Onlangs is Portugal Europees kampioen voetbal geworden. Een maand lang was het hele Europese continent in de ban van dit sportspektakel. Ook buiten Europa, is het voetbal evenement niet aan de nodige aandacht ontkomen. De gemiddelde taxichauffeur in China was zeker op de hoogte van de wedstrijden die later die nacht (drie uur lokale tijd) op de radio en TV zouden worden uitgezonden. En dat IJsland het voor elkaar heeft gekregen om Engeland er uit te knikkeren, werd ook hier met grote verontwaardiging besproken. (Dan hebben we het nog niet eens over het feit dat Nederland helemaal niet aanwezig was…)

Bovendien gaat de Chinese voetbalinteresse verder dan alleen internationale toernooien. Miljoenen Chinezen houden zich elke week bezig met de uitslagen in de Premier league, de Bundes Liga, Primera Divisón, en de Serie A. Ondanks dat het land 1,4 miljard inwoners telt, hebben Chinese scouts grote moeite om echte talentvolle spelers in het eigen land te vinden. Het voetbalteam dat China één keer heeft mogen vertegenwoordigen op het wereldkampioenschap in 2002, kreeg het dan ook niet voor elkaar om een enkele goal te maken voordat de spullen gepakt moesten worden. Net zoals de meeste sportliefhebbers, concentreren ook Chinezen zich liever op daar waar de echte actie plaatsvindt.

De Chinese voetbaldroom

Dit betekent echter niet dat er in China een gebrek aan ambitie is. In 2014 heeft de Chinese president een lang gesprek gevoerd met de voormalig keeper van het Nederlands elftal: Edwin van der Sar. Het ging over hoe het Chinese voetbal het beste ontwikkeld kon worden, en de Nederlandse vedette zou het staatshoofd toen hebben laten inzien hoe belangrijk het is om veel aandacht te besteden aan de jeugdopleiding. Dat dit niet zo maar een loos gesprek is geweest, blijkt uit het feit dat Ruud Gullit, Frank Rijkaard en Marco van Basten momenteel in China helpen met het opzetten van een voetbalschool.

De ontwikkeling van voetbal in China staat dan ook zonder meer in de hoogste versnelling: door het hele land verschijnen voetbalscholen, het aantal voetbalvelden per persoon is sterk aan het toenemen, er worden steeds meer gediplomeerde scheidsrechters opgeleid, en in meer dan honderd steden zijn er plannen om amateur competities op te zetten. De voetbalinfrastructuur ontwikkelt zich razendsnel, en er is niets dat er op duidt dat deze trend in de nabije toekomst niet doorzet.

Voetbalimport

Net zoals in elke andere industrie, kan ontwikkeling in het voetbal ook plaatsvinden door vanuit het buitenland te ‘importeren’. Steeds meer coaches en spelers worden in de verleiding gebracht om een aantal (vaak de laatste) jaren van hun carrière in China door te brengen. Het meest recente voorbeeld is de Braziliaanse bekendheid Hulk, die voor maar liefst 61 miljoen dollar heeft getekend bij Shanghai SIPG. Verder hebben we ook Feyenoordster Pelle naar Shandong Luneng Taishan FC zien vertrekken voor 15 miljoen dollar, en heeft Clarence Seedorf een contract als trainer getekend bij Shenzen FC dat uitkomt in de Chinese tweede divisie.

Dat steeds meer Chinese jongetjes (en meisjes) op vroege leeftijd met betere begeleiding en voetbalomstandigheden in aanraking komen, lijkt de interesse in internationaal voetbal alleen maar te versterken. De stijgende interesse in voetbal in China, en de droom dat het land ooit de wereldtitel mag dragen, gaan gepaard met grote bedragen aan buitenlandse investeringen.

Ajax, bijvoorbeeld, heeft onderhand maar liefst vier Chinese bedrijven als partner. “China is een interessant land voor Ajax” heeft huidig marketing directeur Edwin van der Sar laten weten. Het samenwerken met deze bedrijven zal Ajax’ fan base in China uitbreiden, en meer promotie mogelijkheden brengen voor de Chinese partners. Ook landskampioen PSV ziet veel potentie in China. Na de afloop van vorige seizoen, vloog bijna de hele selectie naar China om daar onder andere een promotiewedstrijd te spelen tegen Wolfsburg in de stad Zhuhai.

China laat het balletje rollen

Potentie is er zeker. Chinese investeerders tonen volop interesse in het kopen van (aandelen in) Europese voetbalteams. Sinds het begin van 2015 hebben Chinese bedrijven meer dan 1.7 miljard dollar geïnvesteerd in sportaandelen, waarvan verreweg het grootste deel naar de voetbalindustrie is gegaan. Chinese miljardairs zoals Jack Ma, oprichter van Alibaba, en Wang Jianlian, oprichter van de Dalian Wanda groep, nemen het voortouw in het opkopen van aandelen in buitenlandse topclubs.

Deels komt deze interesse van Chinese bedrijven in het internationale voetbal voort uit de wens om hun wereldwijde marktaandeel te vergroten. Zo heeft de telecommunicatie ontwikkelaar Huawei onlangs Lionel Messi getekend om Europees en Latijns Amerikaans ambassadeur van het wereldwijd actieve bedrijf te worden. Verder worden ook door heel Europa bekende voetbalclubs gesteund door het Chinese telecom bedrijf. Arsenal in Engeland, Atlético de Madrid in Spanje, en AC Milan in Italië ontvangen allemaal een aanzienlijk deel van hun inkomsten vanuit dit Chinese bedrijf.

De meeste buitenlandse voetbalinvesteringen gaan echter nog verder dan het simpelweg sponsoren van clubs. Onlangs heeft de in Nanjing gevestigde Suning Commerce Group bijna 300 miljoen dollar geïnvesteerd in 70 procent van de aandelen van Inter Milan. Een ander Chinese bedrijf is momenteel ook aan het onderhandelen over het overnemen van 80 procent van de aandelen in AC Milan. Mocht deze deal tot een succesvol einde worden gebracht, zou het betekenen dat volgend seizoen een van Europa’s meest prestigieuze derby’s voor drie vierde mogelijk wordt gemaakt door Chinese investeringsgroepen.

China wereldkampioen?

Hoelang het daadwerkelijk duurt voordat Chinese taxichauffeurs hun eigen land kunnen aanmoedigen op het wereldkampioenschap moet nog blijken. Na het debacle in 2002 ligt het vertrouwenspeil hier nog vrij laag onder de lat.

Daartegenover staat dat in elke sport dingen snel kunnen veranderen, en om Cruyff nog even te quoten “soms moet er iets gebeuren, voordat er iets gebeurt.” En wat betreft voetbal, gebeurt er zeker iets in China.