Een grote schaduw glijdt over het land. Dan nog een en nog een, als geruisloze bodes van de dood. De gieren zijn zeker van hun doel, dagelijks worden in de buurt van de stad Serta de overledenen verzameld voor een sky burial – een eeuwenoud Tibetaans gebruik waarbij na de verhuizing van de ziel het lijk wordt doorgegeven aan het leven.

Deze vorm van begraven – door de Tibetanen beschouwd als het nobelste afscheid van de aarde – gaat gepaard met vaste rituelen. Staande op vijftig meter afstand zien we hoe de lijken worden opengesneden om de toegang voor de gieren te vergemakkelijken. Vlak daarnaast zit een tiental lama’s op de grond; hun gebedsmolens draaiend prevelen ze met monotone regelmaat de gebeden die de angst voor de bardo moeten wegnemen – de gevreesde tussenfase waarin de ziel dolend zoekt naar hechting aan een nieuwe levensvorm.

De ‘oogst’ is dit keer mager: vier volwassenen en een kindje van een jaar of vijf met een wilde bos haar op het kleine hoofdje. We wenden onze ogen af, maar ontkomen niet aan de doordringende stank van de dood. Na tien minuten zit het werk van de lijkensnijders erop. De hoofdlama slaakt een lange, luide kreet en gooit een stukje vlees de lucht in.

Dat is het signaal waarop de aaseters hebben gewacht: in kolonne komen ze aangewaggeld, de eerste messcherpe snavels boren zich in het vlees. De stilte van het ritueel verandert in een amorf oertafereel van pikkende en krijsende vogels die ieder vechten om een stukje mens. Veren dwarrelen in de lucht, de stank wordt nog ondragelijker. Onze initiatie zit erop. Stil rijden we terug naar het hotel, de daar klaargezette lunch laten we aan ons voorbijgaan.

Reis door het land van de sneeuw

Serta klooster in Kham, Oost-Tibet

De veerkracht van de Tibetaanse cultuur

Tijdens mijn reis door Kham, het oostelijk deel van Tibet dat administratief onder de provincie Sichuan valt, is de sky burial het opvallendste maar zeker niet het enige bewijs van de enorme veerkracht van de Tibetaanse cultuur. De waanzin van de Culturele Revolutie trof de nationale minderheden van het land nog harder dan de Chinezen zelf; in Tibet werden meer dan zes duizend kloosters door de Rode Gardisten met de grond gelijk gemaakt, heilige teksten vernietigd, tempelbeelden omgesmolten, de monniken vernederd of simpelweg vermoord.

Uitingen van de Tibetaanse cultuur, zoals de sky burial, werden gezien als feodale praktijken en verboden. Het leek de genadeklap voor de meer dan duizend jaar oude Boeddhistische cultuur van het Land van de Sneeuw, maar veertig jaar later is er sprake van een wonderbaarlijke renaissance. Tempels met gouden dakenverrijzen als fenixen uit de as van de Chinese vernietigingsdrift.

Devote volgelingen van de Ontwaakte (letterlijke betekenis van Boeddha) draaien eindeloze cirkels rond de beelden en portretten van Zijn vele verschijningen. Zelfs de afbeelding van Avalokitesvara, de Boeddha van de Grenzeloze Compassie, is op vele plaatsen te zien; en dat is op zijn minst verwonderlijk, want zijn huidige manifestatie is niemand minder dan Tenzin Gyatso, beter bekend als de 14e Dalai Lama – de monnik die door de propaganda van Peking steevast wordt afgedaan als splitser van het moederland, terrorist en wolf in schaapskleren.

Jonah M. Kessel/jonahkessel.com

Jonah M. Kessel/jonahkessel.com

De wedergeboorte van de Tibetaanse cultuur manifesteert zich spectaculair in het monastieke college van Serta. De als levende Boeddha vereerde Jigme Phuntsok stichtte daar in de jaren tachtig een eenvoudig klooster, maar al snel verzamelden zich meer dan 20,000 volgelingen om zijn onderricht en zegening te ontvangen.

Van grote religieuze samenscholingen gaan de haren van de met ‘stabiliteit’ geobsedeerde autoriteiten overeind staan, en dus werden in 2001 de schamele optrekjes van de gelovigen platgewalst. Tien jaar later bloeien tempel, universiteit en de daarom heen weer opgebouwde stad als nooit tevoren. Onder de gelovigen bevinden zich ook veel Chinezen, als teken van een subtiele, maar steeds duidelijker wordende innerlijke transformatie van de Chinese ziel.

