hDit voorjaar liep ik stage bij de Science, Technology & Innovation afdeling van de Delegatie van de Europese Unie in Beijing. Het was onbetaald hard werken, maar ik kon een paar maanden lang meedraaien met collega’s uit China en alle hoeken van Europa. En ik kon een hoop opsteken over een thema dat voor zowel de EU als voor China van groot belang zal zijn in de komende jaren: innovatiesamenwerking.

Voor ik op de vacature voor een stageplek werd gewezen door een vriendin, wist ik niet eens dat er een Europese Delegatie in Beijing was. Ik had zelfs nog nooit van de Externe Dienst van de Europese Unie gehoord. Dat is de organisatie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het Europese buitenlandbeleid.

Mijn eigen kennis over de EU was blijven steken bij “ik weet dat Europa belangrijk is, maar ik heb geen idee waarom en hoe”. Naast dat ik tijdens deze stage leerde over EU – China betrekkingen, bleek het meteen een mooie kans om mijn kennis op het gebied van de Europese integratie wat bij te spijkeren.

De EU en China

Sinds het Lissabonverdrag van 2009 werken de EU-lidstaten meer samen in de rest van de wereld. De 140 EU delegaties wereldwijd houden zich enerzijds bezig met het onderhouden van de bilaterale betrekkingen tussen de EU en het gastland; en anderzijds met het coordineren van de 27 lidstaten. Op ambassadeursniveau en op de verschillende thema’s (van handel tot mensenrechten), komen regelmatig vertegenwoordigers samen om de samenwerking met elkaar en met China te bespreken. De afdeling voor handel is in China verreweg de grootste.

De twee taken zijn in de praktijk niet altijd te scheiden, aangezien ook de bilaterale samenwerking van de EU met landen als China ten behoeve van de lidstaten is. Bijvoorbeeld: een bezoek aan de Chinese Academie van Wetenschappen waarbij de EU het Europese programma voor onderzoeksfinanciering Horizon 2020 presenteert, maar waarbij ook 14 Wetenschapsattaches van verschillende Europese ambassades aansluiten om zichzelf en hun eigen onderzoeksprogramma’s aan Chinese partners voor te stellen.

Over het algemeen zijn de mensen bij de verschillende ambassades positief over de delegatie. De lijntjes via Brussel lopen soms wat langzaam, maar de krachten van de lidstaten bundelen via de delegatie is vaak een goed idee.

Voor kleinere EU-lidstaten biedt samenwerking een kans om mee te doen op onderwerpen waar ze zelf niet genoeg mensen en geld voor hebben, maar ook de grote lidstaten nemen actief deel aan de EU bijeenkomsten. Attaches uit de lidstaten vertelden me dat ze in het begin wat sceptisch waren over wat de EU delegatie voor hen zou kunnen betekenen, maar dat ze na een paar maanden waren overtuigd van de meerwaarde van samenwerken en het verdelen van taken met andere lidstaten in coördinatie met de EU. Ook Chinese partners vinden de delegatie een handig aanspreekpunt als aanvulling op de bestaande samenwerking met individuele lidstaten.

EU-China Innovatiesamenwerking

Op de afdeling waar ik werkte, zijn urbanisatie en innovatie de twee belangrijkste thema’s van dit moment. In China nemen de investeringscijfers voor innovatie ieder jaar met zo’n 20% toe en ook in Europa is het een steeds belangrijker thema. Het commercieel toepasbaar maken van nieuwe, liefst ook groene technologie wordt als oplossing gezien van maatschappelijke problemen als klimaatsveranderingen en vergrijzing.

Vorig jaar werd er een akkoord voor innovatiesamenwerking getekend en dit jaar beginnen de plannen concreet te worden. Urbanisatie en landbouwmodernisering (want al die nieuwe stedelingen moeten nog steeds eten) zijn onderwerpen die beide partijen interessant vinden en zijn daarom een logisch startpunt.

