Ahum. In 2008 was op een warme zomeravond het Licht tot mij gekomen: Ik zou in Peking in de modejournalistiek gaan werken en schrijven over nieuwe Chinese ontwerpers – en uiteindelijk hoofredactrice worden van een zeer bekende modepublicatie. DAT wilde ik met mijn leven gaan doen, eureka! Ik had mijn Vijf Jaren Plan ontwikkeld. En hier zit ik dan, achter mijn nieuwe CK sleek gestylede werkcomputer.

“I am chasing the fashion dragon” – nou ja goed, ik vind het grappig. Ik werk als mode redacteur voor de China International Publishing Group. Ja, ik werk voor de Chinese Staat. En ja, ik ben al meerdere malen gecensureerd – wie had ooit kunnen denken dat mode in China zo politiek gevoelig lag?

 “Of all the towns in all the countries in all the world, I had to move to this one.”

Een lichte aanpassing van Bogarts onsterfelijke woorden, maar het slaat wel de spijker op de kop – af en toe toch althans. Ik denk dat iedereen die ervoor kiest om als expat door het leven te gaan – zij het tijdelijk – dit gevoel op een of ander moment wel ervaart (in mijn geval sneuvelen er dan weleens wat borden maar dat gedeelte zal ik bewaren voor mijn “anger management” therapeut).

Mijn verhuizing naar Peking leest niet bepaald als een sappige storyline recht uit de films, a la “Ik ben op de vlucht voor de Nederlandse belastingdienst – die het mij niet gemakkelijker heeft gemaakt,” maar was eerder een logisch geval van actie-gevolg. Je studeert sinologie in Leiden, je moet toch wat, dus je stapt op een 737 (SeeBuyFly mensen!) naar Beijing om aldaar op torenhoge hakken je eerste stappen te zetten in de wereld van het zogenaamde “werken” – een term die mij zeer vreemd in de oren klonk, maar iedereen schijnt het te doen. 

Minnie Mouse oren

Cliché, ik weet het. Chinese ontwerpers zijn de afgelopen jaren hot ‘n happening geworden tijdens de international modeweken; denk aan JasoMode in Chinan Wu, Alexander Wang, Masha Ma, en ga zo maar door. Hun ontwerpen hebben de catwalks een nieuwe creatieve injectie gegeven. En dat is precies wat de ontwerpers hier ook doen: mode nieuw leven inblazen (met vallen en opstaan welteverstaan).

Mensen zeggen vaak, “Waarom Peking? De Chinese modescene zit toch in Shanghai en Hong Kong!” – Wat betreft de laatste twee: ik heb geen politieke bijbedoelingen. In mijn stylishly bescheiden mening, zijn Shanghai en Hong Kong in termen van mode al verwesterd, verZara’d, gepolijst, “Casablanca”; Peking daarentegen is een ruwe diamant, het Wilde Westen.

De Minnie Mouse oren verdwijnen hier langzaam uit het straatbeeld — geen zorgen, het is a la Galliano, ze zullen nooit helemaal weggaan – en worden vervangen door een eigenzinnige kijk op stijl, met voor elk wat wils (met economische ontwikkeling komt sociale ontwikkeling en mode maakt daar zeker deel van uit). Goth, punk, bohemian, Chanel en pandapakken, het loopt allemaal los in deze “city of mayhem” en dat maakt het nu net “Vogue verantwoord”, en meer nog, niet monochroom – hoe trendy deze stijl ook moge zijn op dit moment. 

Mode op z’n Marco Polo’s: East meets West

Vele van de opstartende ontwerpers hier hebben hun technieken in het Westen geleerd of bijgeschaafd en zijn daarna teruggekomen om hun eigen boetiekjes of labels hier op te zetten. (Als je bedenkt dat zelfs een restaurant, tja mode en voedsel worden nu niet bepaald vaak gelinkt maar in dit geval leek het me toepasselijk, hier drie weken kan open zijn tot het failliet gaat, is dit gemakkelijker gezegd dan gedaan).

Hun ontwerpen vormen meestal de ultieme kruising tussen Oost en West, met unieke invloeden vanuit China’s minoriteiten kostuums, denk borduurwerk/ stof / patronen/ kleur, en premoderne dynastieen (…- 220 BC – 1912), denk gelaagde kimono-like mouwen of golvende lange robes. Zelfs het alom gekende Mao pakje vinden we terug in een modern jasje.

De modewereld hier is nieuw ontsproten, z’n eigen weg aan het zoeken, nieuwe dingen aan het proberen en dat is uiteindelijk toch waar mode om zou moeten draaien: “Whatever floats your trendy boat”. En ja, Chanel en circus beginnen allebei met een “c,” maar daar houdt de gelijkenis ook inderdaad op (alsof je Karl Lagerfeld met Marx vergelijkt of een appelfiguur met een peerfiguur). We hebben allemaal wel onze fashion nono’s gehad _– en de mijne zijn helaas vaak op de gevoelige plaat vastgelegd – maar zo leren we “what not to wear”, of in dit geval “what not to design”.

Maar al bij al hou ik wel van een korset “and a hint of saloon”. True that Beijing.