De meeste lezers van China2025.nl zullen wel het een en ander weten over internetcensuur in China. De overheid verbiedt bepaalde vormen van content, waaronder pornografie (volgens de definitie van de Communistische Partij), activisme en discussie over gevoelige onderwerpen als de Dalai Lama en 4 juni 1989. Alles wat een bedreiging zou kunnen zijn voor de ‘sociale stabiliteit’ in het land. Online is deze censuur is in principe gedelegeerd aan de verschillende internetbedrijven als zoekmachine Baidu, webportals als Sina en sociale media als Sina Weibo. Vanuit de overtuiging ‘better safe than sorry’ censureren die partijen extra streng, want ze willen hun vergunningen niet kwijtraken. Een groot deel van die censuur verloopt via geautomatiseerde processen. Maar in China zit ook een leger aan mensen klaar om inhoud te screenen of zelfs online discussies op gehaaide wijze te manipuleren.

De 5 Mao Partij

Sinds jaar en dag is de gehate 5 Mao Partij onderdeel van het onzichtbare online leger. De naam is afkomstig van de bewering dat ze voor elke online bericht dat ze plaatsen 5 mao (een halve RMB, oftewel 7 eurocent) betaald krijgen. Het is in de praktijk moeilijk te bepalen of iemand online spreekt uit ideologische overtuiging of onderdeel uitmaakt van deze groep. Feit is dat wanneer personen de Communistische Partij verdedigen tijdens kritische discussies zij vrijwel per direct worden uitgemaakt voor lid van de 5 Mao Partij.

Leden van deze groep zijn echter niet altijd te herkennen aan hun positieve feedback over de overheid. Sommigen houden er sluwere methoden op na om kritische discussies de nek om te draaien, bijvoorbeeld door over te gaan  tot ‘trolling’ door persoonlijke en uiterst incorrecte aanvallen op anderen in plaats van het aanvallen van de mening van die personen. Anderen plaatsen storende advertenties in discussies om ervoor te zorgen dat men zich er zo aan ergert dat de discussie uiteindelijk doodbloedt.

Internetanalisten

Het blijft gissen hoeveel Chinezen actief zijn in het censureren van internetcontent. In 2008 rapporteerde Amnesty International dat er 30.000–50.000 medewerkers van de Chinese ‘internetpolitie’ werkten aan het traceren en censureren van content.

In oktober 2013 sprak staatskrant Beijing News over een aantal van maar liefst 2 miljoen ‘publieke opinie internetanalisten’ die door de overheid worden betaald voor het ‘monitoren van de publieke opinie op social media’. Dit is meer dan de 1,5 miljoen Chinezen die in dienst zijn van het Chinese leger! Volgens Global Voices Online zijn deze 2 miljoen mensen werkzaam bij minstens 800 bedrijven die dergelijke diensten aanbieden aan de overheid. Een grapje dat de regering (en dus het volk) honderden miljarden RMB kost en een markt die met 50% per jaar groeit. Zo stonden er vorig jaar 200 aanbestedingsprojecten van centrale en lokale overheden open voor bedrijven die zulke diensten leveren.

Deze analisten zoeken met behulp van ‘web crawling’-software op het internet naar problemen of negatieve berichten op lokaal en regionaal niveau, waaronder corruptie en slecht overheidsbeleid, en rapporteren dit aan de betrokken lokale overheid. Deze laatste onderneemt zo snel mogelijk actie, bijvoorbeeld door de corrupte ambtenaar te ontslaan en er uitgebreid verslag van de doen in de media. De analisten zoeken op verzoek van de centrale overheid ook uit hoe de publieke opinie verdeeld is op internet.

Is dit nu de 5 Mao Partij? Censureren deze 2 miljoen medewerkers ook content? Volgens een interview in Beijing News met een van hen is dat niet het geval, aangezien dat in het verleden inefficiënt is gebleken. Hoe het nu precies zit blijft onduidelijk, want de overheid maakt geen officiële cijfers bekend.

