Zaterdag 9 augustus is de dag van de inheemse volkeren. China kent 56 bevolkingsgroepen. Maar hun uniciteit verdwijnt snel.

Alle Chinezen lijken op elkaar. Nou, ik dacht het niet. Wie de geschiedenis van China kent of eenvoudigweg naar de wereldbol kijkt, zal begrijpen dat er een grote etnische verscheidenheid is.

De Chinese geschiedschrijving gaat terug tot 2205 voor Christus. Dan ontstaat volgens Chinese historici het begin van een nieuw land in Centraal-China. Hoewel historici over de wereld twijfelen over deze Xia-dynastie, wordt deze periode in China beschouwd als het begin van een rijk dat inmiddels bijna 5.000 jaar bestaat.

Het land China komt echter voort uit de eerste keizerlijke dynastie. In 221 voor Christus zorgt koning Ying Zheng voor een sterk leger en een sterk bestuur en hij onderwerpt zes naburige vorstendommen. Hij is zo tevreden dat hij zich tot keizer Shi Huang Di (eerste Keizer) laat kronen.

De Qin-dynastie zal uiteindelijk niet lang heersen, maar het vormt de basis van het huidige China. Al was het maar omdat hij een begin maakt met de Chinese Muur en het Terracota-leger nalaat.

In de loop der tijd groeit en krimpt het keizerrijk in omvang. Andere volkeren worden onderworpen en worden weer door anderen veroverd of maken zich vrij.

Het Chinese rijk is op zijn grootst onder de Qing (1644-1912). Dan omvat het keizerrijk het gebied dat nu ook tot de Volksrepubliek behoort, inclusief Mantsjoerije, Tibet en Xinjiang. Zelfs Mongolië behoorde toen tot China. Maar de Chinezen denken liever terug aan de Ming, want de Qing-dynastie staat gelijk aan verval en een periode die in China met ‘de eeuw van de vernedering’ wordt aangeduid.

Na de burgeroorlog en de Tweede Wereldoorlog ontstaat de Volksrepubliek zoals we die nu kennen. Xinjiang en Tibet worden ondanks dromen over zelfstandigheid onder controle van Beijing gebracht.

Mao stuurt sociologen op pad om de verschillende volkeren binnen de grenzen te beschrijven. Het team stuit al snel op honderden groepen die zichzelf als een uniek volk beschouwen. De Chinese leiders willen echter de nadruk leggen op de samenhang van de jonge republiek, niet op de verschillen. De term volk gaat in de ban en de term etnische groep wordt geïntroduceerd. Zij komen uiteindelijk tot de beschrijving van 56 etnische groepen. Enkele groepen worden op een hoop geveegd, waarbij andere juist als aparte groep worden gedefinieerd, denk aan de Hui die nauw aan de Han zijn verwant, maar toevallig moslim zijn.

Gebieden met een substantiële minderheid krijgen de status van autonome regio met enige mate van bestuurlijke autonomie. De Chinese grondwet garandeert etnische groepen de vrijheid om hun cultuur, taal en geloof te behouden. Ook zijn erkende minderheden vrijgesteld van de eenkindpolitiek.

Anno 2014 bestaat de Chinese bevolking grotendeels uit Han-Chinezen: 91,51 procent. De grootste etnische groepen zijn de Zhuang (16,9 miljoen), Hui (10,5), Manchu (10,3) en Oeigoeren (10 miljoen).

Wie door China reist (of goed om zich heenkijkt in de trein) ziet grote verschillen tussen de mensen. Bewoners uit het noord-oosten zijn duidelijk langer. Chinezen uit het zuiden hebben trekjes die we uit Thailand of de Filipijnen herkennen. Tibetanen zijn duidelijk verwant aan de inwoners van India en Nepal. En Oeigoeren lijken meer op Turken dan op de meeste Chinezen.

Zoals veel jonge staten probeert China een eenheid te bouwen. De invoering van het standaardmandarijn is daar een voorbeeld van. Minderheden mogen dan het recht hebben op onderwijs in hun eigen taal; wie geen putonghua spreekt heeft minder kansen op de arbeidsmarkt. Ook grote taalgebieden als het Kantonees verdwijnen. Over dertig jaar spreekt iedereen standaardmandarijn.

Grenzen van autonome regio’s en provincies worden gecorrigeerd om de etnische verhoudingen te beïnvloeden. Han-Chinezen worden met belastingvoordelen en subsidies gestimuleerd zich over China te verspreiden. Tegenwoordig is Tibet de enige regio in China waar de oorspronkelijke etnische bevolking nog in de meerderheid is.

De Chinese overheid is er altijd vanuit gegaan dat etnische verschillen in de loop der tijd zouden verdwijnen. En in veel regio’s betekent een eigen taal, gebruiken en klederdracht niet meer dan een toeristenattractie.

In regio’s waar dat anders is probeert de Chinese staatMinderheden in China dat proces te versnellen. In onrustige regio’s als Xinjiang en Tibet worden het geloof actief ontmoedigd. Waar elders in China de eenkindpolitiek wordt versoepeld, overweegt men in Xinjiang de bevolkingspolitiek juist in te voeren om de snel groeiende populatie moslims af te remmen.

 

De Reis door China in 48 Dagen gaat verder op dinsdag 12 augustus: internationale dag van de jeugd.