Koning Willem-Alexander moet tijdens het staatsbezoek publiekelijk de mensenrechtensituatie in China aan de orde stellen, zegt Amnesty International. Leuk voor de bühne, maar dat helpt China noch Nederland vooruit, betoogt Chinadeskundige Fred Sengers.

Nog een paar nachtjes slapen en dan landen koning Willem-Alexander en koningin Maxima in China. De verwachtingen rond dit staatsbezoek zijn hoog. Nederland heeft zijn Chinabeleid jarenlang verwaarloosd en pas sinds twee jaar wordt door het kabinet volop ingezet op de kansen die de tweede economie ter wereld ons land biedt.

Niet geheel verrassend lanceert Amnesty International deze maandag een campagne. De belangenorganisatie roept de koning op tijdens het staatsbezoek publiekelijk aandacht te vragen voor de mensenrechtensituatie in China.

“Handel mag nooit een excuus zijn om mensenrechten niet aan de orde te stellen”, zegt Eduard Nazarski, directeur van Amnesty Nederland. De oproep klinkt zo logisch dat je er bijna niet verder over nadenkt. “De situatie van de mensenrechten is in China de afgelopen twintig jaar niet zó slecht geweest”, zegt Nazarski verder.

Handelsbelangen vs mensenrechten

Ik heb er de hele zondag over nagedacht. Gaan mensenrechten per definitie boven handelsbelangen? Wie bepaalt dat? En is de mensenrechtensituatie in China momenteel slechter dan in 1995, het jaar dat koningin Beatrix de Volksrepubliek als laatste Nederlands staatshoofd bezocht?

Laat ik met het laatste beginnen. Als we kijken naar de klassieke mensenrechten, zoals kiesrecht en vrijheid van meningsuiting en vereniging, dan heeft Amnesty volkomen gelijk. Als het gaat om democratische hervormingen zit China al twintig jaar volkomen op slot. In augustus 2013 ontving het kader van de communistische partij een beleidsstuk dat gehakt maakt van het streven naar meer burgerlijke vrijheden.

Volgens dit illustere document nummer 9 zouden buitenlandse mogendheden blijven hameren op burgerrechten met geen andere reden dan China te destabiliseren, zijn opkomst te vertragen en de eenpartijstaat te ondermijnen. Volgens dit stuk moeten persvrijheid, representatieve democratie en andere burgerrechten niet te snel worden verruimd, omdat China door zijn economische hervormingen de komende jaren kwetsbaar is voor sociale onrust.

Controle

De gevolgen hebben we de afgelopen jaren gezien. Het sleutelwoord is controle door de staat. Controle op de media, controle op het internet, controle op de creatieve sector, controle op religieuze stromingen, controle op maatschappelijke organisaties, controle op de advocatuur, controle op etnische minderheden.

Maar als we kijken naar de sociale mensenrechten, dan ziet het er al weer iets genuanceerder uit. Volgens de Chinese regering zijn een dak boven je hoofd, geld om eten te kopen, een veilige leefomgeving en de toegang tot onderwijs en zorg voor burgers van opkomende economieën belangrijker dan politieke vrijheden.

Ik gun iedereen dezelfde vrijheid en welvaart die ik iedere dag in Nederland ervaar. Maar ik realiseer me ook dat die niet in de hele wereld vanzelfsprekend zijn of door ons aan een ander land zijn op te leggen. Sterker nog, wij zijn geneigd die verworvenheden aan buitenlandse burgers te ontzeggen als ze naar ons land komen om in die vrijheid en welvaart te delen. Dat is blijkbaar ook weer niet de bedoeling.

Op het gebied van klassieke mensenrechten is in China sinds 1995 geen enkele vooruitgang geboekt, maar per saldo zijn de Chinese burgers er op vooruit gegaan. Er is minder armoede, de toegang tot gezondheidszorg en onderwijs zijn verbeterd, met een verbetering van de rechtszekerheid is een aanvang gemaakt. Zolang groepen burgers zich niet organiseren is er een betrekkelijk grote mate van vrijheid zich kritisch te uiten. Is er sprake van een vrijheid zoals wij die nu in Nederland kennen? Nee, bepaald niet. Is er sprake van minder vrijheid dan in 1995? Ik ben geneigd om ook die vraag negatief te beantwoorden.

