Foto's door Inge Schouten

Foto’s door Inge Schouten

‘We waren de Beatles. We waren royalty’s.’ Toen architect Steven Smit voor het Nederlandse bureau OMA werkte, waren alle ogen van China en misschien wel van de wereld op hen gericht. Het architectenbureau bouwde de bekende CCTV-toren, ontworpen door Rem Koolhaas. Maar hij is niet de enige Nederlander die erbij betrokken was: ‘Ik zei dat ik interesse had en voor ik het wist, dronk ik een biertje met Rem Koolhaas in het Beijing Hotel.’

Paspoortje

Naam: Steven Smit (56)
Na het gesprek: Een leeg koffiekopje en een halfvol bierglas op het terras van The Opposite House.
Woonde in: Eindhoven, Tasmanië, Sydney, Shanghai, Beijing, Hong Kong.
Opvallendste quote: ‘Ik ben benieuwd hoe ik, na al die jaren in China, nog professioneel kan functioneren in het Westen.’

Steven stapte als on-site-architect in het project toen er al gegraven werd. ‘Op papier hield mijn functie in dat ik moest controleren of het ontwerp gebouwd werd zoals getekend. Maar in realiteit was ik vooral trouble shooter omdat ik als enige ervaring had met het construeren van zo’n hoog gebouw.’ De Nederlands-Australische architect is duidelijk niet gewend om Nederlands te spreken en switcht daarom vaak naar het Engels waardoor zijn Brabantse accent verdwijnt. In Australië werkte Steven aan de bouw van de grootste en hoogste toren van het land die dezelfde hoogte heeft als het CCTV-gebouw. ‘Toen ik hoorde dat OMA met zo’n groot project bezig was, zocht ik direct contact en kreeg snel een reactie terug. Ik ontmoette Rem Koolhaas in het Beijing Hotel en vertelde over de toren in Sydney waarvoor ik Building Information Modeling gebruikte, een computertechniek waarmee je kunt ontwerpen in 3d. Dat was heel innovatief destijds. Rem was nog niet bekend met BIM, in Nederland stond dat toen nog in de kinderschoenen.’

Doing smart or doing big

En zo werd Steven aangesteld vanwege zijn ervaring met extreme hoogbouw en computer skills, iets wat hij leerde door op zijn 35ste af te studeren in computerdesign. ‘Ik heb geen jonge architecten nodig die mij helpen, ik kan alles zelf.’ Met zijn twintig jaar aan ervaring is slechts een deel te vatten in het gesprek. Steven heeft weinig vragen nodig om de fijnste anekdotes te vertellen. Hij studeerde medicijnen, ging backpacken door Azië, emigreerde naar Australië en ging in ‘paradijselijk’ Tasmanië architectuur studeren. Eerst werkte hij voor het Australische PTW dat Olympisch succes boekte met het ontwerp van de bekende Watercube. Voor hetzelfde bedrijf leidde Steven een project in China. ‘Ik ben ondernemend en zelfstandig. Ik denk dat dat typisch Nederlands is. Daar gaat het niet om doing big things but doing smart things.
Tegenwoordig werkt Steven bij Atkins. Het beursgenoteerde architectenbureau met 1800 man personeel, doet vooral grote projecten; zo was Atkins hoofdarchitect van de bouwprojecten rond de Olympische Spelen in Londen. Bij dit bureau is Steven Design Director in Beijing waar hij verantwoordelijkheid draagt voor alle ontwerpen. Voor architecten is het momenteel slim om in Beijing te zitten omdat veel overheidsbedrijven staan te springen om internationale projecten te runnen. Alleen weten zij niet hoe. En daarvoor is samenwerking met buitenlanders nodig, om van te leren. ‘Ik ben daar een perfect figuur voor.’

‘Je kunt niets tot het einde controleren’

In China zelf wordt duidelijk anders met grondbezit omgegaan dan in het Westen. ‘Land koop je niet, je kunt er alleen vergunningen voor krijgen om het op een bepaalde manier te gebruiken,’ legt Steven uit, ‘binnen twee jaar moet je aan de gang gaan, anders vervalt de vergunning.’ Deze haast van de landeigenaren wordt afgeremd door de slechte interne organisatie. ‘Door de hiërarchische structuren binnen bedrijven is er vaak één persoon die beslist. Als hij niet aanwezig is, dan ligt het bedrijf stil.’ Als architect moet je dus direct kunnen reageren op de wensen van de klant. ‘Voor een ontwerper is dat spannend. Je krijgt er meer zelfvertrouwen van. De Chinezen laten de architecten spelen met het concept terwijl zij zelf geld verdienen met de bouwtekeningen.’ Frustrerend vindt Steven het dat hij niets tot het eind kan controleren. Dit komt doordat architecten verplicht zijn samen te werken met een Chinees ontwerpbureau dat de grootste verantwoordelijkheid draagt. ‘Dit is een groot nadeel van China’, vindt Steven die er toch al lang werkt. ‘Ik ben hier nog omdat ik speciale banen vind… of eigenlijk vinden ze mij. Ook moet ik toegeven dat ik in China het dubbele verdien van wat in Australië voorstelbaar zou zijn. De verschillen zijn hier veel groter dan in bijvoorbeeld Europa. Ik verdien ongeveer honderd keer meer dan de telefoniste.’

Weird is onbegrijpelijk

‘No more weird buildings’, zei president Xi Jinping eerder dit jaar. Het schrikt Steven niet af, in tegendeel: ‘Ik vind het juist interessant omdat je verwacht dat het impact heeft. Vervolgens doet niemand er iets mee omdat zo’n uitspraak ongrijpbaar is.’ Zelf denkt Steven dat het te maken heeft met het niet begrijpen van een concept. ‘Dan is het weird en wordt de perceptie van een gebouw negatief. Klanten zoeken daarom vaak een design dat snel te vatten is. Er is hier geen vertrouwen in de eigen visie van de architect.’ Dat Steven meewerkte aan het CCTV-gebouw, door sommigen in Beijing nog steeds gezien als beledigend voor China, kan klanten tegenstaan. ‘Ze vragen mij dan tussen neus en lippen door om de foto’s ervan uit mijn portfolio te halen omdat zij niet willen dat ik geassocieerd wordt met CCTV. Ze zijn bang dat de overheid hun project dan niet goedkeurt.’

Achter alles wat hij vertelt, schuilt een rush, een drang om het te delen, een aangenaam enthousiasme. ‘Er is een publieke route ontworpen in het CCTV-gebouw en het interieur kent veel Nederlandse trekjes.’ Waarom weet niemand dit? ‘Helaas is die route nooit geopend’, vertelt Steven, al gewend aan het feit dat CCTV gesloten blijft voor publiek. Maar de man erachter heeft zich nu wel laten zien.