Chinezen kunnen buitengewoon goed iets recht voor z’n raap zeggen als dat nodig is. Bijvoorbeeld je ondergeschikte een veeg uit de pan geven of tussen vrienden gewoon je mening geven. Ik gaf eens een van mijn Chinese vrienden in Leiden thee uit leuke nieuwe mokken uit Spanje. Zijn reactie: ‘wat een lelijke kopjes zijn dit!’

Oké, dan niet!

Dat doen teerhartige Nederlanders toch een stuk omzichtiger. Uitzonderingen daargelaten. En mijn Chinese vriend was denk ik ook wel een uitzondering. Of hebben we hier te maken met wat al te ijverige interculturele overaanpassing van Chinese zijde? Komt veel voor. Zo heeft een Nederlandse vriend van mij een keer in China een prachtig aanbod afgeslagen – in de veronderstelling dat je dat in China moet doen. Hij verwachtte dat de Chinese gulle gever zijn aanbod zou herhalen, zoals Chinezen geacht worden te doen. Maar nee hoor: ‘oké, dan niet!’ was alles wat er restte van het aanbod.

Eindeloos de deur openhouden

Cultuurverschillen worden pas echt boeiend als we op elkaars stoel gaan zitten. Dan wordt het een soort armpje-drukken in interculturele aanpassing. Denk aan die twee Engelse gentlemen die eindeloos de deur voor elkaar openhouden. Zij peinzen er niet over om als eerste door de deur te gaan. Dat heeft weinig met beleefdheid te maken. Het is een ordinaire machtsstrijd. Degene die als eerste opgeeft en de opengehouden deur passeert, heeft verloren. Hij erkent in de ander zijn meerdere als gentelman.

Proosten met thee

In intercultureel contact speelt ook een subtiel machtspelletje mee: degene die zich het meest aanpast, ligt boven. Dat lijkt tegenstrijdig, want je zou denken dat aanpassingen een plicht van de ondergeschikte is. Niets van waar, aanpassen is net als tolereren: het lijkt aardig, maar het is een gunst, een ‘sociale lening’, die als het nodig is ook weer is in te trekken.

Soms is de aanpassing dan weer zo onbeholpen dat het in zijn tegendeel omslaat. Ruim twintig jaar geleden dronk ik met twee Chinese jongens thee in een park in Guiyang. Bij elk slokje thee hielden zij het kopje omhoog, tikten het tegen mij kopje en zeiden: ‘cheers’. En natuurlijk zeiden we niets lelijks over de theekopjes.