Harmonie of ‘wegzuiveren’

De spirituele kaalslag van de Culturele Revolutie was minstens even desastreus als de materiële. Het herstel daarvan werd niet bevorderd door de extreme geldzucht die gepaard ging met de opening van het land naar het Westen vanaf de jaren tachtig. Maar nu is er overduidelijk sprake van wat de Amerikaanse historicus Samuel Huntington, schrijver van het boek The clash of civilizations, de ‘Wraak van God’ noemt. Het Christendom en Boeddhisme profiteren daar het meest van: Jezus van Nazareth heeft tientallen miljoenen volgelingen, Siddharta Gautama meer dan honderd miljoen.

De houding van de overheid tegenover deze 21ste eeuwse culturele revolutie is ambivalent. Enerzijds wordt zij gezien als hulpmiddel om de fel gewenste ‘maatschappelijke harmonie’ te realiseren, anderzijds kent het oude rijk geen traditie van scheiding van kerk en staat: iedere religieuze organisatie is potentieel een bedreiging voor de alleenheerschappij van de heersende elite. In gebieden waar de nationale minderheden wonen – Tibet, Xinjiang en Binnen-Mongolië – gaat dat wantrouwen nog dieper vanwege het intense (door de Chinese onderdrukking gestimuleerde) verlangen van die volkeren om zich van het moederland af te scheiden.

De Tibetaanse wens tot onafhankelijkheid is als een vloek in de kerk van het Chinese communisme en nationalisme, –ismes die in het China van 2013 nauwelijks meer van elkaar te onderscheiden zijn. Peking zegt dat dat Tibet al sinds de 13e eeuw als een onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van het Chinese grondgebied, een door vele historici betwist standpunt.

Jonah M. Kessel/jonahkessel.com

Jonah M. Kessel/jonahkessel.com

De Tibetanen van hun kant beweren dat Peking nooit effectieve soevereiniteit over het Land van de Sneeuw heeft uitgeoefend, een positie die eveneens omstreden is omdat het de Tibetanen zelf waren die aan het begin van de 18e eeuw de hulp van de zonen des hemels inriepen tegen de dreiging van de Mongolen. De interventie die daarop volgde reduceerde in Pekings visie Tibet tot een vazalstaat, ook al was de Chinese aanwezigheid tot aan 1951 (het jaar van Chinese invasie) zwak en allesbehalve permanent.

Maar belangrijker: het woord ‘vazalstaat’ dekt niet de lading van de premoderne verhoudingen tussen beide landen. In ruil voor de door de Chinese keizers geboden wereldlijke bescherming leverden de Tibetaanse lama’s (een woord dat ‘leraar’ betekent) spirituele bescherming en onderwijs aan de zonen des hemels. Deze zogenaamde ‘priester – patroon’ relatie ontstond in een tijd dat er nog geen sprake was van natiestaten of soevereiniteit – vandaar de veelal heilloze discussie of Tibet in de premoderne tijd nou wel of niet bij China ‘hoorde’.

De merites van de volkenrechtelijke claims zijn van geen enkele invloed op de machtsverhouding tussen beide landen. Peking regeert de Tibetaanse gebieden met ijzeren hand. In Ganzi stonden op het plein voor ons hotel grimmig ogende leden van de paramilitaire Wu Jing (Gewapende Politie) in gelid opgesteld. Een spandoek gaf in grote, rode karakters aan waarom ze daar stonden: Vestig Harmonie in de Tibetaanse Gebieden!

Harmonie van boven af met geweld opgelegd – voor ons westerlingen is dat een contradictio in terminis, voor de Chinese geest de normaalste zaak van de wereld. D.w.z. voor de Communistische Partij, die het land als haar leengoed beheert; de gemiddelde, veelal kritische internetgebruiker steekt de draak met het woord ‘harmonie’: het is  geworden tot een synoniem voor ‘wegzuiveren’.

Reis door het land van de sneeuw 4

Jonah M. Kessel/jonahkessel.com

Internet is ook het medium waarmee de Tibetanen met elkaar communiceren. Op de laatste dag van onze reis, op weg naar Chengdu, de hoofdstad van Sichuan, vielen onze gids en chauffeur opeens stil. Via Weixin – de Chinese variant van Whatsapp – kwamen schokkende foto’s binnen. De dag daarvoor, de verjaardag van de Dalai Lama, was een groep Tibetanen onder leiding van enkele lama’s in Daofu bijeen gekomen om diens verjaardag te vieren.

