Twee weken geleden verspreidden Chinese studenten die in het buitenland studeren een open brief over de gebeurtenissen rond 4 juni. Ze schrijven hun leeftijdsgenoten ‘om de waarheid te delen en de misdaden die gepleegd zijn en worden rond de Tiananmenmoorden aan het licht te brengen’. Het is hun ‘Chinese droom’ om in de toekomst in een land zonder angst te leven, met een transparente geschiedenis en een rechtvaardig rechtssysteem.

Het nationalistische staatsblad de Global Times reageerde, zoals gebruikelijk, furieus. De studenten ‘verdraaiden de feiten’. Je moest wel heel naïef zijn om te denken dat Chinezen niet aan ‘gevoelige informatie op buitenlandse websites’ kunnen komen. Daarnaast had ‘het Chinese volk een consensus bereikt om het niet meer over het incident uit 1989 te hebben.’

Door het artikel in de staatstabloid kwamen juist meer mensen te weten over de brief. Het aantal handtekeningen onder het document, verspreid in GoogleDocs, groeide met honderden. De auteurs zeggen het schrijven ervan te zien als hun ‘morele plicht,’ ondanks de risico’s voor hun toekomstige carrière, juist omdat ze in het buitenland informatie tegenkwamen waar ze in China niet of moeilijk bij konden komen. ‘Hoe meer we weten, hoe verantwoordelijker we ons voelen,’ schrijven ze. De Chinese versie van het Global Times artikel wordt op 26 mei ‘urgent gecensureerd’. Ook staatsmedia houden zich beter aan de consensus.

De rare episode, en dan vooral de veel doorgeplaatste reactie op de brief, deed me denken aan een Chinese ambtenaar die ik laatst sprak. ‘Ben je toevallig ook geïnteresseerd in de gebeurtenissen van 4 juni?’ vroeg hij me in een reeks vragen naar mijn journalistieke interesses. En later: ‘Waarom hebben buitenlandse media het er elk jaar nou weer over? Het is toch altijd hetzelfde. Er is niks meer over te vertellen,’ zo vatte hij zijn mening over 4 juni laatst samen. Schaapachtig antwoordde ik dat er nog steeds nieuw onderzoek, nieuwe feiten over de studentenprotesten bovenkomen. Misschien niet elk jaar inderdaad.

Net als de auteur van het artikel in de Global Times nam mijn gesprekspartner een houding aan van verveling tegenover de gebeurtenissen in de lente van 1989. Anders dan veel andere, jongere Chinezen (volgens recent onderzoek van Louise Lim kan 15 uit 100 universiteitsstudenten in Beijing de iconische foto van de ‘Tankman’ correct identificeren ), zijn ze waarschijnlijk goed op de hoogte van wat er is gebeurd. Maar, in lijn met het beleid van hun werkgever, wuiven ze het weg als een saai onderwerp, irrelevant voor China vandaag. Ze zijn deel van een politiek regime dat uitzonderlijk succesvol is in het beslissen wat de moeite waard is voor de bevolking om te onthouden.

Maar, zoals de indrukwekkende brief van de Chinese studenten weer eens illustreerde, leren over Tiananmen is schrijnend, schokkend, allesbehalve saai. En die consensus is er helemaal niet, ook niet binnen China. Voor de Tiananmenmoeders en velen met hen is het een oude open wond, waar ze zo lang ze leven elke dag mee bezig zijn. Indrukwekkende individuen zoals de kunstenaar Chen Guang, soldaat van het Chinese leger tijdens de demonstraties, en advocaat Pu Zhiqiang, een voormalig demonstrant die vorig jaar na het bijwonen van een 4 juni gedenkingsbijeenkomst werd opgepakt en binnenkort terecht staat voor de inhoud van een aantal Weibo-berichten, bouwden hun leven op wat ze toen meemaakten. En ook mensen die kozen te vergeten deden dat op verschillende manieren. Voor anderen zijn de gebeurtenissen vooral een vraagteken, iets te ver van hun bed. Maar lang niet voor iedereen. Zo moeten de vijfhonderdduizend Chinese studenten in het buitenland allemaal beslissen welke versie van het stuk geschiedenis ze besluiten te geloven.

Elk jaar is het weer duidelijk. Er valt veel te zeggen over de gebeurtenissen rond 4 juni 1989, maar niet dat er niks meer over te vertellen is.