Lava Beijing Backdrop

Backdrop designd by ©Lava Beijing for Cultural Projects of the Embassy of the Netherlands

Do we mean the same when we say the same?”. Dat is de basisvraag van onze culturele samenwerking met China. Door samen films te maken, door met Nederlandse en Chinese architecten aan stedelijke ontwikkeling te werken, door tentoonstellingen uit te wisselen en door boeken te vertalen, leren we over de geschiedenis van onze landen. Over de mensen, de politiek en de grote maatschappelijke vraagstukken in onze samenlevingen. En als we meer van elkaar weten, als we het perspectief van de ander kennen, kunnen we er beter op inspelen. Ook als we complexe politieke onderwerpen bespreken of economische onderhandelingen moeten voeren. We zoeken als ambassade naar de verbindende kracht van culturele samenwerking. Grote woorden die – ik zeg het zelf – nogal theoretisch klinken. Wat betekent dit nu in de praktijk? Eerst de context: het spanningsveld van de verschuivende grenzen.

Transformatie naar een nieuw systeem

Eind jaren ’80 reisde ik als jochie door China en trof een in zichzelf gekeerde gemeenschap aan met weinig drive en ambitie. Op dit moment groeit er een generatie op in China die op elk vlak – sport, cultuur, economie – mondiaal nummer één wil worden. Jaarlijks studeren er 75.000 Chinese studenten in Verenigde Staten, 25.000 in Duitsland en in afgelopen jaren heeft China wereldwijd 275 Confucius Instituten neergezet. In 1980 hadden minder dan 2 miljoen Chinezen een televisie en nu zijn dat er een miljard. In datzelfde jaar waren er 265 musea en nu zijn dat er 3000 met buitenlandse tentoonstellingen. Dagelijks worden er in China 100 miljoen kranten bezorgd en 400 nieuwsbladen geïmporteerd. 500 miljoen Chinezen gebruiken social media; er zijn 80 miljoen blogs. Er worden hoge snelheidspoorlijnen naar Europa gebouwd, havens aangelegd in Afrika, het Midden Oosten en Zuid-Oost Azië, en het aantal vluchten van en naar China is vertienvoudigd. De dynamiek en wat vooral belangrijk is, de interconnectie met de wereld rondom China, is ongekend.

In deze stroming kun je spreken van een sociale transformatie naar een systeem waarin Chinezen eenvoudiger kunnen bepalen waar ze willen werken, met wie ze willen trouwen en waarheen ze willen reizen. De gewone burgers hebben new wealth,  participeren via microblogs en zijn consumenten en property owners geworden. Tegelijkertijd neemt de controle van de staat op de verworven vrijheden toe: politiek gevoelige woorden worden steevast geblokkeerd in social media, tot buitenlandse nieuwswebsites wordt de toegang geblokkeerd, bepaalde social media zoals Facebook zijn niet toegankelijk en ambtenaren moeten toestemming krijgen voor privéreizen naar het buitenland. Er is een spanningsveld tussen zowel het vergroten van de macht van de staat als het uitbreiden van de vrijheden van de burger. Maar dat de grenzen verschuiven lijdt geen twijfel.

In deze dynamische context van grote verschuivingen is ook de culturele sector enorm in beweging. Er wordt aan cultuur en internationale culturele samenwerking veel gewicht toegekend.

Innovatie versus censuur

Allereerst biedt cultuur China een podium om haar enorme ontwikkeling en verworven internationale positie te onderstrepen. Als de beste acteurs, musici, filmmakers, musea, architecten en kunstenaars naar China (willen) komen, zegt dat veel over de aantrekkingskracht van dit land. En dat de Chinese filmindustrie Hollywood voorbij zal streven zoals internationale media beweren, geeft ook een politiek signaal.

Cafa ambassade project

Project met CAFA

Daarnaast heeft deze sector een enorm economisch potentieel. Burgers hebben meer geld te besteden. Er wordt fors in de culturele sector geïnvesteerd: de afgelopen jaren werden er jaarlijks meer dan 100 musea gebouwd en per dag 10 bioscoopzalen. Alle grote steden organiseren internationale film-, design- en kunstfestivals. De infrastructuur voor cultuur breidt zich in hoog tempo uit.

