Zaterdag 7 juni is de Dag van de Bouw. Urbanisatie is het toverwoord van China’s economische wonder. Daarom wordt nergens in de wereld zoveel gebouwd als hier.

In Yan’an wordt 78,5 vierkante kilometer (120 voetbalvelden) bouwrijp gemaakt. Omdat lokale bestuurders geen kostbare landbouwgrond willen opofferen, worden voor de stadsuitbreiding tientallen heuvels en bergtoppen afgegraven.

Afgelopen week waarschuwden Chinese wetenschappers voor de gevaren van grootschalige egalisatie. Zij vrezen dat het nieuwe bouwland instabiel kan zijn. Door inklinking kunnen verzakkingen optreden en zware regenval kan aardverschuivingen veroorzaken. Zij bepleiten bouwwerkzaamheden te staken totdat meer onderzoek is gedaan. In totaal staan in heel China 700 heuvels en bergtoppen op de nominatie om te worden geëgaliseerd tot bouwgrond. En de stadsbesturen en projectontwikkelaars hebben haast…

Urbanisatie

China en bouwen. De woorden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Urbanisatie is het toverwoord van China’s economische wonder. Om voldoende werkkrachten voor de fabriek van de wereld te garanderen, zijn er de afgelopen decennia honderden miljoenen mensen van het platteland naar de stad verhuisd.

In 1990 woonde een kwart van China’s bevolking in de stad. In 2012 bedroeg het aantal stadsbewoners voor het eerst meer dan de helft van alle Chinezen. En in de periode tot 2035 zullen nog eens 300 miljoen boeren naar de stad verhuizen. Dan wonen drie op iedere vier Chinezen in de stad.

Daarom moet er worden gebouwd: appartementen, kantoren en fabrieken natuurlijk. De infrastructuur om die steden bereikbaar te houden en met elkaar te verbinden, zoals wegen, spoorlijnen en vliegvelden. Maar ook de honger naar energie moet worden gevoed en dus worden er centrales, stuwdammen en pijpleidingen aangelegd. Er zijn in China inmiddels meer dan honderd steden met een bevolking van een miljoen of meer.

De urbanisatie had tot nu toe vooral plaats in het oosten. Om de welvaart ook naar de rest van China te brengen, wil de overheid hier nieuwe megapolen ontwikkelen.

Bovendien zijn sommige steden in het oosten van het land zo groot geworden, dat China’s leiders niet willen dat ze verder uitdijen. Overheidsdiensten, universiteiten en klinieken in Beijing worden tussen nu en 2020 verplaatst naar Baoding, meer dan 100 kilometer ten zuidwesten van de Chinese hoofdstad. Hier moet een satellietstad van Beijing verrijzen.

In Lize, in het zuidwesten van Beijing, maken woonkazernes plaats voor een derde financiële centrum van de stad. En in Daxing, in het zuiden, moet een tweede vliegveld komen om Beijing Capital International Airport te ontlasten.

Vastgoedzeepbel

Het is niet verwonderlijk dat de aannemers en de projectontwikkelaars de nieuwe rijken van China zijn. Zij profiteren ten volle van de Chinese bouwwoede.

Economen vragen zich intussen af of er geen sprake is van een Chinese vastgoedzeepbel. Zij vrezen voor spooksteden die nooit en te nimmer rendement opleveren.

China kent inderdaad spooksteden die door opportunistische stadsbesturen uit de grond zijn gestampt en waarvan moet worden afgewacht of ze ooit bevolkt zullen worden. Er zijn ook appartementencomplexen waar bijna niemand woont, maar waar desondanks alle appartementen zijn verkocht. Simpelweg omdat Chinezen liever in een tweede (of derde, of vierde) huis investeren, dan hun geld tegen een lage rente op een spaarrekening te zetten of hun geld in de mallemolen van de Chinese aandelenmarkt te steken.

Maar de andere kant is dat in veel grote steden met een tekort aan woon- en kantoorruimte kampen. Uit onderzoek blijkt dat slechts 4,4 procent van alle kantoorruimte in Beijing leeg staat. Een lage frictieleegstand is slecht voor de zaken: groeiende bedrijven kunnen niet uitbreiden of naar een betere plek verhuizen, waardoor er geen ruimte vrijkomt voor nieuwe toetreders en de vierkante-meterprijzen worden opgedreven.

Het Chinese statistiekbureau onderzoekt urbanisatie in chinamaandelijks de huizenprijzen in 70 grote steden. Alleen in Wenzhou is een huis in een jaar tijd minder waard geworden (-1,5 procent). De grootste gemiddelde prijsstijging is in Shanghai (+21,4 procent), op de voet gevolgd door Beijing (+21,2 procent).

De paradox doet zich voor dat een groeiende groep starters op de woningmarkt geen huis kan vinden, terwijl een eveneens groeiende groep zijn tweede woning leeg laat staan.

De Reis door China in 48 Dagen gaat verder op donderdag 12 juni: de Internationale dag tegen de kinderarbeid.