Demonstranten in Hong Kong eisen democratie

Foto: Willem Jan de Hek

Dinsdag vond één van de grootste demonstraties in de recente geschiedenis van Hong Kong plaats. Honderdduizenden burgers gingen de straat op om hun onvrede te uiten en zo te ‘vieren’ dat Hong Kong 17 jaar geleden veranderde van een Britse kroonkolonie in een Chinese stad met speciale rechten. Van het toegekende recht op vrijheid van meningsuiting en samenkomst werd in het afgelopen decennium nog nooit zo massaal gebruik gemaakt als gisteren. Hong Kongers zijn boos, bang en vastberaden om met hun voeten te stemmen, nu de invloed van Beijing steeds meer toeneemt. Ik was niet de enige die kippenvel kreeg toen de menigte een Cantonese versie zong van het lied ‘Do you hear the people sing, singing a song of angry men?’ uit de film Les Miserables. Eensgezind trotseerden demonstranten hitte en regen om urenlang ‘op de barricade’ te staan en uiting te geven aan hun frustraties. De aanleiding om mee te lopen was voor veel mensen verschillend want Hong Kong heeft heel wat redenen om zich zorgen te maken over de toekomst. De 1 Juli Mars vond dit jaar plaats na een stormachtige maand die qua drama-dichtheid niet onder deed voor een politieke soap.

Kiezel in de vijver

“Dit is de eerste keer dat ik een stembiljet invul en misschien wel de laatste, daarom doe ik mee” gaf een pessimistische zestiger als verklaring voor zijn deelname aan het onofficiële referendum dat vorige week in de aanloop naar de mars plaatsvond. Met de verkiezingen van 2017 voor de deur, willen Hongkongers een ‘echte’ democratische stemming terwijl Beijing zeker wil stellen dat de nieuwe leider van Hong Kong loyaal is aan de Partij. Bijna een vijfde van de 7 miljoen Hongkongers deed mee aan het referendum dat door de Chinese staatsmedia ‘illegaal’ en ‘een farce’ werd genoemd. Het was een veel grotere opkomst dan organisatoren verwachtten. Dit alles dankzij de tweede kiezel die in de vijver werd gegooid: het Witboek over Hong Kong dat Beijing op 10 juni publiceerde. In niet mis te verstane bewoordingen wordt hierin duidelijk gemaakt dat China haar geduld met Hong Kong langzaam begint te verliezen; ‘één land twee systemen’ werkt alleen als de loyaliteit aan het moederland voorop staat. Voeg daarbij nog een woedende menigte die regeringsgebouwen met bamboestokken bestormden wegens ‘vriendjespolitiek’ in twee immense bouwprojecten (new towns), en je hebt de perfecte opmaat voor een historisch moment; de 1 Juli Demonstratie van 2014.

Jeuk

demonstranten in Hong Kong eisen democratie

Foto: Willem Jan de Hek

Eerdere 1 Juli betogingen hebben soms controversiële politieke beslissingen terug kunnen draaien. Zo werd in 2003 naar aanleiding van de mars een wet herzien die strenge veiligheidsmaatregelen zou toestaan. In de mars van 2012 werd geprotesteerd tegen de invoering van nationalistisch curriculum dat Beijing ook op Hongkongse scholen verplicht wilde stellen. De datum van invoering is door de heftige protesten een aantal jaar uitgesteld. Toch is de situatie deze keer anders. Het gaat nu niet om een wet of een sector, maar om grote woorden als ‘democratie’ en ‘vrijheid’. Woorden waar Beijing jeuk van krijgt en woorden die het meest onverzettelijke in Hongkongers naar boven haalt. De Occupy Central beweging gebruikte 1 juli om te oefenen voor een ontwrichtende sit-in deze zomer, die het financiële hart van de stad kan lamleggen. Zo wil ze een politieke beslissing over de 2017-verkiezingen afdwingen.

Identiteitscrisis

Wie als eerste in moet binden, zal de tijd leren. Maar Hong Kongs antagonistische uitingen zijn juist ook een teken van onzekerheid. Onlangs gaf Alice Wu een expert op het gebied van Aziatische politiek een interessante analyse in de South China Morning Post. Zij stelt dat het ‘één land twee systemen’ beleid in Hong Kong, aanvankelijk als een potentiële oplossing voor Taiwan werd gezien. Beijing zou de proeftuin Hong Kong nooit ‘verpesten’ omdat er veel grotere belangen van het succes of falen afhingen. Inmiddels heeft Taiwan een heel eigen relatie met China die ook een eigen richting op lijkt te gaan. De ‘teststad’ Hong Kong heeft daardoor aan betekenis ingeboet. ‘Eén land twee systemen’ is dus geen geruststellend verzekering meer voor Hongkongers. Daarbij wordt het overal in de stad duidelijker dan ooit: wie betaalt die bepaalt. Hoeveel blijft nog over van democratische verworvenheden als de economie vooral lijkt te worden gestuurd door geld vanuit het ‘vasteland’? De Ming Pau, één van de weinige kritische kranten in Hong Kong, heeft moeite het hoofd boven water te houden omdat inmiddels drie belangrijke banken elders hun advertentiegelden besteden. Immers, de rijke ‘vasteland’ klant is koning en houdt niet van ‘China bashen’. De grootste angst van Hong Kong is om een gewone Chinese stad te worden. Deze angst werd eens te meer bevestigd door de ondubbelzinnige taal in het Witboek.

Gewone man

demonstranten in Hong Kong eisen democratie

Foto: Willem Jan de Hek

In Oktober 1996 sprak Hong Kongs laatste Britse gouverneur de profetische woorden: “Mijn angst is niet dat de autonomie van deze samenleving zal worden verstoord door Beijing maar dat het stukje bij beetje weggegeven zal worden door sommige mensen in Hong Kong.” Het blijken ware woorden te zijn vooral in een stad waar de economie drijft op financiële dienstverlening. Vrijdag verklaarden de ‘grote vier’ accountantskantoren (PWC, KPMG, Deloitte en Ernst&Young) in een gezamenlijke advertentie dat het Occupy Central instabiliteit en chaos zal geven, mocht het zo ver komen deze zomer. Hong Kongs reputatie als internationaal financieel centrum zou blijvende schade oplopen, waarschuwde de pagina grote tekst.

Ik verwacht niet dat de 1 Juli demonstratie succesvol zal zijn in het brengen van beweging in de discussie rond algemeen stemrecht voor 2017. Samen met de andere confronterende tegengeluiden van de afgelopen weken, zal het de toon in gesprekken verharden en de ruimte voor onderhandeling met Beijing verkleinen. Maar er is meer dan ‘krijgen wat je wilt’. Het uiten van publieke boosheid is een effectief middel om Hong Kongs identiteit te bestendigen. Eindelijk lijkt het machtige bedrijfsleven, dat stilletjes meer bepaalt en weggeeft dan Hongkongers lief is, een tegengeluid te krijgen. Het is positief dat de ‘gewone man’ weer vertrouwen heeft in de kracht van zijn stem. Dat bleek ook schitterend uit de respons-advertentie die een aantal werknemers van de ‘grote vier’ plaatsten in de Apple Daily: ‘You boss! Your statement does not represent our stance’.

Hong Kong is geen gewone Chinese stad, haar identiteit ligt in haar recht van spreken. Dit recht is er voor iedere burger. Het bindt stadsgenoten samen en wordt gezien door de rest van de wereld. De luis in de pels is wakker geworden.