Sinds ik in Shanghai woon blijf ik in de vakantie het liefst thuis. Niet dat ik niet nieuwsgierig ben naar nieuwe interessante steden, integendeel. Maar hiervoor hoef ik niet veel verder dan 22 verdiepingen met de lift naar beneden. Ik stap op de fiets en verdwijn in een van de groene straatjes van de Franse concessie. Veel exotischer, mooier of kosmopolitischer kan het voor mij niet meer.

Hoe komt de meest dynamische stad van Azië aan een Europees aandoende wijk met honderden lieflijke platanenstraatjes, over een oppervlak van meer dan 20 km²? Met een stratenplan dat de afgelopen honderd jaar amper is herzien, terwijl in China alles dat oud was in de 20e eeuw feitelijk verdwenen is?

Ontsnapt aan vernietiging

Ik heb in veel Chinese steden projecten gedaan, maar ben eigenlijk nog nooit een aantrekkelijk oud stukje Chinese stad tegengekomen, zoals het in bijna elke Europese plaats vanzelfsprekend is dat je kunt wandelen in de dezelfde straatjes als je voorouders. In de turbulentie van de 20e eeuw is in Chinese steden de stadsplattegrond twee keer schoongeveegd, en zijn de culturele symbolen van eerdere generaties weggevaagd.

Eerst bij – wat in China de bevrijding heet – toen in 1949 de communistische partij aan de macht kwam, en al het erfgoed heeft vernietigd. Vervolgens kwam daarover nog eens de mega-verstedelijkingsgolf die alle oude bebouwing nagenoeg heeft doen verdwijnen. Een paradox van de Chinese stad is dat gedurende de purge van de 20e eeuw juist de buitenlandse bebouwing gespaard is gebleven, en dat de weinige aantrekkelijk stukjes oude stad die ik in China heb gezien eigenlijk zonder uitzondering voormalige concessiegebieden betreft.

Niet alleen in Shanghai

In China zijn veel voormalige concessiegebieden in allerlei soorten en maten. Heel bekend zijn de concessies in bijvoorbeeld Qingdao, met uitgestrekte Duitse villawijken aan het strand, Guangzhou met het Shamian concessie-eiland, en Wuhan waar de historische bebouwing van het Hankou district langs de rivier in schoonheid en uitstraling in de buurt komt van de Shanghainese Bund. Maar er is nog veel meer.

Onlangs deed ik een project in de relatief onbekende stad Wuhu in Anhui, waar langs de Yangtze ook een flink treaty port gebied uit de tweede helft van de 19e eeuw bestaat. Met katholieke kerken, belastingkantoren en douanegebouwen. Historische pakhuizen langs de rivier zijn voor de rijke middenklasse van de stad omgebouwd tot galerieën, en een wijn-entertainment-mall met een hele aangename Europese feel. Overigens wil de ironie van de geschiedenis dat één van de oprichters van de CCP, Wang Jiaxang, juist op de internationale school in Wuhu werd onderwezen in de grondbeginselen van de Russische revolutie, en daar later zijn voordeel mee heeft gedaan.

Concessies en verdragen

Historisch gezien wordt de oorsprong van de gebieds-concessies (extra-teritorialiteiten) verklaard uit de ernstige verzwakking van het Chinese rijk aan het begin van de 19e eeuw. Na series oorlogen waren westerse mogendheden in staat eigen territoria te claimen op strategische posities in het Chinese rijk, met autonome belastingheffing en rechtspraak. In het verlengde hiervan ontstond een eigen stadsontwikkeling met alles wat daarbij hoort, van huisvesting, vermaak en transport tot watermanagement.

Aan het einde van de 19e eeuw was Shanghai de grootste internationale handelspost. Het oppervlak van de stad bestond voor tweederde uit de Engelse, Amerikaanse en Franse (in omvang de grootste) concessies. Shanghai zou explosief groeien vanaf 1850 tot de Japanse bezetting rond 1940.