En in de derde plaats is cultuur een softe sector voor pilots van de overheid. De staat kan experimenteren met censuur door regionale verschillen toe te staan (in Shenzhen zullen bepaalde afbeeldingen bijvoorbeeld eerder worden toegelaten dan in Peking), of voor bepaalde media een minder strenge naleving van de regels toe te passen (zo is de censuur op films in bioscopen sterker dan op het vertonen van online films). Er wordt in deze sector ook nadrukkelijker gekeken naar mogelijkheden om culturele staatsinstellingen te privatiseren.

De dynamiek heeft ook een keerzijde: de de New York Times legde recent de vervalsingen in de Chinese kunstmarkt bloot, sommige nieuwe musea staan leeg omdat er budget noch kennis is om de tentoonstellingsruimten te vullen. Algemeen wordt onderkend dat censuur een remmende werking heeft op creativiteit en innovatie. Dat wordt ook steeds meer onderkend – premier Li Keqiang hield recent een toespraak waarin hij in het bijzonder het belang van de innovatieve kracht van de creatieve sector onderstreepte.

Mogelijkheden voor Nederlandse kunst en cultuur

Nederland speelt op de Chinese  context in. Met Nederlandse top culturele instellingen spreken we over kansen en mogelijkheden om uitvoeringen in China te doen. Dit jaar komen het Nationaal Ballet en het Nederlands Danstheater naar onder andere Peking, Shanghai en Guangzhou toe. Vorig jaar waren het Koninklijk Concertgebouworkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest in China. Op dit soort avonden ontmoeten onze politieke, economische en culturele netwerken elkaar. De Nederlandse markt wordt daarmee vergroot voor onze topkunstenaars. Er heeft expertise uitwisseling plaats in masterclasses.

We richten ons in het bijzonder op de terreinen film, creatieve industrie en museale ontwikkeling. Nederland heeft veel te bieden en de vraag vanuit China is groot. Op overheidsniveau werken we aan een film co-productieverdrag. China kent een quotum voor buitenlandse films, maar co-producties worden als nationale films beschouwd en dus zet dit verdrag de deur naar de Chinese filmmarkt voor Nederlandse filmmakers wijd open. De samenwerking tussen de Nederlandse en Chinese filmindustrie die hierdoor wordt gestimuleerd, gaat onherroepelijk leiden tot een discussies over inhoudelijke vrijheden. Dat is een niet te onderschatten winstpunt. Door het organiseren van een online filmfestival raakt het Chinese publiek meer bekend met Nederlandse films (zoals ‘Marathon’) en documentaires (zoals ‘Daar hoorden ze engelen zingen’).

Van spoorlijnen tot musea

Signing MOU

Minister Bussemaker ondertekent de MOU over ‘Cultural Cooperation’

Deze zomer werken er twaalf Nederlandse en twaalf Chinese architecten en ontwerpers aan een onderzoek voor de ontwikkeling van een spoorweg en treinstation in Peking. De vraag is: hoe kunnen een spoorweg en de bouw van stations worden ingepland in de bredere ontwikkeling van steden: hoe verhoudt transport zich tot de levenskwaliteit in steden? Daarmee neemt Nederland deel aan één van de belangrijkste sociaal-politieke debatten in China op dit moment. Dit jaar komen topinstellingen zoals het Van Gogh Museum en de Reinwardt Academie trainingen verzorgen aan Chinese museumdirecteuren en –medewerkers, over het management van musea en tentoonstelling en collectiebeheer. Omgekeerd wil China contemporary art tentoonstellingen naar Nederland brengen. De samenwerking op het gebied van musea geeft inzicht in  allerlei ontwikkelingen in onze samenlevingen; markt, maatschappij en kennisuitwisseling komen hier samen.

Nee, we bedoelen niet altijd hetzelfde als we dezelfde woorden gebruiken. Juist daarom is het essentieel de culturele expressie te stimuleren. Minister Bussemaker was eind maart in Peking en tekende een samenwerkingsovereenkomst met haar Chinese collega. De initiatieven die daarin worden gelanceerd sporen aan tot nieuwe ideeën, creatieve oplossingen en grensverleggende gedachten over onze samenlevingen. Wat beide ministers onderstreepten, is dat je elkaar moet opzoeken om meer begrip te krijgen. En dat als je de context van de verschillen niet kent, het lastig wordt de common ground te vinden. Cultuur als verbindende kracht dus.