Het bezoekerscentrum in Yushu © Ymkje Repko

Het bezoekerscentrum in Yushu © Ymkje Repko

Op de design-  en architectuurwebsite dezeen.com staan sinds oktober 2013 foto’s van een gebouw in Tibet. Dat is bijzonder, want sites als deze publiceren in principe alleen het nieuwste- van-het-nieuwste op architectuurgebied, zoals kantoren en theaters van Rem Koolhaas of Zaha Hadid. Tibet is niet bepaald de plek waar je belangrijke innovatieve architectuur verwacht.

Afgelopen zomer kon ik het bezoekerscentrum bij Yushu met eigen ogen bekijken. Het is een fotogeniek eigentijds project dat aan de traditionele Tibetaanse bouwkunst refereert. Erg fascinerend.

Architectuur in de middle of nowhere

© Ymkje Repko

© Ymkje Repko

De meeste oude Tibetaanse bouwkunst vind je in Centraal Tibet. Denk aan het Potala-paleis in Lhasa en de Kumbum van Gyantse. Het bezoekerscentrum bij Yushu staat echter duizend kilometer verderop in Oost-Tibet, in the middle of nowhere tussen de nomadetenten, heilige bergen en kudden jaks, aan de rand van een stad.

Yushu werd in 2010 door een aardbeving verwoest, maar is inmiddels bijna helemaal herbouwd. Het bezoekerscentrum is een van de vele nieuwe gebouwen. Het staat naast een mani-muur; een boeddhistisch monument gemaakt van losse stenen waarin Tibetaanse letters zijn uitgehakt. Deze mani-muur is een van de grootste in Tibet. Hij meet drie kilometer in omtrek en telt meer dan 250 miljoen stenen. De Tibetanen lopen er kora’s; rondjes rond de muur, een manier om hun geloof te belijden. Dagelijks lopen duizenden mensen drie tot meer dan honderd kora’s.

Het bezoekerscentrum is ontworpen door TeamMinus, een jong architectenbureau uit Beijing. het centrum zal, naast informatie over de mani-muur zelf, informatie gaat verstrekken over andere plekken met een boeddhistische betekenis in de omgeving. TeamMinus interpreteerde voor haar ontwerp drie karakteristieken van de traditionele Tibetaanse architectuur op haar eigen manier:

  1. De trapeziumvormige muur
  2. De donkere penbey-fries
  3. De kora

Dit zijn als je het mij vraagt precies de meest bepalende karakteristieken van Tibetaanse architectuur.

De trapeziumvormige muur

© Ymkje Repko

© Ymkje Repko

De trapeziumvormige muur is een opvallend kenmerk van traditionele Tibetaanse architectuur. Men bouwt in Tibet al eeuwenlang heel dikke muren van natuursteen en adobe (in de zon gedroogde klei). Omdat het in Tibet hard kan vriezen en zandstormen en aardbevingen regelmatig voorkomen, moeten muren aan de basis heel erg dik zijn en naar boven toe steeds dunner. Alleen dan krijgen muren van losse stenen (cement kende men niet in Tibet) voldoende stabiliteit.

Wie door Tibet reist ziet verschillende soorten stenen muren. Er is veel variatie, zowel in de soort stenen als in de wijze waarop die stenen worden bewerkt om ze goed in elkaar te laten passen. Het landschap kent een enorme geologische diversiteit en bij elke steensoort hoort een eigen techniek van kappen en stapelen. Met grote zorgvuldigheid worden stevige, duurzame muren gebouwd met een trapeziumvormig silhouet. Die vorm komt rechtstreeks voort uit de constructie.

De donkere penbey-fries

Penbey fries © Ymkje Repko

Penbey fries © Ymkje Repko

De donkere penbey-friezen van grote huizen, tempels en paleizen in Tibet worden van oudsher gemaakt van takjes en twijgen van tamarisk of duindoorn. Deze takjes worden strak samengebonden, dwars neergelegd en kastanjebruin geverfd. Deze horizontale band onder de daklijst geeft de gebouwen allure, mede omdat de friezen door hun structuur een fluweelachtige uitstraling hebben. Vroeger kon men de rijkdom van de bewoners aan de hoogte van het penbey-fries aflezen, het was echt een statussymbool.

De kora

Het lopen van kora’s is een buitengewoon populair ritueel in Tibet. Tijdens het lopen draait men aan gebedsmolens: kleine en grote die opgesteld zijn langs de route en kleine exemplaren die men meedraagt in de hand. Opgerold in al die gebedsmolens zitten op papier of doek geschreven mantra’s. Het idee is dat die goede wensen door het draaien aan de molens de wereld in worden gezwiept.

Kora’s bepalen van oorsprong in Tibet vaak de stedenbouwkundige patronen. Omdat langs drukke looproutes vaak handel werd gedreven ontstond er ook bebouwing. Zo is de Tibetaanse hoofdstad Lhasa rond een tempel ontstaan.

De bovengenoemde drie thema’s vormen de basis van TeamMinus’ ontwerp. De penbey fries is in een heel ander jasje gestoken, want het bezoekerscentrum heeft loopbruggen met balustrades van houten planken. Toch doet dit direct denken aan de stoere lijnen onder de dakrand die zo kenmerkend zijn voor Tibetaanse architectuur.

Ode aan traditionele architectuur

© Ymkje Repko

© Ymkje Repko

De trapeziumvormige muren maken in een oogopslag duidelijk wat dit gebouw in essentie is: een ode aan traditionele Tibetaanse architectuur. Ze zijn overigens niet “echt”; het bezoekerscentrum heeft betonnen muren die met een dunne laag losse stenen zijn bekleed. Een ode aan traditionele bouwkunst hoeft natuurlijk niet per se op traditionele wijze te zijn gemaakt.

En dan de plattegrond van dit bezoekerscentrum: elf langwerpige uitkijktorens staan schuin rond een vierkante kern. TeamMinus kwam op dit idee na een gesprek met een kenner van het gebied, die vertelde dat er in de bergen rondom dit bezoekerscentrum elf heilige plaatsen zijn. Plaatsen met een betekenis voor het Tibetaanse boeddhisme, waar Tibetanen naar toe gaan bij wijze van pelgrimage. De langwerpige torens zijn op deze punten in de verte gericht. Door ze schuin rond de kern te plaatsen associeer je dit gebouw direct met gebedsmolens. Een ontroerend, fris en pakkend beeld.