Klik op de afbeelding voor een grote versie

Parijs van het oosten

Stadsplattegronden van Shanghai uit de jaren dertig laten Franse straatnamen zien in de concessie. De huidige Huaihai Road heette Avenue Joffre en Hengshan Road heette Avenue Petain. Het stratenpatroon van de concessie met zijn blokken en diagonalen, refereert aan het Hausmannianse Parijs van de 19e eeuw. De diagonale straten in Shanghai zoals Fenyang Road en Donghu Road, zijn ook nu nog bijzondere en herkenbare stads-assen.

Frappant is dat de geregistreerde Franse populatie rond het hoogtepunt in 1930 toch maar 2400 Fransen telde, in een wijk met meer dan een half miljoen inwoners. De grote westerse invloed in Shanghai is de facto gerealiseerd met kleine aantallen westerlingen. In 1930 telde Shanghai overigens ook 200 Nederlanders. Wie nu gaat zoeken in Franse concessie, vindt nog een aantal woningbouwcomplexen die met Hollands geld door Hollandse banken ontwikkeld zijn.

Gered door de bidet

Zelf begrijp ik nooit goed waarom juist de “foreign concessions” in de Chinese steden goed bewaard zijn gebleven, terwijl het Chinese erfgoed verdwenen is. De westerlingen met hun extraterritoriale gebieden en economische en militaire overmacht waren zeker nooit populair onder de Chinese bevolking.

In het boek “Building Shanghai” komen een aantal mogelijke redenen aan de orde. Nadat de CCP aan de macht kwam leed de bestuurlijke slagkracht onder interne conflicten, en was een daadkrachtig verwijderen van zowel het eigen erfgoed als dat van de buitenlanders een te veelomvattende taak, en werden eerst maar de eigen tempeltjes verwijderd.

Na de bevrijding van Shanghai in 1949 werden de meeste buitenlandse bezittingen onteigend en herverdeeld onder de bazen van de CCP, het leger en delen van de bevolking. De gebouwen van de buitenlanders waren te talrijk en te goed om zomaar te slopen, en konden prima gebruikt worden door de nieuwe machthebbers. Villa’s werden ingericht op huisvesting van een familie per kamer. De talrijke luxe hotels in Shanghai kwamen ter beschikking van het leger. De plattelandssoldaten uit het boerenleger van Mao mochten zich in Shanghai als beloning vergapen aan de luxe van bad en bidet.

Mooiste wijk ter wereld

Na 30 jaar van stilstand en verwaarlozing en 40 jaar van turbo-dynamiek na 1949, is de Franse concessie is zonder enige twijfel één van de interessantste en opwindendste stukken stad ter wereld, mijns inziens vergelijkbaar met de Eichampla in Barcelona en het Manhattan van New York. Het Europese raamwerk van blokken en straatjes uit het pré autotijdperk is schoksgewijs op Aziatische wijze gemoderniseerd, met superhoogbouw, schitterende mega-malls en culturele voorzieningen, zonder dat de primaire structuur significant is aangetast. Op elke straathoek zijn de worstelingen van de geschiedenis afleesbaar. Historische gebouwen zijn geïntegreerd in nieuwe ensembles. Megadrukte wordt afgewisseld met stille groene villastraten. De bereikbaarheid is zeer goed met de vele metrostations en autosnelwegen die langs het gebied zijn aangelegd.

Identiteit in de 21e eeuw

In zekere zin kun je de Franse concessie zien als een mogelijk sjabloon voor de gemondialiseerde 21e eeuwse stad met een onverwoestbare identiteit; ontstaan uit een bewogen en kosmopolitische geschiedenis en rijk aan contrast. Contrast tussen oud en nieuw, groot en klein, arm en rijk, mooi en lelijk, oost en west, Europees en Aziatisch, geschiedenis en vandaag, toegankelijk en exclusief,  glanzend en verweerd, bohémien en corporate, en tussen nostalgisch en toekomstgericht.

 

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van informatie uit “Building Shanghai” door Edward Denison & Guang Yuren en “Treaty ports in modern China” door Robert Bickers e.o.