Bron: npm.gov.tw

“Het Eylant Formosa”, bron: npm.gov.tw

Weinig is bekend over de kortstondige periode uit de eerste helft van de 17de eeuw toen de Nederlandse VOC vanaf 1624 Formosa (het huidige Taiwan) als kolonie bestuurde. De roman schetst een interessant beeld van bestuurders die worden aangedreven vanuit Batavia en Holland, maar ook over de tumultueuze periode waarin China van de Ming naar de Qing heerschappij overgaat.

 

Formosa als springplank

Bij het uitblijven van een permanente handelsbestemming op het vasteland van China, lijkt het eiland voor de VOC de meest geschikte springplank hiervoor. Deze handel, die vaak wordt gevoerd via de Pescadoren, brengt de Compagnie aanvankelijk de gewenste rijkdommen. De Hollanders slagen er bovendien in het bergachtige en slecht begaanbare eiland geschikt te maken voor de verbouw van suiker, rijst en thee. De Chinese migranten van het vasteland zijn extra bedreven in de daarvoor vereiste landbouwtechnieken en dankzij hun gestage groei neemt ook het aantal verbouwde akkers toe. Met de bevolkingstoename dient de handelspost ook een andere belangrijke taak – het bekeren van vooral de inheemse bevolking tot het protestantse christendom.

De aanvankelijke voorspoed ijkt te keren zodra Batavia beslist dat Formosa financieel onafhankelijk moet opereren. Het eilandbestuur gaat dan over tot het opleggen van extra zware belastingen waartegen groot verzet komt. Veel van de als onrechtvaardig gevoelde heffingen en wetten zullen uiteindelijk leiden tot de afbreuk van het Hollandse gezag op het eiland.

 

Ming gaat over in Qing

Deze periode loopt in tandem met de teloorgang van de Ming-dynastie op het vasteland. Vanuit het noorden oprukkende Mantsjoes verpletteren de weerstand van loyale aanhangers van het heersende keizerlijk hof. Zij ondervinden echter hardnekkige weerstand vanuit de kustprovincie Fujian. Hier levert de formidabele zeevaarder, handelaar, mandarijn en militairstrateeg Zheng Chenggong, beter bekend als Koxinga, tot het bittere einde strijd tegen de niets ontziende hordes uit Mantsoerije (het huidige Heilongjiang, Jilin en Liaoning).

Onterecht door vele Hollanders gezien als een louter opportunistische piraat is Koxinga (Heer met de Keizerlijke Achternaam, Bevelhebber van de Keizerlijke Garde en Hertog – allen titels door de keizer gegeven) de, uit een Japanse moeder en Chinese vader geboren, onverschrokken en loyale verdediger van het Ming rijk. Het levenspad van Koxinga, zijn carrière, dromen en zielenroerselen komen breeduit aan bod.

 

Verjager van de Hollanders

Overtuigd dat hij voorbestemd was om Formosa te regeren, is de figuur Koxinga een complexe persoonlijkheid, in wie eigenschappen als moed, plichtsbesef en aangeboren leiderschap verstrengeld zijn met wreedheid, gebrek aan mededogen en ongeduld. De passage waarin Koxinga een kans heeft zijn vader te helpen ontsnappen aan een wrede marteldood laat hij, wegens diens eerdere verraad, onbenut.

Formosa biedt voor Koxinga uiteindelijk de enige uitweg. Vanaf de kust tot kilometers landinwaarts hebben de agressieve legers van de nieuwe heersers dan bijna alle dorpen in de provincie die verzet bieden, inclusief akkers, stadjes, wegen en bruggen, platgebrand. Koxinga kiest Formosa tot ‘tijdelijke’ maar noodzakelijke uitvalsbasis. Schokkend gegeven is dat de dreiging die van Koxinga uitgaat stelselmatig onderschat wordt door de bestuurders in Batavia, ondanks de aanhoudende verontrustende berichten van het eilandbestuur. Hoe interne politieke allianties het eigenbelang bevoordelen ten nadele van de levens van de kolonisten in het algemeen en dat van Gouverneur Frederic Coyett in het bijzonder leest als een verslag waarin onvermogen en jaloezie de ruimte krijgen om vrij spel te spelen.