Leden van de Gewapende Politie waren opgetreden om die bijeenkomst te onderbreken; in de daarop volgende schermutseling werd op de Tibetanen geschoten, sommigen van hen raakten zwaar gewond. Onze begeleider lieten foto’s van de schotwonden zien, van een slachtoffer was de schedel half weggeblazen. Onze chauffeur, tot dan toe de vrolijkheid zelve, sprak een uur lang geen woord. Tot slot zei hij in gebroken Chinees: mijn hart is verdrietig, dit is niet eerlijk..

Veranderingen in beleid?

Reis door het land van de sneeuw 3

Jonah M. Kessel/jonahkessel.com

Jin Wei, Tibet deskundige aan de Centrale School van de (Communistische) Partij, bekritiseerde onlangs in een geruchtmakend artikel het vooroordeel van sommige partijpartijsecretarissen jegens de Tibetaanse religie, daardoor zouden de huidige problemen alleen maar groter zijn geworden. De indirecte kritiek op voormalig president Hu Jintao, eerder in zijn loopbaan partijsecretaris van Tibet, was voor de zorgvuldige lezer glashelder.

Jin riep zelfs op tot een dialoog met de Dalai Lama. Het is China’s politieke context ondenkbaar dat direct aan de Partij verbonden onderzoeksinstituten onafhankelijk hun mening weergeven, Jin’s opinie wordt dus door sommige topleiders gedeeld. Dat zou een opmerkelijke doorbraak zijn, want sinds de gewelddadige rellen in Lhasa in 2008 is Tibet verzeild geraakt in een vicieuze cirkel van toenemende oppressie en toenemend verzet.

Monniken en nonnen worden onderworpen aan patriottische opvoedingscampagnes en zelfs voor individuen is het dragen van een afbeelding van de Dalai Lama strafbaar – een regel die overigens op grote schaal wordt overtreden. In Daofu, het plaatsje waar enkele dagen later de dodelijke confrontatie met de Gewapende Politie plaats zou vinden, liet een monnik van de Gelupga School (De Gele Hoeden – waar de Dalai Lama ook toe behoort) me vol trots foto’s van Tenzin Gyatso op zijn iPhone zien.

De toenemende oppressie heeft de Tibetanen tot de wanhopige verzetsdaad van de zelfverbranding gedreven – tot nu zijn er meer dan honderd gevallen geregistreerd, waarvan velen in Kham. Er is hoop, ook onder de Tibetanen, dat de nieuwe leider Xi Jinping, een ander Tibet beleid gaat voeren. Die hoop is mede ingegeven door de uitstekende betrekkingen die Xi’s vader, Xi Zhongxun, in zijn tijd met de Tibetanen onderhield. Hij zou zelfs een horloge van de toen nog piepjonge Dalai Lama hebben ontvangen en dat zijn hele leven hebben gedragen.

Maar waarschijnlijk is dat optimisme te hoog gegrepen. De eerste maanden van Xi Jinpings beleid kenmerken zich door behoedzaamheid, het tevreden willen stellen van de linker- en rechtervleugel van de Partij en – net als zijn voorgangers – het tegen iedere prijs willen bewaren van ‘stabiliteit’ in zijn onmetelijk grote land. In dat streven passen geen grote concessies aan China’s minderheden – al was het alleen maar omdat dat hem zou blootstellen aan aanvallen van conservatieve facties binnen de Partij.

De Chinese Goliath heeft alle middelen ter beschikking om de Tibetaanse David eronder te krijgen: geld, geweld en onuitputtelijk veel militairen. Maar hoe meer die middelen worden ingezet, des te vastberadener wordt het Tibetaanse verzet, groeit de kloof tussen onderdrukker en onderdrukte. Van wat 6 miljoen Tibetanen vinden hoeven de leiders van 1.3 miljard Chinezen in principe niet wakker van te liggen, maar het diepere gevaar is dat door het harde optreden ook steeds grotere groepen Chinezen van de Communistische Partij vervreemd raken, zeker de Boeddhistische en andere religieuze delen van de samenleving.

De legitimiteit van de Partij is om vele andere redenen – de kloof tussen arm en rijk, schrijnende corruptie en milieuvervuiling – al aan het wankelen. De Wraak van God zou wel eens de genadeklap kunnen betekenen.