Embed from Getty Images

Van diversiteit naar veiligheid boven alles

Onder president Xi is een duidelijke trendbreuk te bemerken in China’s etnische minderhedenbeleid, dat steeds meer als deel van het veiligheidsbeleid wordt gezien. Sinds enkele jaren is assimilatie door ‘etnische vermenging’ het hoofddoel geworden. Dat is vooral te merken in de provincies met een grote minderheidsbevolking die te kampen hebben met voortdurende spanningen: Tibet en Xinjiang.

De bekende 56

Het is inmiddels welbekend dat er in China 56 officieel erkende minderheidsnationaliteiten (mínzú) zijn, met een totaal van 120 miljoen personen ten opzichte van de ruim één miljard Han-Chinezen. De Han-meerderheid wordt beschouwd als één geheel en als de kern van het ‘Chinees-zijn’, ook al is er ook een enorme diversiteit onder de Han-Chinezen. De ideeën over eenheid en diversiteit van de Chinese bevolking zijn echter door de decennia (laat staan eeuwen) heen flink aan verandering onderhevig geweest en in hoge mate gepolitiseerd.

Toen de communisten in (burger)oorlog waren, hadden ze de steun van de vele minderheidsgroepen in de Chinese binnenlanden – waar ze hun toevlucht zochten – meer dan nodig. Mao Zedong beloofde mede daarom in de jaren ’30 dat minderheidsgroepen onafhankelijkheid mochten claimen als de communisten zouden winnen. Het beleid werd echter omgezet in zelfbestuur voor niet-Han-volken onder de overkoepelende controle van de CCP. In 1955 werden deze autonome regio’s (waaronder Tibet en Xinjiang) op alle bestuurslagen ingevoerd met nominaal toegewezen plaatsen voor leden van minderheidsgroepen die aangewezen en getraind waren door de CCP. Een sterk assimilatiedenken tijdens de dramatisch verlopen Grote Sprong Voorwaarts en de Culturele Revolutie werd onder Deng Xiaoping weer losgelaten, en er kwam hernieuwde erkenning voor de bescherming en positieve discriminatie van minderheden die formeel tot nu voortduurt.

In de top van de CCP bestaan hierover echter twee ideeën die wisselend aan invloed winnen in China. Ten eerste is er het idee dat China een heterogeen en multi-etnisch land is, met een diversiteit aan talen, culturen en bevolkingsgroepen die een erkende positie en speciale rechten hebben. Als partijsecretaris van Tibet tussen 1988 en 1992 behoorde voormalig president Hu Jintao tot dit beleidskamp en zijn invloedrijke Communist Youth League-factie (CYL) neemt nog steeds belangrijke posities in de grensregio’s in.

Aan de andere kant bestaat het idee dat China een homogene nationale eenheid is of moet worden, met een uniforme taal, waar minderheidsgroepen langzaam opgaan in een China waarin de Han-identiteit centraal staat. Een robuustere benadering ten aanzien van integratie van lokale minderheden is hierin onontkoombaar. Xinjiang en Tibet nemen hierin een belangrijkere plaats in dan andere provincies met vele minderheden, vanwege hun strategische ligging en grote populaties van één specifieke minderheid met een culturele en religieuze identiteit die duidelijker afwijkt van de dominante Han-identiteit.

De Chinese droom van Xi

Xi’s overtuigingen en zijn huidige motto van de Chinese Droom vallen onder het laatste beleidsidee. Zijn vader, Xi Zhongxun, was – opvallend genoeg – juist een bekende expert op het gebied van minderheden en een fervent voorstander van het eerste idee, waarin veel meer ruimte is voor diversiteit. Hij rekende zelfs de tiende Panchen Lama tot zijn vriendenkring en heeft naar verluidt een gekoesterd  horloge gekregen van de veertiende Dalai Lama.

Deze verdeeldheid in de CCP die de afgelopen decennia wisselend is uitgespeeld, heeft geleid tot een dubbelzinnig minderhedenbeleid. Onder Xi is echter de afgelopen jaren een duidelijke hernieuwde inzet op integratie en assimilatie van minderheden in een verenigd China te bemerken. De basis van dit beleid wordt onder andere uiteengezet door de Central Ethnic Work Conference van de CCP. In 2016 zat Xi Jinping deze zelf voor en zo werd zijn nieuwe etnische beleidslijn duidelijk: het mixen van verschillende groepen, zodat ze uiteindelijk opgaan in het Chinese volk. In Xi’s woorden: “De versnelde inzet op inter-etnisch contact, uitwisseling en vermenging.” Etnische assimilatie en vermenging worden in dit beleid gezien als het eindspel in economische en sociale moderniseringen die de Partij voorstaat.

