Op een warme zomeravond in Chongqing liep ik met Dosar en zijn zus Yueyue door de woonwijk waar Dosar’s schoonouders een appartement hadden. Dosar en zijn vrouw woonden al jaren in hetzelfde appartement, samen met twee katten. Een koppeltje gehuld in identieke pyjama’s kwam ons tegemoet. Het bleken bekenden van Dosar te zijn die een appartement huurden dat hij binnenkort zou kopen. In eerste instantie dacht ik dat de tijd eindelijk was aangebroken waarop Dosar en zijn vrouw hun intrek zouden nemen in hun eigen stekkie, maar niets bleek minder waar.

Dosar’s ouders zijn erg bescheiden en wonen in het noorden van China, in een voor Chinese begrippen kleine stad met zo’n 2 miljoen inwoners. Hele andere types dan Dosar’s schoonouders, die duidelijk deel uitmaken van China’s nieuwe middenklasse. Dosar’s schoonvader heeft in Afrika gewerkt en hoewel hij enkel Chongqing-dialect spreekt en geen enkele buitenlandse taal heb je wel het idee dat je te maken hebt met iemand die wat meer van de wereld gezien heeft. Net als zijn vrouw bruist hij van Chongqing-temperament; ze zijn luidruchtig en altijd nadrukkelijk aanwezig. Heel anders dan Dosar’s ouders, die meestal de rust zelve zijn. In alles wat ik zag waren de twee echtparen elkaars tegenpolen.

Dosar’s vrouw, die hij in zijn studententijd in Chongqing ontmoet heeft, was een van de redenen dat hij niet was teruggekeerd naar Noord China. Terwijl Dosar in Yueyue nog een oudere zus heeft is zijn vrouw enig kind. En dat was te merken. Ze was veeleisend, kieskeurig en met hetzelfde volume in haar stem als haar ouders altijd prominent aanwezig. In het huwelijk is zij overduidelijk degene met de broek aan.

Zoals de samenleving van hen verwachtte waren Dosar en zijn vrouw nog voor ze dertig waren getrouwd. Drie jaar later was, volgens dezelfde opgelegde planning van de samenleving, hun eerste kind op komst. Het appartement dat Dosar had gekocht was echter niet bedoeld voor zijn nieuwe gezinnetje, maar voor zijn ouders.

Verzorging door grootouders

We kennen allemaal de verhalen over de 60 miljoen kinderen die door hun ouders, die in de fabrieken aan de oostkust gingen werken, op het platteland zijn achtergelaten (kijk de indrukwekkende documentaire The Last Train Home maar eens). Minder bekend zijn de statistieken over depressies onder een derde van deze oma’s die deze kinderen verzorgen en dat 40% van deze kinderen problemen heeft met de ontwikkeling van cognitieve vaardigheden.

We kennen misschien ook de verhalen over grootouders, veelal op 60-jarige leeftijd of nog eerder gepensioneerd, die tijdelijk bij hun (schoon)kinderen intrekken om mee te helpen in de verzorging van hun kleinkinderen. Onderzoek uit 2013 wees uit dat 60 – 70% van kinderen onder de 2,5 jaar en 40% van kinderen boven de 3 jaar worden verzorgd door grootouders. In steden als Shanghai is dat percentage zelfs 90%. Vaak wordt dit gedreven door pure noodzaak, omdat beide ouders fulltime moeten werken en niet rond zouden kunnen komen van één inkomen, terwijl de beperkte beschikbaarheid en kosten van kinderopvang het vaak een onbereikbaar alternatief maken (overigens heeft onderzoek aangetoond dat toename van het aantal dagverblijven niet leidt tot een significante afname van hulp door grootouders). Sommige westerlingen krijgen een warm gevoel bij die sterke familieband in China. Dat is hier in het individualistische Nederland toch heel anders. Zelden horen we hoe het enorm kan misgaan.

Traditioneel worden vrouwen na het huwelijk onderdeel van de familie van hun man. In vervlogen tijden nam een kersvers koppel haar intrek in een van de zijden van zo’n typisch Chinees huis met een binnenplaats. Aan de ouders van de bruid werd dan een bruidsschat uitgekeerd ter compensatie van het ‘verlies’ dat ze leden. Er bestaan diverse verhalen, ook nu nog, over de slechte verhouding die daarna vaak ontstond tussen schoonmoeder en schoondochter, waarbij de laatste door de eerste vaak niet al te best behandeld wordt.

