Het is weer tijd om de huur te betalen dus ligt er voor mij op tafel een hele grote stapel bankbiljetten van ¥100. Natuurlijk kun je in het moderne China per bank en zelfs via internet betalen, maar mijn huisbazin en ik doen dat op de ouderwetse manier met een flinke stapel cash. Geeft mij mooi de gelegenheid om weer eens één van de vaardigheden te oefenen die alle Chinezen schijnen te beheersen maar die ik nog niet onder de knie heb, namelijk razendsnel zo’n stapel bankbiljetten tellen. Ik heb ‘de techniek’ inmiddels onder de knie maar mis vooral snelheid! Nu ben ik geen bankmedewerkster en oefen daardoor niet vaak genoeg. Het schijnt dat Chinese banken heuse wedstrijden geld tellen houden onder hun medewerkers.

Ogenschijnlijk gewone maar handige vaardigheden

De eerste keer dat voet op Chinese bodem zette was in 1992. Meer dan twintig jaar geleden, kwam ik naar Beijing om te studeren aan wat nu de Beijing Culture University heet. Na twee jaar studie in Nederland kende ik een paar honderd Chinese karakters. Verder wist ik behoorlijk wat over de Chinese geschiedenis al vond ik het ontzettend lastig om de dynastieën uit elkaar te houden. Van het leven van gewone mensen in Beijing, had ik geen flauw benul. Voorbereiden was niet zo gemakkelijk destijds. Naast de boeken die bij de studie Sinologie hoorden, waren er eigenlijk maar twee andere boeken waarin je iets kon lezen over het dagelijks leven in China. ‘China per Trein’, van Paul Theroux en ‘ Een Barbaar in China’ van Adriaan van Dis. Conclusie na het lezen van deze twee boeken was dat de hygiene in China niet vergelijkbaar was met de Europese standaard had en dat mensen in China op straat spuugden en niet alleen op straat, ook in de trein en in restaurants…

Inmiddels spreek ik goed Chinees en weet ik ook dat de Ming-dynastie voor de Qing-dynastie komt. Toch is er het een en ander dat ik graag van China zou willen leren. Van die op het eerste gezicht hele gewone, maar vooral erg handige vaardigheden.

Zonnebloempitten en inpakken

Eén daarvan is op de hurken zitten. Bij de bushalte, op het treinstation of gewoon langs de weg. Als er gewacht moet worden en er zijn geen banken of stoeltjes, geen probleem: de Chinees gaat door de knieen en zit op de hurken. Ze lijken eindeloos in deze houding te kunnen blijven zitten. Ik rol na twee seconden achterover en moet dus meestal op een stoepje gaan zitten, wat niet al te schoon is. Overigens heb ik niet veel hoop dat ik deze vaardigheid nog kan leren. Ik ben nu eenmaal niet zo lenig en waarschijnlijk is dit een van die dingen waar je jong mee moet beginnen.

Zonnebloempitten eten is ook zo’n vaardigheid waaraan je de echte Chinees kan herkennen (dat kan trouwens heel goed tijdens het op de hurken zitten). Een zonnebloempit verticaal tussen je tanden plaatsen en deze dan openbreken. Het pitje verdwijnt in de mond en de buitenste schil spuug je op de grond. Als ik het probeer, verdwijnt het schilletje in mijn mond en het pitje op de grond. Zonnebloempitten eten heeft als vervelende bijkomstigheid dat als je het heel veel doet, je tanden een beetje gaan afbrokkelen.

Echt bewondering heb ik voor de inpak-technieken van de Chinezen. Bij de boekwinkel krijg ik mijn nieuwe boek mee gevouwen in een stukje papier met een touwtje erom heen gebonden. Aan dat touwtje kun je de aankoop vasthouden. Handig, efficient, geen plastic tasje nodig en dus goed voor het milieu. De meer uitgebreide versie van de inpak-techniek zijn fietsen en brommers, met achter op hele stellages van dozen, ook allemaal bij elkaar gehouden door een touwtje. De meest geavanceerde vorm zijn vrachtwagens met gesorteerd, recyclebaar afval zoals papier, hout en plastic, keurig gesorteerd en metershoog opgetast.

Fotomodellen en slapen

Ook vind ik het leuk dat alle Chinezen en dan vooral de dames een soort amateur-foto model zijn. Bij elke nationale attractie of bezienswaardigheid, poseren de dames volleerd en bevallig. Terwijl ik zo naturel mogelijk op de foto wil staan, alsof ik toevallig op die plek ben en er dan ook nog eens toevallig een foto wordt gemaakt, bedenken de Chinese dames allerlei leuke poses of maken gewoon het peace-teken. Altijd hebben ze hun mooiste kleren aan. Want ga je naar de Chinese Muur of de Verboden Stad, dan wil je er natuurlijk wel op je mooist uitzien. Dat betekent een leuk jurkje aan maar ook schoenen met hele hoge hakken. Dat doe ik ze ook niet na, wandelen op de keitjes in de Verboden Stad of de Muur beklimmen op enorme hoge hakken.

Heerlijk lijkt het me om net als Chinezen overal te kunnen slapen. Al eens naast een Chinees in het vliegtuig gezeten? Ze doen hun ogen dicht voor het vliegtuig opstijgt en worden pas wakker tijdens de landing, terwijl ik een aantal uren op mijn stoel zit te draaien. Of tijdens de lunchpauze: armen over elkaar, hoofd erop, tijd voor een powernap. In de zomer zie je rond twaalf uur, op het heetst van de dag, vaak bouwvakkers gewoon op straat in de schaduw van de bomen liggen slapen. Dat kan natuurlijk ook omdat Beijing zo veilig is, er zijn natuurlijk heel wat landen in de wereld waar dit echt niet mogelijk is.

Al deze dingen zien er ogenschijnlijk heel eenvoudig uit, maar uit ervaring weet ik dat het een stuk moeilijker blijkt te zijn in de praktijk. Als ik dit allemaal kan dan wil ik natuurlijk ook ooit nog eens mooie karakters leren scrhrijven, Chinees schaak en Mahjong leren spelen en natuurlijk Taichi. Genoeg te doen dus voorlopig.