De eerste EU-China Innovatiedialoog, tussen leiders van de betrokken ministeries, wordt in november gehouden. Met de voorbereidingen van zo’n gesprek van een paar uur zijn veel mensen wel een jaar bezig! Het uitwerken van de plannen vindt plaats op allerlei niveaus: van onderzoekers tot regeringsleiders en van de medewerkers van alle EU lidstaatambassades tot mensen uit het bedrijfsleven.

Die partijen hebben het niet altijd makkelijk bij het vinden en begrijpen van elkaar. De samenwerking in innovatie tussen de EU en China bouwt op de al bestaande samenwerking in onderzoek. Innovatie gaat echter verder dan samen onderzoek of het doen van R&D: het is de bedoeling dat de samenwerkende partijen uiteindelijk ook de markt op gaan met nieuwe producten.

Nu maken onderzoeksinstituten en bedrijven vaak individuele afspraken over hoe het dan bijvoorbeeld gaat met de registratie van patenten, maar de EU hoopt over dit soort randvoorwaarden ook betere afspraken te maken met China. Maar door het grote aantal instellingen aan zowel Chinese als Europese kant, is het een grote uitdaging alle goede partners aan tafel te krijgen.

En als iedereen dan uiteindelijk met elkaar aan tafel zit, begint het pas. Want, zo hoorde ik regelmatig van zowel Chinese als Europese onderzoekers en diplomaten, wat is innovatie nou eigenlijk? En waar moet innovatie in China zich vooral op gaan richten? Is dat overheidssteun aan de topsectoren of is het juist de decentralisatie van financieringsstromen en steun aan MKB?

Waarom staan onderwijshervormingen niet meer centraal in het creeëren van een innovatieve samenleving? En wat is de rol van internationale samenwerking binnen de Chinese innovatiestrategie, die als expliciet doel heeft onafhankelijker te worden van andere landen in de ontwikkeling van technologie?

Innoveren doe je in de taxi

Over de rol van de Chinese overheid bij het stimuleren van innovatie bestaat veel cynisme. Een goed voorbeeld hiervan is het onbegrip over het verbod op smartphone apps die gebruikers hielpen snel een taxi te vinden. Voor een klein bedrag kon je via de app contact opnemen met een taxichauffeur in de buurt die al in de goede richting aan het rijden was om jou op te pikken.

De gemeente Beijing verbood deze apps en ontwikkelt nu een centraal platform voor het bestellen van taxi’s, zonder veel van de geliefde opties van de eerdere commerciele varianten. Veel mensen maakten de link met innovatie: “Ja, zo wordt onze economie nooit innovatiever”.

Dit cynisme komt misschien voort uit het feit dat ‘innovatie’ al jaren een van de meestgebruikte politieke buzzwords is. innovatie in ChinaIn het 9e Vijfjarenplan werd het 5 keer gebruikt; in het meest recente 12e Vijfjarenplan maar liefst 130 keer (ter vergelijking: het woord ‘harmonie’ staat er 11 keer in).

In de stadsslogan van Beijing komt het voor naast termen als ‘vaderlandsliefde’ en ‘deugd.’ Ondertussen wordt het maar weinig gedefinieerd. Iedereen vult het daarom in naar believen, zoals dat wel vaker gaat met socialistische leuzen.

Ook dat proces genereert innovatieve ideeen en gelukkig gebeurt er nog veel meer aan innovatie dan duidelijk wordt uit de beleidsdocumenten van de centrale overheid. Juist omdat ‘innovatie’ in alle vormen zo belangrijk is voor de verduurzaming van de Chinese economie (die minder afhankelijk van export en goedkope arbeidskrachten moet worden) is echter ook de richting die de overheid op wil van belang. Op dat niveau gaat verandering vaak traag, maar het was ontzettend leuk en leerzaam om mee te maken hoeveel mensen druk bezig zijn met de invulling daarvan.