De manier waarop het bericht door staatskrant Beijing News is gebracht is bijna positief. Het klinkt alsof China een onofficiële democratische spreekbuis heeft zonder dat de mensen er zelf van weten. Het primaire doel hiervan is in de praktijk echter niet het luisteren naar het volk, maar het voorkomen van onrust en behoud van sociale stabiliteit. En de twee miljoen analisten dragen ongetwijfeld ook bij aan het traceren en  arresteren van activisten en anderen die zich schuldig maken aan de vage misdaad van ‘ruzie zoeken en problemen uitlokken’, een strafbaar feit dat te pas en onpas wordt ingezet om tegenstanders de mond te snoeren. Het kan je tot vijf jaar gevangenisstraf opleveren. Mensenrechtenadvocaat Pu Zhiqiang weet er alles van. Hij nam in mei 2014 deel aan een kleine bijeenkomst ter herinnering van de tragedie op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989. Nadat een groepsfoto van de dertien aanwezigen op social media verscheen werden vijf aanwezige advocaten gearresteerd. Pu was daarvoor ondanks zijn strijd voor persvrijheid naar eigen zeggen altijd goed behandeld door de overheid, maar was nu duidelijk een grens over gegaan. Hij zit nog steeds vast.

Rode Garde 2.0

Voor hun nieuwste wapen in internetmanipulatie grijpt de Communistische Partij, net als in de jaren ’60, terug op een specifieke bevolkingsgroep: jongeren. Zoals Mao Zedong hen in de jaren ‘60 als volleerd popidool het hoofd op hol wist te brengen en hen wist aan te sporen zich aan te sluiten bij de Rode Garde en het ‘oude China’ te vernietigen wordt er ook nu weer een beroep gedaan op de jeugd.

In februari lanceerde de Communistische Jeugdliga van China een campagne voor de werving van 10,5 miljoen ‘Internetbeschaving Vrijwilligers’, waaronder 4 miljoen universiteitsstudenten. Op universiteiten dient minimaal 20% van de leden van de Liga– jongeren, die soms meer uit carrièremotieven dan ideologische overwegingen lid zijn geworden, zich aan te sluiten. Deze vrijwilligers wordt gevraagd om in ‘Operatie Zonneschijn Commentaar positieve energie te verspreiden en het internet te zuiveren door de ideologie van de Partij uit te dragen en ongezonde online informatie te rapporteren’.

Afgelopen mei lekte een aantal documenten uit met daarin de taakomschrijving van de vrijwilligers. Ze worden geacht om positief commentaar op belangrijke gebeurtenissen en thema’s te plaatsen en het aantal keren dat dit commentaar bekeken en doorgestuurd wordt en het aantal reacties vast te leggen in een spreadsheet. Voorbeelden van zulke thema’s zijn: publicatie van speeches van Xi Jinping, beschrijven van hun ‘Chinese Droom’ (een belangrijk, maar vaag omschreven concept van Xi) en herdenken van de afslachting van Nanjing door de Japanners. De content waar positief op gereageerd dient te worden wordt van hogerhand aangeduid. Ook dient men aangewezen social media-accounts te volgen en ‘tijdig te reageren op misvattingen en incorrecte meningen en deze positief in acceptabele banen te leiden’. Van elke vrijwilliger wordt verwacht dat ze minimaal 5 berichten per week  plaatsen.

De vrijwilligers worden niet betaald voor hun werk. Dit resulteerde al snel in een sarcastische opmerking op Chinese social media dat de Communistische Partij inmiddels zo gierig is dat ze zelfs geen 5 Mao meer kan missen. Een begrijpelijke andere reactie op dit nieuws was dat deze nieuwe vrijwilligers gevaarlijker zijn dan de 5 Mao Partij, omdat ze hun medewerking niet verlenen om financiële maar om ideologische redenen, en dat de online vrijwilligers daarmee dus inderdaad niets anders zijn dan een nieuwe Rode Garde…