Vorige maand kregen we onverwacht bezoek van een delegatie van de Staats-TV (CCTV), geïntroduceerd door een vriend van ons, de hoofd-editor van de officiële promotie-website onzer Dehong-prefectuur. Dehong bleek een nieuwe wind te gaan bevaren en mee te dingen in een groots opgezette wedstrijd tussen prefecturen/steden uit het hele land, om toerisme en de lokale economie op gang te helpen. Onze vriend sloeg twee vliegen in één klap. Hij hielp de show aan materiaal en óns aan beter contact met de overheid.

Mijn verschijning viel onder het thema “schuif mee aan”, alsof lekker eten mijn voornaamste doel in Dehong was. Maar twee echte zaken zouden op dat podium toch luid en duidelijk naar voren komen: (1) mijn verleden als specialist op een belangrijke taal binnen de prefectuur (of in ieder geval op “iets” belangrijks wat te rijmen viel op lekker eten) én (2) het bestaan van Prop Roots – bij naam genoemd! – plus waar de organisatie globaal voor staat, uiteraard zonder vermelding van de scherpe kantjes. Een acteur ging naspelen hoe ik 27 jaar geleden voor het eerst in een Jingpo-dorpje kwam, dus mijn verhaal leek wel als rode draad van de hele show te gaan fungeren.

Een grote ommezwaai nietwaar? In plaats van steeds maar onder het tapijt geveegd te worden dan nu ineens met het hoofd van de prefectuur samen op het podium. Wellicht prijkte ik straks op promotie-posters op het vliegveld, vol ornaat in Jingpo-kleding, om toeristen te verwelkomen! In het belang van Prop Roots hebben we dus toch maar ja gezegd.

Na een kleine week van slepende repetities hier in Mangshi vertrokken we dan naar Beijing voor de uiteindelijke klus. Op het vliegveld kreeg de hele ploeg van meer dan 200 mensen een vrolijk lichtgroen shirt aan. Ook de diverse hooggeplaatsten droegen dat consequent, wat bijdroeg aan de tamelijk egalitaire sfeer. Sowieso was me opgevallen dat de hoogste bestuurders op prefecturaal niveau beschaafder en ontwikkelder overkwamen dan hun evenknieën één of twee niveaus lager.

Maar het kon me allemaal niet echt vrolijk maken. Ik ben niet zo chauvinistisch aangelegd, hoewel je best zou kunnen zeggen dat ik bovengemiddeld veel voor de prefectuur gedaan heb. Feit bleef immers dat ik daar als enige rondliep die rechtstreeks met de negatieve kanten van de maatschappij betrokken is. Jaja, mooi Dehong, met een mooi klimaatje, lekker eten, en dat vrolijke multi-ethnische klederdracht-gedoe en zo… Maar in de dorpen woedt de drugs-epidemie nog steeds, en andere urgente thema’s zoals vrouwenhandel, prostitutie, hiv-aids en hepatitis schieten dan ook dadelijk door mijn hoofd…

Hoe anders is het gelopen dan ik me had voorgesteld! Het was een veel grotere show, zodat mijn verhaal slechts één uit vele was. En we merkten dat ik in de diverse digitale berichten toch niet of nauwelijks vermeld wordt en vrijwel nooit in beeld ben. Het lijkt er op dat de oude barrières op subtiele wijze toch weer opgeworpen zijn. Niks “visitekaartje” van de prefectuur…

Voorspelbaar – achteráf gezegd dan. Toch was dit nuttig, als verder stapje richting erkenning. Een erkenning die op zich slechts middel is, niet het doel.

Een leuk contrast. De linker-foto toont hoe “Anton” op het podium uit zijn dak gaat van de nieuwe smaakervaringen, als hij voor het eerst in Dehong komt. Rechts zie je de echte Anton aan tafel in het echte Jingpo-dorp, zo’n 25 jaar geleden. De wilde groenten die we aten zijn nu vrijwel uitgestorven.