Zaterdag 5 april is in China Qingming, de dag dat Chinezen het graf van hun voorouders verzorgen. Leven is misschien niet altijd makkelijk in de Volksrepubliek, sterven is dat in ieder geval niet.

Jaarlijks overlijden in China 9,6 miljoen mensen. In 2025 is dat getal door de vergrijzing naar verwachting meer dan verdubbeld (20 miljoen).

Chinezen hebben een bijzondere relatie met hun voorouders. De familie is het belangrijkste verband in het leven en dus speelt voorouderverering een belangrijke rol. Traditioneel herdenkt men maandelijks de overleden familieleden, bijvoorbeeld bij een herdenkingsaltaar in de eigen woning waar wierook wordt gebrand.

In het moderne China is dat minder geworden, maar om Qingming, het schoonmaakfeest van de graven, kan niemand heen. Het is een officiële feestdag, waarvoor Chinezen een verplichte vrije dag krijgen.

De bedoeling is dat men het graf van de familie schoonmaakt en offers brengt om het leven van de overledene in het hiernamaals te vergemakkelijken. Het gaat dan om voedsel en dodengeld.

Spirituele achtergrond

Het is geen wonder dat voorouderverering een belangrijke rol speelt, als men kijkt naar de drie belangrijkste spirituele stromingen in China.

De boeddhisten geloven in reïncarnatie. In het Taoïsme in een leven na de dood. De aanhangers van Confucius benadrukken de rol van ouders en voorouders in het hier en nu.

Probleem alleen is dat de communistische partij atheïstisch is. De communistische partij stimuleert Chinezen om zich te laten cremeren; in veel grote steden is dat zelfs verplicht.

Maar ook het begraven van een urn wordt ontmoedigd. De staat geeft subsidies aan het verstrooien boven zee. Voor families met weinig geld is dat een moeilijk te weigeren aanbod.

Lokale partijbonzen maken carrière met stadsuitbreidingen en economische groei. Ze maken geen goede sier met mooie begraafplaatsen. Volgens krantenberichten zijn de 3.000 begraafplaatsen in China over zes jaar vol als er niet wordt uitgebreid.

Begraafplaatsen big business

Schaarste doet de prijzen voor een traditionele uitvaart stijgen. Anders dan in Nederland worden in China graven niet na een aantal jaar geruimd. Volgens cijfers van de overheid wordt er jaarlijks meer dan 100 miljard yuan (12 miljard euro) aan begrafenissen uitgegeven. Die kosten lopen met zo’n tien procent per jaar op.

Een plek voor een urn op een begraafplaats kost bij een grote stad wel 100.000 yuan (12.000 euro); een vermogen voor een gemiddelde Chinees. Om ruimte te besparen zijn urngraven in Beijing tegenwoordig met een decimeter ingekort tot 90 x 90 centimeter.

De commercie speelt hierop in. De Fu Shou Yuan Group exploiteert begraafplaatsen en dat is big business. Een beursintroductie moet een bedrag tussen de 80 en 160 miljoen euro opleveren om nieuwe begraafplaatsen te kopen. Het bedrijf exploiteert momenteel acht begraafplaatsen in vijf grote steden. Maar die raken snel vol. Rond de grote steden is grond schaars en daardoor peperduur.

Zelfs na de dood bemoeit de communistische partij zich met zijn leden. De partijtop constateert dat ‘bijgelovige rituelen’ terugkeren en dat leden zich liever laten begraven. Dit legt een onnodig beslag op waardevolle grond. Partijleden moeten ook na de dood het goede voorbeeld geven. De communistische partij heeft verordonneerd dat leden en hun familieleden worden gecremeerd, hun organen doneren en niet teveel geld aan de uitvaart besteden.

Uitbundige begrafenissen ‘beschadigen het aanzien van de partij en de overheid en vergiftigen de sociale atmosfeer”, schrijft de partij. “Partijleden moeten een voorbeeld stellen met een simpele, geciviliseerde uitvaart.”

De partij wil ook van de gewoonte af om voorouders in chinacondoleancegeld op te halen. In China is het gebruikelijk dat rouwenden bijdragen in de kosten van de uitvaart, die voor armere families anders niet te dragen zijn. Maar volgens de partijnotitie wordt de gewoonte misbruikt om steekpenningen op te halen bij zakelijke relaties.

De Reis door China in 48 Dagen gaat verder op zaterdag 12 april: de Internationale Dag van de Ruimtevaart.