Kunst in ChinaJarenlang was Hong Kong het belangrijkste centrum voor beeldende kunst in Oost Azië. Met een vrij kunstbeleid, subsidies, vele grote en kleine galeries, en vestigingen van alle grote veilinghuizen, is het na London en New York de belangrijkste markt voor kunst in de wereld.

Hierdoor is een bloeiende kunstwereld ontstaan waarin vrijuit geëxperimenteerd kan worden. Vanuit Hong Kong is er bovendien via een korte grensoversteek makkelijk toegang tot opkomende Chinese kunstenaars. De belastingen op luxegoederen zijn laag, waardoor het voor de opkomende Chinese middenklasse nog aantrekkelijker is om haar kunstcollecties in Hong Kong aan te vullen.

Maar sinds een paar jaar lijkt er een strijd gaande, die anno 2013 in alle hevigheid is toegenomen. Zowel Christies als Sotheby’s, ’s werelds twee grootste veilinghuizen, hebben sinds eind vorig jaar directe toegang verkregen tot de Chinese vastelandsmarkt via officiële veilinglicenties en opportunistische constructies van lokale belastingvrije handelszones. Er wordt nu niet langer meer aan de deur geklopt, men zit midden in de woonkamer.

Kunst uit Privécollecties

In China verrijzen sinds 2006 gemiddeld 100 nieuwe musea per jaar, waarvan een groot deel in en rondom Shanghai. En dan hebben we het niet over achterafkamertjes waar een paar schilderijen kunnen hangen, maar over gigantische bouwwerken die volledige collecties van privéverzamelaars kunnen huisvesten.

Het Long Museum, het Rockbund Art Museum, het Himalayas Art Center doen het allemaal met niet minder dan 1000 vierkante meter. Dit zijn allemaal voorbeelden van privé musea die zijn opgericht door de superrijken van China. Zodat zij hun privécollectie kunnen tonen, en er tegelijkertijd meer ruimte komt voor vernieuwende tentoonstellingen.

Deze privémusea hebben allemaal ook een educatieprogramma waarmee ze proberen een bijdrage te leveren aan de bewustwording van het nog relatief onwetende Chinese publiek via lezingen en symposia. Daarmee leveren zij een belangrijke bijdrage aan de opkomst van een bloeiende kunstwereld, waar kunstenaars, galeries, verzamelaars en publiek samen een dialoog kunnen hebben over hedendaagse, relevante onderwerpen (over welke onderwerpen er wel en niet wordt gesproken is overigens nog een heel andere blog!).

Shanghai: The China Power Station of Art

Ook de overheid draagt daaraan een steentje bij. In 2012 is de nieuwe officiële tempel van de hedendaagse kunst The China Power Station of Art geopend, gevestigd in een oude elektriciteitsfabriek naast de Suzhou rivier. Men heeft hiermee een poging gedaankunst in china het Londense Tate Modern te kopiëren. De opening viel samen met de invloedrijke Shanghai Biënnale en is een showcase voor het liberale kunstbeleid van de stad.

Deze positieve ontwikkelingen staan in contrast tot wat er op dit moment gebeurt in Hong Kong, of beter gezegd: niet gebeurt. Voor al haar pracht, praal en geld, heeft Hong Kong na al die jaren nog geen museum voor hedendaagse kunst. Slechts beurshallen, zonder collectie, zonder beleid. Geen plaats die is toegewijd aan hedendaagse kunst, met een collectie en een lange termijn visie. Daar wordt inmiddels wel hard aan gewerkt. De ontwikkeling van het West Kowloon Cultural District (WKCD), is een prestige project geworden. Het idee van een groot plein, omsingeld door musea, theaters en vrijplaatsen sprak velen aan.

Toparchitecten als Norman Foster, Herzog en De Meuron werden aangetrokken om verschillende onderdelen te ontwerpen. Inmiddels heeft men het budget voor de bouw van het eerste theater al moeten verdubbelen, heeft Foster zijn masterplan voor het gebied al drie keer moeten hertekenen, en van het prestigieuze M+ Museum is nog steeds geen paal de grond in geslagen. De verwachtingen zijn dat het museum niet voor 2017 onderdak kan bieden aan de gedoneerde collectie van Uli Sigg. Maar de grote vraag is of er daarna nog geld over zal zijn voor het uitbreiden van die collectie.

De lokale Arts Council heeft bovendien twee weken geleden aangekondigd, geen extra geld in het budget van M+ te steken, en heeft op hetzelfde moment ook de subsidie stopgezet van twee van de belangrijkste onafhankelijke spelers, namelijk PARA/Site en WooferTen. Subsidies worden van het ene op het andere moment en zonder vooraankondiging stop gezet, in het geval van PARA/Site na 17 jaar.

In Nederland kunnen we inmiddels meepraten over de desastreuse gevolgen van het plotseling stopzetten van subsidie aan creatieve broedplaatsen. Het verschil is dat de economie van Hong Kong een overschot heeft.

Op dit moment blijft Hong Kong nog het epicentrum van de commerciële kunst activiteiten van China en Oost-Azië. De overname van het jaarlijkse Art HK, door kunstbeurzengigant Art Basel, zal ervoor zorgen dat dat voorlopig ook zo blijft. De VIPs en verzamelaars die zij met zich mee brengen, zorgen ervoor dat het voor galeries voorlopig loont om zich daar te vestigen. Maar net als de lokale kunstenaars vragen zij zich ook af hoe zij moeten omgaan met de steeds verder uit de pan rijzende vastgoedprijzen.

Als tentoonstellingsmaker weet ik het wel. De kansen liggen in Shanghai voor het grijpen (en in de rest van mainland China trouwens) . De musea schieten als paddenstoelen uit de grond, en ik kan ze inhoud bieden. Misschien breng ik geen zak geld mee uit Nederland, maar ik breng relevante kunst, voor een nieuw publiek dat rijp is om te groeien en dat nog meer dan genoeg ruimte heeft om te leren.