Nederig

Dan de hamvraag. Moet de koning publiekelijk aandacht vragen voor de mensenrechtensituatie in China? Dat een single issue organisatie als Amnesty dat wil is begrijpelijk. Garrie van Pinxteren van Instituut Clingendael, dat de Nederlandse overheid adviseert over buitenlands beleid, sluit zich bij die oproep aan.

Volgens de Chinadeskundige is Nederland tegenover de Chinezen ‘veel te nederig’ geworden. “Het effect is niet dat China daarmee respect voor ons heeft gekregen, het effect is dat China dat respect heeft verloren. China zelf staat altijd heel sterk voor bepaalde principes en is gewend dat andere landen die sterk zijn dat ook doen. Als een land zegt: dat laat ik allemaal los, mijn eigen principes roer ik niet aan, dan zeg je eigenlijk zelf al, ik ben zwak”, aldus Van Pinxteren tegenover de NOS.

Het doet me denken aan een interview dat ik ooit las met de man die olifanten verzorgde in een dierentuin. Ben je niet bang dat de olifanten je verdrukken als je in hun verblijf komt, vroeg de interviewer. Nee, antwoordde de verzorger, olifanten zijn hele intelligente dieren die je door je opstelling kunt laten geloven dat je sterker bent dan zij. Een paar dagen na het interview werd zijn voet verbrijzeld nadat een olifant er per ongeluk op ging staan. Nederland en China, wat stampen we lekker.

Even over de importantie van het Nederlandse staatsbezoek: Chinese staatsmedia hebben tot nu toe geen woord over het koninklijk bezoek geschreven. Men is vol over het recente bezoek van Xi Jinping aan de Verenigde Staten en Xi’s staatsbezoek komende week aan het Verenigd Koninkrijk. Dat zijn de belangrijke staatszaken van dit moment in China.

Naarmate de economische importantie van China in de wereld is gegroeid, is de houding van de Volksrepubliek zelfverzekerder geworden. Het land laat zich niet meer de les lezen, simpelweg omdat andere landen iets van China willen in plaats van andersom.

Ironisch genoeg zijn de VS en Engeland twee landen die zich de afgelopen periode zeer kritisch over China hebben uitgelaten. Maar dit staat de Chinese interesse om de banden aan te halen niet in de weg. In Beijing maakt men een gecalculeerde afweging tussen kritiek en economische kansen. Vergelijk dat eens met de houding van China ten opzichte van Noorwegen. Dit land wordt al jarenlang geboycot nadat China zich geschoffeerd voelde door de Nobelprijs voor de dissident Liu Xiaobo in 2010. Hmmm, is Nederland qua politiek en economisch gewicht beter te vergelijken met Amerika, Engeland of juist met Noorwegen?

Zolang we handelsbelangen en mensenrechten als tegenstelling zien komen we niet verder. De Chinese agenda wordt misschien gedomineerd door economische motieven, dat neemt niet weg dat dit juist een kans biedt om een aantal mensenrechten te agenderen. Beter niet publiekelijk tijdens een staatsbezoek; dat dient alleen de binnenlandse Nederlandse agenda. Maar wel in de reguliere bilaterale contacten. Rechtszekerheid, een open internet, persvrijheid; het zijn allemaal onderwerpen die met het oog op economische ontwikkeling met de Chinezen besproken kunnen worden.

Nederland moet zijn gewicht in China niet overschatten. En we moeten al helemaal niet de kooltjes uit het vuur halen voor andere westerse landen die een pragmatische houding aannemen. Wie gelooft in machtspolitiek moet zijn kaarten op de Europese Unie zetten. De EU is de belangrijkste handelspartner van China. Als de Chinese leiders één partij als hun gelijke zien, dan is dat Brussel, niet Den Haag.