Zaterdag 3 mei is de Internationale dag van de persvrijheid. De Chinese overheid heeft een ijzeren greep op de journalistiek in eigen land. En probeert in toenemende mate buitenlandse media te beïnvloeden.

Geen land ter wereld met zoveel media als China. Er zijn honderden kranten, tientallen radiozenders en evenzoveel tv-kanalen. Maar van een gevarieerd medialandschap is geen sprake. Alle media staan onder strikte controle van de overheid.

Freedom House, dat sinds 1980 landen rangschikt op hun mate van persvrijheid, zet China in 2013 op een 183e plaats van 197 onderzochte landen.

Media worden van oudsher door de communistische partij als propagandamiddel gezien. Niet voor niets noemen communistische leiders journalisten spottend ‘nuttige idioten’.

De Chinese overheid probeert dan ook actief media te beïnvloeden. Redacteuren ontvangen direct of via hun leidinggevenden instructies over welke zaken ze wel of niet mogen berichten. Bij gevoelige kwesties worden ze geacht de kopij van het staatspersbureau Xinhua te volgen en vooral geen eigen onderzoek te doen. Via de (Amerikaanse) site China Digital Times worden veel van deze opdrachten gelekt.

Zelfcensuur

Ook commerciële media zijn bepaald niet onafhankelijk. Ze verkrijgen misschien een (groot) deel van hun inkomsten uit advertenties, ze kunnen alleen voortbestaan zolang ze een vergunning van de overheid hebben. Die vergunning kan zomaar worden ingetrokken.

Grote adverteerders zijn vaak staatsbedrijven, die alleen adverteren zolang de media waar ze hun geld in steken de autoriteiten niet tegen de haren instrijken.

Het Chinese toezicht op de media is dan ook voor een groot gedeelte gebaseerd op zelfcensuur. Chinese media vrezen altijd hun publicatie- of uitzendvergunning te verliezen.

Ook individuele journalisten moeten vrezen voor hun baan. Vorig jaar moesten 307.000 Chinese journalisten die zijn aangesloten bij de journalistenvereniging terug naar de schoolbanken voor een tweedaagse cursus marxisme. De cursus was niet vrijblijvend; deelnemers moesten na afloop examen doen om een perskaart voor 2014 te kunnen krijgen. Op het cursusprogramma stonden ideologische onderwerpen, zoals theorie over socialisme met Chinese karakteristieken en een Marxistische kijk op journalistiek. Maar belangrijker was de boodschap van de partij: wij beslissen wie zijn werk kan doen.

 Opkomst onderzoeksjournalistiek

Gelukkig zoeken ook Chinese journalisten de grenzen van het mogelijke op. Wie Chinese media volgt, ziet veel maatschappijkritiek. Onderzoeksjournalistiek is de laatste jaren in opkomst.

Maar persvrijheid in China is een kwestie van twee stappen voorwaarts en een stap terug. Journalistiek werk blijft in China niet zonder risico’s. Journalisten die de toorn van de autoriteiten afroepen kunnen hun baan verliezen of zelfs in de gevangenis belanden.

Kritiek op belangrijke problemen als milieuvervuiling en corruptie is zeker mogelijk. Want dat zijn onderwerpen waar de politieke leiders in Beijing ook verandering willen. Aandacht in de media is hier zelfs behulpzaam. Critici zullen zeggen: media vervullen hier een functie om maatschappelijke stoom te laten afblazen.

Maar er zijn ook politieke taboes: kritiek op de eenpartijstaat of het vermogen van China’s leiders worden niet getolereerd.

Naarmate China een belangrijkere rol in de wereldeconomie speelt, neemt de belangstelling van buitenlandse nieuwsorganisaties toe. Nog nooit werkten zoveel buitenlandse journalisten in China.

De Chinese regering is niet altijd blij met die aandacht en de manier waarop buitenlandse journalisten werken. Volgens het Center for International Media Assistance probeert de communistische partij buitenlandse media actief te beïnvloeden in de manier waarop er over China wordt bericht. De ngo onderscheidt vier methodes die China hanteert om buitenlandse media te beïnvloeden: directe actie van Chinese autoriteiten, financiële prikkels, indirecte actie via buitenlandse regeringen en adverteerders en geweld en intimidatie.

De meeste bemoeienis vindt plaats met Chineestaligepersvrijheid in China media in het buitenland, die zich richten op China of Chinezen in het buitenland. Maar het leidt er ook toe dat westerse journalisten meer moeilijkheden ondervinden om visa of werkvergunningen te verkrijgen. Buitenlandse nieuwssites worden soms door de Great Firewall geblokkeerd.

Volgens het onderzoek wordt in sommige gevallen zelfs geweld niet geschuwd. Het rapport noemt hackaanvallen, fysieke aanvallen op correspondenten in China en de intimidatie van Chinese stagiairs bij buitenlandse nieuwsorganisaties.

 

De Reis door China in 48 Dagen gaat verder op maandag 12 mei: Internationale Dag van de Verpleging.