 

Onmisbare hulp uit Batavia: too little, too late

Maar de herhaaldelijke roep om militaire versterking wordt steevast in Batavia gebagatelliseerd. Zelfs zo erg dat uitvoerend gouverneur-generaal Coyett uit zijn ambt dreigt te worden gezet door ene Klenk van Odessa, die slechts met één schip vanuit Batavia wordt uitgerust om poolshoogte van de alarmerende berichten te nemen en het ambt over te nemen. Zijn intentie is echter om ook Macao te annexeren en onderschat de nijpende situatie schromelijk.

Na het zien van de tot aan de horizon met allerhande Chinese schepen gevulde zee, onheilspellend dobberend voor de kust van Formosa, besluit hij het hazenpad te kiezen en vertrekt in allerijl richting Nagasaki. Dit is een even spannende als ontluisterende zwarte passage uit de geschiedenis van de VOC: van naderend onheil wil men geen weet hebben. Het resultaat van deze laffe beslissing is dat de moraal van de kolonisten in een verdere diepte gestort wordt. Tegelijkertijd houden talloze spionnen Koxinga op de hoogte over de Hollandse marineroerselen in de omringende zeeën, en is hij tot in de puntjes geïnformeerd over hun wel en wee.

 

Na 40 jaar, einde verhaal

Als het doek dan toch bijna valt op de Hollandse kolonie biedt Koxinga de Hollanders, die dan verschanst zitten in Fort Zeelandia, een opmerkelijk ultimatum. Zij mogen op vreedzame wijze, zonder bloedvergieten, het eiland verlaten. De kolonisten besluiten vervolgens weerstand te bieden. Dit houden zij negen maanden vol. Na 40 jaar aanwezigheid is capitulatie echter onvermijdelijk.

De roman geeft een beeldend inzicht in zowel de levens van de kolonisten die in en rondom Fort Zeelandia proberen de handelspost te bestieren, als die van de missionarissen die proberen het christelijke geloof te verspreiden onder zowel geïmmigreerde vluchtelingen van het vasteland als de inheemse bevolking.

Ofschoon de kolonisatie van het eiland met zo’n vijfentwintig forten langs de kust na dertig jaar een feit is, lijkt de sfeer op het eiland allerminst optimaal. Onderling wantrouwen tussen inheemsen, immigranten en nieuwe rijke Chinese kooplieden voeren onafgebroken de boventoon. Opstanden, natuurrampen en ziekten blijven het bestuur ook niet bespaard. Opvallend gedetailleerd zijn de beschrijvingen over de frustraties van de bestuurders op Formosa met de Raad van Batavia, die telkens weinig begrip toont voor hun locale uitdagingen.

Dankzij begrippen als verraad en loyaliteit, integriteit en hoogmoed, onkunde en dadendrang die veelvuldig terugkomen, leest het boek als een spannend jongensboek. Dat wordt mede versterkt door de flink verhalende stijl. Bergvelt ligt toe dat zij daar waar mogelijk de karakters een persoonlijkheid heeft willen geven om via hen deze geschiedenis gestalte te geven. Dat is in het begin een beetje wennen.

Het boek komt vooral vanaf deel II behoorlijk op stoom. En ofschoon het gebruik van pinyin helaas niet consequent doorgevoerd is en er af en toe redactionele slordigheden in voorkomen, is het boek met veel aandacht geschreven. Naast diverse humoristische passages en bijzondere feiten over de toenmalige uitwisselingen tussen Hollanders en Chinezen, maakt het inzichtelijk hoe en waarom Formosa ‘ons ooit ontglipte’. Het is daarmee een prettige en toegankelijke aanvulling geworden op onze vaderlandse geschiedenis, die anders misschien ook voorgoed verloren zou zijn gegaan. Daarin is Bergvelt zeker geslaagd!

formosa voorgoed verlorenFORMOSA, Voorgoed Verloren – Historische roman over de VOC op Taiwan,  Joyce Bergvelt, Uitgeverij Conserve (2015)  ISBN 9789054294023, € 24.99