Dit beleid zal echter niet snel tot resultaten leiden. De cijfers van inter-etnisch trouwen zijn juist in Xinjiang en Tibet het laagst van heel China. Het beleid heeft bovendien, vooral onder Tibetanen en Oeigoeren, tot controverse en debat geleid, omdat ze het zien als een poging hun culturele identiteit uit te wissen. Het heeft tot toenemende vervreemding en weerstand van de CCP geleid. Xi houdt echter vast aan de ‘vier identificaties’, waarin de nadruk ligt op de affiniteit van minderheden met het moederland, de Chinese natie, de Chinese cultuur en het socialistische pad met Chinese karakteristieken. In dit kader zet hij in op onderwijs in Mandarijn en patriottistische educatie in de grensregio’s.

Xi benadrukt ook de gelijkheid van iedereen voor de wet, terwijl dit in contrast staat met de speciale rechten voor etnische groepen zoals die in de grondwet zijn opgenomen. Het beleid van etnische vermenging heeft concreet geleid tot inzet op gemengde huisvesting, gezamenlijke scholing en toenemende etnische mobiliteit en migratie, bijvoorbeeld van etnische groepen in werkplaatsen in andere delen van het land.

De veiligheidstrend

De trend in het etnische minderhedenbeleid wordt sterk ingegeven door een verhoogde inzet op behoud van stabiliteit en veiligheid onder Xi’s presidentschap. Het versterkte binnenlandse veiligheidsbeleid heeft geleid tot de lancering van Xi’s concept van overall national security, ook wel ‘totale veiligheid’ genoemd, dat wordt voorgesteld als een routekaart om China de 21e eeuw in te leiden. Dit heeft grote impact gehad op Tibet en Xinjiang, waar in 2008 en 2009 grootschalige onrust was die veel nieuwe beleidsinitiatieven en veiligheidsmaatregelen tot gevolg heeft gehad.

In mei 2010 werd de eerste Central Working Conference on Xinjiang georganiseerd, om op het hoogste niveau het langetermijnbeleid ten aanzien van de grensregio uiteen te zetten. Dit was eerder al gebeurd voor Tibet. In mei 2014 kwam vervolgens het tweede Xinjiang-werkforum bijeen, waaraan alle Politbureauleden deelnamen en meer dan driehonderd hoge partijkaders; een teken dat de problemen in de regio tot de hoogste prioriteit behoorden. Op de laatste conferentie werd ‘etnische vermenging’ al als uitgangspunt van de nieuwe beleidsrichting in de regio vastgesteld; hoe dit in verhouding staat tot het traditionele beleid van autonomie en rechten voor etnische minderheden – dat Xi nadrukkelijk (nog) niet wil afschaffen – is onduidelijk.

Nationale eenheid (de Chinese Droom), etnische harmonie en religie worden echter wel steeds sterker gekoppeld aan nationale veiligheid. Met de oprichting van de Central National Security Commission (CNSC) in januari 2014 met Xi aan het hoofd, wordt een poging gedaan veiligheidsvraagstukken te centraliseren. Er is wetgeving ontwikkeld en de surveillance van etnische, politieke en religieuze groepen wordt sterk vergroot.

Xi verving in september 2016 Partijsecretaris Zhang, die bekend stond om zijn ‘flexibele en toegeeflijke methodes’ tijdens het besturen van Xinjiang, door Chen Quanguo, die tussen 2011 en 2016 in Tibet gestationeerd was. Chen kondigde in zijn eerste bespreking met lokale Partijleden meteen een pakket van tien strenge maatregelen aan, waaronder het promoten van inlichtingenverwerving, een versterkte controle over de media en het internet en het verbeteren van law and order management en -implementatie. Methodes die hij in Tibet hanteerde zijn naar Xinjiang gehaald, zoals de installatie van een netwerk van talloze mobiele politiestations uitgerust met surveillancecamera’s en 24-uursbewaking, die indien nodig snel tot checkpoints omgebouwd kunnen worden. Chen wordt getipt voor een positie in het Politbureau dat op het 19e Nationale Partijcongres in het najaar 2017 geïnstalleerd wordt, dus er is hem alles aan gelegen de situatie in Xinjiang onder controle te houden.

Van een etnisch beleid, gericht op diversiteit, onder ex-president Hu is dus onder de huidige president Xi sprake van een etnische minderhedenbeleid waarbij veiligheid voor alles gaat. Met dit beleid worden echter de onderliggende spanningen niet aangepakt en ligt eerder vervreemding op de loer.