chinees op schoolMandarijn Chinees op de Nederlandse scholen? Nee, niet aan beginnen. Te moeilijk, demotiverend, kokervisionair. “Inefficiënt en onnodig”. Een BRIC-vak Internationalisering? Ja, dat is “vele malen nuttiger en interessanter”; dat gaan we invoeren.

Heus, ik begrijp de scepsis van Danny Nobel wel. Maar in de staart van zijn artikel Chinees als schoolvak schiet doel voorbij lijkt Nobel verwarrend genoeg toegeeflijk. Over de invulling van het vak Internationalisering zegt hij: “China en Chinees moeten in zo’n vak zeker een belangrijke rol spelen, maar niet het complete toneel opeisen.”

Daarmee verwoordt Nobel nagenoeg het advies van SLO (Stichting Leerplanontwikkeling) over het vak Chinees aan het ministerie van OCW. Het onderwijs erkent dus al de positie van interculturaliteit binnen het vak Chinese taal & cultuur (let overigens op het laatste woord van de vaknaam).

Invoering vak Chinese taal en cultuur

Elke Nederlander zeurt wel eens over wispelturige politici. Nobel verwijt staatssecretaris Dekkers zelfbevlekking en beweert dat de invoering van Chinees is gebaseerd op “halfslachtig en rommelig semi-wetenschappelijk onderzoek en in beleidsstukken omtrent deze zaken wordt enkel uitgegaan van assumpties en nergens steekhoudende argumenten aangedragen”. Opvallend is dat Nobel geen enkel voorbeeld geeft van zijn boude beweringen, wat de holheid ervan onderstreept.

Ook scholen komen er bij Nobel niet zonder kleerscheuren vanaf. Zij misbruiken volgens hem Chinees om “zich te willen profileren als kwaliteitsschool”. Ik vraag me af wat daar mis mee is. Gelukkig —zou ik zeggen— dat scholen erover nadenken hoe ze globalisering een plaats binnen hun curriculum kunnen geven.

Realistisch bezien: Chinees op school is de fase van trial-and-error nog niet voorbij — zelfs na onderwijskundig onderzoek, een empirische adviesrapportage en formele professionalisering van docenten. Maar om op deze grond het vak weg te bonjouren is slecht verdedigbaar, aangezien grote spelers als Amerika, Engeland en Duitsland investeren in het ontwikkelen van sector-overschrijdende, doorlopende leerlijnen Chinees. Dit doet ook Afrika, dat volgens Nobel aan de vooravond van een economische explosie staat. Kunnen we niet beter achteraf vaststellen dat Chinees leren ietwat onzinnig was, dan het risico lopen internationaal het slechtste kindje van de klas te zijn?

Zij leren Engels

Maar Nobel heeft meer munitie. Want waarom zouden wij Chinees leren, als alle Chinezen Engels leren? Het is dus “uiterst onwaarschijnlijk dat Nederlandse leerlingen in hun carrière ooit te maken gaan krijgen met een Chinees die de Engelse taal niet machtig is.” Het ligt waarschijnlijk aan mij, maar zo’n drogreden vind ik onuitstaanbaar. Laat die Chinezen hun hele studieleven maar ploeteren op het Engels, dan kunnen wij ons geheel opportuun op andere zaken richten. Blaadjes kunnen keren: de Chinese overheid is onlangs begonnen het Engels een kleinere rol toe te bedelen door het in staatsexamens minder gewicht te geven.

Maar het is waar: Chinezen leren keihard Engels, zijn een kei in het memoriseren en reproduceren van ontelbaar veel woorden en vaste uitdrukkingen. Daarentegen maakt het Chinese onderwijs zich zorgen over de moeizame vertaalslag naar vrije, flexibele taalproductie in gesproken en geschreven Engels. Hiertegenover is het Nederlandse vreemdetaalonderwijs binnen Europese kaders juist goed op weg om doelgerichte communicatie te laten lukken, met minder nadruk op stampwerk en meer op strategie. Zo zijn zij en wij aan het zoeken naar een taaldidactiek die past binnen onze Global Village.

Taal centraal

Maar, mensen, die taal. Onaanleerbaar! Sec het bestuderen van de Chinese taal, waar Nobel zo bang voor is, is niet aan de orde—dat stelden we al vast, maar laten we eens kijken naar die taal die “wereldwijd notoir is om zijn complexiteit”. Nobel: “een taalniveau bereiken waarmee de leerlingen in hun latere carrière iets kunnen, is absoluut onmogelijk.”

—Tussen haakjes: ikzelf ben Chinees gaan leren, omdat het onderwijs in scheikunde mij niet in staat stelde zonder meer de petrochemische arbeidsmarkt te betreden. Ook heb ik het gevoel dat mijn gymles zijn doel voorbij heeft geschoten. Het bleek dat na gymnasiumlang bokspringen en ringhangen ik als professioneel turner geen voeten aan de grond kreeg. Terug naar Chinees.—

Wetenschappelijke literatuur bewijst heel duidelijk dat minimale kennis van de Chinese taal, verbaal en non-verbaal, vruchten afwerpt in zakelijk contact met China. Een autoritair argument, ik weet het. Goed, dan anders gezegd: wie zegt dat je na je eindexamen moet stoppen met de bestudering van China en Chinees?

Chinees is te leren. De ene leerling zal er meer aanleg voor hebben dan de ander. Sommige docenten zullen hun leerlingen demotiveren, anderen van begin tot eind inspireren. En, taaldidactiek Chinees van vandaag is morgen anders. Rome is ook niet in één dag gebouwd. Door de karakters kan Chinees leren saai stampwerk zijn, al komt uit formele feedback van Nederlandse leerlingen naar voren dat karakters leren juist leuk is. Ik ben trots dat juist Nederlandse leerplanontwikkelaars hier realistisch en modern mee omgaan door te pleiten voor computerinvoer van karakters. Wees niet bang, er wordt ook nog handmatig geschreven—anders zou geen leerling Chinees meer willen leren.

Het schoolvak Internationalisering en Chinees

Nobel wil een schoolvak Internationalisering met aandacht voor “interculturele communicatie en internationale verhoudingen als geheel.” Hoewel bombastisch, klinkt het nog best veelbelovend en relevant. Maar wie gaan dit ambitieuze vak geven en vormgeven? Hoe ga je daarin generalisaties en clichés voorbij? Tot nader order: is een vak als Chinese taal en cultuur niet juist een mooi raamwerk om de globalisering te bekijken, waarbij meertaligheid ingebakken is. En is het ook niet een goede spiegel om lastige concepten als “wij”, “zij” en “samen” te verkennen? Ik denk van wel. Waar het wereldschip landt en strandt weten we niet. In de tussentijd leren we, naast alle andere vakken, ook leuk wat Chinees, gewoon zoals de rest van de wereld.