Binnenlandse cultuurverschillen

In dit verhaal gaat het anders. Zodra hun kleindochter geboren was daalden de ouders van Dosar uit het relatief koele noorden af naar Chongqing, dat vanwege het hete klimaat bekend staat als een van de ‘ovens’ van China. Ze namen hun intrek in het appartement dat hun zoon gekocht had en op steenworp afstand lag van het appartement van Dosar’s schoonouders. Als de zon opkwam meldden ze zich plichtsgetrouw bij het appartement van hun zoon’s schoonouders terwijl Dosar en zijn vrouw vetrokken naar hun werk. Dosar had een eigen bedrijfje en werkte zes dagen per week, zijn vrouw werkte vijf dagen per week bij een mediabureau. Het weekend hadden ze nodig om bij te komen. Dosar’s ouders en schoonouders werden zeven dagen per week aan het werk gezet.

Niet alleen het weer was heet, ook het typische eten in Chongqing, ooit onderdeel van de provincie Sichuan, is over de hele wereld bekend om haar pittigheid. Als echtpaar dat de zestig inmiddels gepasseerd is bleek het voor Dosar’s ouders niet makkelijk om hun eetgewoonten nog eens aan te passen en wat ze tijdens de gezamenlijke maaltijd ’s avonds voorgeschoteld kregen was letterlijk en figuurlijk moeilijk te verteren. Tegelijkertijd klaagde Dosar’s schoonouders over het smakeloze eten dat hen door zijn ouders werd geserveerd.

Al snel deed de eerste frictie zich voor. De eenkindspolitiek en schandalen zoals die met het melkpoeder in 2008 hebben in China geresulteerd in een algehele paranoia en overbezorgdheid voor alles wat met kinderen te maken heeft. Dosar’s moeder, die zelf in de jaren ’80 toch twee gezonde kinderen had grootgebracht werd continu door de anderen op de vingers getikt over wat ze allemaal verkeerd deed. En ze kon eerlijk gezegd al die uitgebreide instructies en de juiste volgorde van handelingen bij het verschonen en wassen van haar kleinkind niet goed onthouden. Soms kreeg ze zelfs op haar donder voor fouten die anderen maakten en zij schijnbaar had moeten voorkomen. Ze is daarmee een van de Chinese grootouders die leven met de constante angst voor ongelukjes waar de daadwerkelijke ouders, die zelf nauwelijks leren hoe ze een kind moeten opvoeden, hen de schuld van zouden kunnen geven.

Smoesjes

Ook Dosar’s vader had het er niet makkelijk mee. Als hij probeerde te helpen in de keuken werd hij door de kieskeurige schoonouders van zijn zoon voortdurend verteld wat hij niet goed deed. Binnenlandse cultuurverschillen kwamen steeds meer bovendrijven. Uiteindelijk barstte de bom en vertrok hij, terug naar zijn woonplaats in het noorden, met een smoesje dat hij ziek was en alleen daar medische hulp kon krijgen (het laatste was waar, het eerste niet). Dosar’s moeder bleef alleen achter. Een klein lichtpuntje was dat haar dochter, Yueyue, die ze slechts een keer per jaar zag, haar in de hete Chongqing-zomer op kwam zoeken. Yueyue stond perplex toen ze er door haar broer op werd aangesproken dat hun moeder zomaar een ‘dagje vrij’ had gevraagd om tijd door te brengen met haar dochter. Schijnbaar was het voor hem niet voldoende dat de tweede oma die dag voor de kleine zorgde.

Uiteindelijk resulteerde dit alles in een enorm conflict binnen de familie. Dosar beloofde op zoek te gaan naar een ayi, een huishoudelijke hulp, zodat zijn moeder, die met de dag depressiever leek te worden, terug kon naar het noorden. Tenminste, voor een maandje of twee dan, als het aan hem lag. Toen de dag waarop deze ayi zou beginnen arriveerde, vertelde hij zijn moeder echter dat de ayi het had laten afweten vanwege een zieke in haar familie. Zoals zo vaak in China was het de vraag in hoeverre de betrokkenen de waarheid spraken. Sporadische horrorverhalen over problemen met ayi’s zorgen in China voor een algeheel wantrouwen dat best wel eens een reden geweest zou kunnen zijn voor het annuleren van de afspraak.

Yueyue stond er echter op dat haar moeder, die langzaam ook steeds meer voor zichzelf begon op te komen, zou terugkeren naar haar woonplaats. Na verhitte discussies gingen Dosar en zijn vrouw uiteindelijk akkoord. Dosar’s moeder vertrok noordwaarts en leek zo van haar herwonnen vrijheid te genieten dat ze iets deed wat ze nog nooit gedaan had: ze ging op een binnenlands reisje om de graslanden van de provincie Binnen-Mongolië te zien. Maar terwijl ze over die vlakten uitkeek zal ongetwijfeld in haar achterhoofd rondgespookt hebben wat haar zoon tegen haar zei toen ze Chongqing verliet. “Mocht er ooit iets met mijn dochter gebeuren, dan is dat te wijten aan jouw afwezigheid en zal je niet alleen een kleindochter maar ook een zoon kwijtraken.”