Silent_army2

Het thema van dit boek behandelt de snel groeiende invloed van China in Afrika, Zuid-Amerika, het Midden-Oosten en Azië. Beide auteurs zijn Spaanse onderzoeksjournalisten die al jarenlang vanuit Beijing rapporteren. Gedurende twee jaar onderzoeken zij de gevolgen die de investeringen, geld of andere steun van China hebben op de landen van deze continenten. Hun reizen brengen hen van de mijnen in Peru en Angola tot aan de olievelden van Kazachstan, van de rijke houtbossen in Thailand en Myanmar tot de mineraalmijnen in Congo.

In dit onderzoek laten zij zich leiden door het principe dat alle partijen gehoord moesten worden, inclusief de verschillende lagen binnen de Chinese bureaucratie en de mensen die feitelijk de knoppen bedienen achter China’s expansie. Maar ook de politieke elites, de NGO’s, immigranten en werkers, actievoerders en ambtenaren. De schrijvers stuiten echter veelal op een muur van geheimhouding en gebrek aan medewerking van officiële Chinese zijde maar kunnen dankzij informele netwerken aan eerstehands informatie komen om daar waar nodig hiaten op te vullen.

Overigens ondervinden zij dat binnen de Chinese gelederen er mensen zijn die frank en vrij willen spreken over de achterliggende intenties van China’s aanwezigheid en handelswijze in ontwikkelingslanden, maar dat de overgrote meerderheid de voorkeur geeft aan het nauwgezet volgen van de officiële partijlijn uit Beijing. Bovendien roemen zij ook de positieve gevolgen van China’s expansie – goedkopere producten voor arme landen en de ontwikkeling van spoor-en wegennet in arme landen, en daarmee voor vele steden en dorpen een ontsluiting naar de rest van de wereld.

Zij ontdekken dat Chinese bedrijven, waar zij ook maar neerstrijken, hun investeringen vaak gepaard laten gaan met eenzelfde aanpak: de bouw van infrastructuur projecten als onderpand voor het verkrijgen van de rechten op het delven van mineralen, ertsen of olie. Dat op zich is geen nieuws en deze uitruil biedt in theorie een manier voor arme landen om zich op te krikken en te moderniseren.

In de praktijk liggen de kaarten echter anders stellen zij. In veel gevallen hanteren Chinese bedrijven dezelfde magere vaak inhumane arbeidspraktijken die zij in China gewoon zijn. Deze schieten vaak pijnlijk te kort: van totale afwezigheid van geschikte en veilige werkkleding tot het uitbetalen van een fractie van het loon dat Chinese arbeiders wordt geboden. Met name in de mijnen die worden bestierd door Chinese staatsbedrijven in zowel de Zambiaanse kopergordel als de steenkoolmijnen in Peru, blijken slechte arbeidsomstandigheden aan de orde van de dag. In veel gevallen kijkt de eigen overheid weg.

Zij noemen het voorbeeld van de Zambiaanse overheid die met grote belastingvoordelen en gunstige douane heffingen buitenlandse investeerders weet aan te trekken, maar goede arbeidsvoorwaarden voor haar eigen bevolking voortdurend met voeten betreedt. Zij memoreren aan het ‘incident’ waarbij twee Chinese ploegbazen in 2012 op demonstrerende Zambiaanse mijnwerkers inschoten. Deze wilden veiliger arbeidsomstandigheden bedingen om niet langer het gevaarlijke werk voor een schamele $4 per dag te doen, maar tegen het afgesproken minimum tarief van $230 per maand. Enkelen stierven ter plekke terwijl 11 mijnwerkers zwaar gewond werden afgevoerd – het hof besloot de moordzaak echter nietig te verklaren.

Het boek is verder uiterst kritisch over China’s exploitatie van de unieke en ongerepte natuur in landen als Thailand en Birma. Ongebreidelde afgravingen in de zoektocht naar jade voor de Chinese middenklasse en houtkap om ‘s lands verstedelijking te fourageren hebben geleid tot het wegspoelen van kleine berggemeenschappen. In beide gevallen is er geen sprake van compensatie of een terugkeer van gelden voor deze kleine gemeenschappen. De plaatsing van vier dammen aan Chinese zijde heeft een dermate grote invloed op de waterstand in de Mekong Delta tot gevolg gehad, dat het traditionele vissersbestaan aan de Thaise kant onomkeerbaar beïnvloed is, maar wel in negatieve zin.

De overtuiging dat met China’s groeiende macht haar assertiviteit ook toeneemt, loopt als een rode draad door het boek. In tal van voorbeelden tonen de schrijvers aan hoe China haar van oudsher machtige positie op het wereldtoneel aan het terugwinnen is. China’s diaspora over de wereld is een afspiegeling van de migranten verhuizingen in eigen land. De wijze waarop de miljoenen mingong (migranten)in eigen land behandeld worden, geeft een directe doorkijk naar de Chinese manier van opereren elders. De auteurs stellen dat China niet bezig is een wereldorde te scheppen waarin een Chinees messiaans gedachtegoed ligt besloten, maar veeleer bezig is een economische positie te herwinnen die respect afdwingt. Daarbij past het dat zij haar toonaangevende positie op het Aziatische continent ziet als een vanzelfsprekendheid.

Het boek besteedt verder aandacht aan corrupte praktijken waar de minder sterke landen makkelijk gehoor aan geven ten koste van de allerarmsten in hun eigen land. Het rode kapitalisme in Afrika is even meedogenloos als in eigen land, zeggen de schrijvers. En ofschoon China wel gevoelig is voor negatieve kritiek, lijkt China BV het lastig te vinden om concrete stappen te maken ten bate van een langdurige, wellevende bijdrage aan het gastland. Het is correct dat zij ook aangeven dat met het beleid vanuit westers kapitalistische landen er vaak met twee maten is gemeten. Het grote verschil echter is dat niet alleen de schaal van China’s activiteiten over de wereld van een ongeëvenaarde omvang en invloed is, maar ook dat Chinese burgers in eigen land geen politieke ruimte krijgen om hierop enige invloed uit te oefenen.

Silent_army1Het boek is uiterst leesbaar, mede omdat de schrijvers van tijd tot tijd hun eigen emoties van verontwaardiging en gevoel voor rechtvaardigheid mee laten wegen in de beoordeling van wat zij meemaken, zonder hun professionaliteit te verliezen. Zij beseffen goed met een westerse pet op te schrijven. Het boek blijft een waardevolle en feitelijke rapportage van de huidige stand van zaken betreffende China’s handelen in die landen waar zij grond­-en bouwstoffen, mineralen en ertsen vandaan halen. De nadruk ligt dus vooral op de problemen die China’s aanwezigheid in deze landen brengt. Daarmee wordt een belangrijk detail dat onderbelicht blijft de positieve invloed die China’s investeringen hebben op het leven van miljoenen mensen, zowel in China als daarbuiten. Ook ontglippen de besturen van de ontvangende landen te veel aan de kritische pen van de auteurs, waardoor de indruk bestaat dat China als hoofdschuldige de motor is achter alle negatieve praktijken. Maar, iedereen die geïnteresseerd is in China’s rol op het wereldtoneel mag dit knappe doch somber stemmende boek niet missen.

China’s Silent Army, the pioneers, traders, fixers and workers who are remaking the world in Beijing’s image, Juan Pablo Cardenal & Herberito Araújo, Vertaald vanuit het Spaans voor Penguin Books, London 2014.