: als je moe bent, prikkelbaar of gewoon geïrriteerd, is het soms beter om geen Chinees te praten. Discussie voeren in het Chinees is alleen verstandig als je het hoofd koel kan houden. Als je moe bent, hebben tonen in het Chinees bovendien de vervelende eigenschap om weg te vallen, waardoor je ook nog eens moeilijk verstaanbaar bent.

Om de andere 面子mianzi (gezicht) te geven: gezichtsverlies/winst en alle nuances die ermee te maken hebben zijn buitengewoon moeilijk voor een buitenstaander om te begrijpen en mee om te gaan. Maar feit is wel dat je heel veel goodwill kan verliezen door dit spel van onzichtbare regels niet mee te spelen. In dit geval geldt: beleefdheid gaat voor alles. Als een collega/baas/contact het duidelijk belangrijk vindt dat je in het bijzijn van anderen Engels spreekt met hen, is dit eigenlijk een no-brainer: gewoon doen.

Als het boven je pet gaat: je kent zelf wel je niveau van Chinees, en anderen die met je samenwerken meestal ook. Bovendien is het nog steeds zo dat men van 外国人 waiguoren (buitenlanders) vaak niet aanneemt dat ze vloeiend zijn in Chinees en men moeite zal doen om duidelijk te spreken. Als je dus in een situatie komt waarin je het gevoel hebt dat er geen rekening met je taalniveau gehouden wordt – bijvoorbeeld als er 4 成语chengyu’s of spreekwijzen per zin gebruikt worden – , dan is het strategisch gezien soms een beter idee om over te schakelen naar Engels, als dat kan.

Beleefdheidspraat: voor beleefdheidsformules geldt: doe het juist, of doe het helemaal niet. Gelukkig zijn beleefdheidsformules zoals 别可气biekeqi of 哪里哪里nalinali gemakkelijk aan te leren en te gebruiken. Maar als je twijfelt, gebruikt ze dan niet.

Weten wanneer Chinees te spreken en wanneer niet is een belangrijke vaardigheid op de werkvloer. Andere tips en tricks in verband met Chinees spreken op de werkvloer kan je vinden in het eerste blog, het tweede blog en het derde blog over Chinees spreken op het werk.