chinese humor

Een grap maken in een andere cultuur is altijd een riskante operatie. Maar vooral in Azië kan er van alles mis gaan. Een columnist van de Hongkongse Standard stelde zelfs dat de humorkloof tussen Oost en West in de toekomst één van de grote wereldproblemen gaat worden. Toch valt er veel te lachen in China, mede doordat stand-up comedy langzaam aan populariteit wint in steden als Beijing, Shanghai, Shenzen en Hongkong. Steeds meer comedians nemen hun rol als commentator uiterst serieus en dat is een paradox die niet ongemerkt aan de wereld voorbij gaat.

Waarom de universele grap niet bestaat

Iets wat overduidelijk een grap is in Europa, werkt niet altijd op de lachspieren in het oosten. De Chinese krant People’s Daily wijdde nog niet zo lang geleden een bloedserieus artikel aan het feit dat Kim Jong Un uitgeroepen was tot meest sexy man ter wereld. De bron van dit ‘nieuws’ was The Onion, een Amerikaanse satire-website die de nominatie als grap had bedoeld.

Waar gaat het precies mis? Antropoloog Peter McGraw buigt zich al jaren over deze vraag. Eén van zijn observaties die de humorkloof tussen culturen verklaart, is dat we dingen grappig vinden die een beetje afwijkend zijn maar toch nog wel OK aanvoelen. Of iemand tenenkrommend luistert naar een grap of niet meer bijkomt van het lachen, heeft dus alles te maken met diens interpretatie van wat op een bedreigende manier vreemd is en wat nog door de beugel kan.

Het is daarbij ook belangrijk wie op de hak genomen wordt: de machthebber of juist de underdog? De jonge groentjes of de gevestigde seniors? Elke cultuur heeft verschillende joking relationships die vertellen wie grappen mag maken over wie. In Amerika maak je geen grappen over negers en drie jaar geleden riep premier Balkenende cabaretiers op om terughoudend te zijn met satire op het koningshuis.

In China kunnen de humorverhoudingen zelfs per GPS coordinaat verschillen. Grappen die binnen de stand-up comedy wereld ‘kunnen’ (een scene die zich vooral in clubs en bars ophoudt) worden niet in de context van het theater of op tv/radio geaccepteerd. Het zou betekenen dat overheidscensors het materiaal vooraf zouden moeten beoordelen en dit politieke mijnenveld zorgt voor een totaal andere humor-dynamiek.

De grens van de grap

Ook de functie van humor kan verschillen per werelddeel. In het westen wordt het gebruikt om spanning te reduceren of om met moeilijke situaties en (ethnische) verschillen om te gaan (“Een Belg, een Nederlander en een Duitser lopen een café binnen…” of “Een moslim, christen en jood staan bij de hemelpoort…”). In China is humor vaak een middel om iets uit te leggen of te illustreren.

Juist in de interactie tussen Oost en West kan de grens van de grap makkelijk zichtbaar worden. De premier van Nieuw Zeeland, Winston Peters, sloeg vorig jaar zomer de plank nog volledig mis met zijn ‘Two Wongs’ don’t make a right’ grap. Tijdens zijn speech om buitenlands grondbezit aan te kaarten, vertelde hij een mop die bij Aziaten totaal in het verkeerde keelgat schoot. Een diplomatieke rel… Beijing was ‘not amused’.

Satire mag in China dan misschien minder gericht zijn op het luchtig benoemen van hete hangijzers, toch zie je dat in de moderne steden meer en meer de draak wordt gestoken met de actualiteit. Voedselschandalen of gedrag van de nieuwe rijken, zijn onderwerpen die niet worden geschuwd, ondanks het feit dat ook censuur nog steeds iets is om rekening mee te houden.

Amerikaanse media-professionals als David Letterman staan dan ook model voor de Chinese optredens. Een vrij nieuw woord dat voor stand-up comedy wordt gebruikt, is tuokouxiu. Het betekent zoiets als ‘talkshow’. Deze vorm van stand-up comedy sluit beter aan bij de oorspronkelijke rol die humor heeft in een Aziatische cultuur: een anekdote die wordt verteld tot lering en vermaak.

Satire met nieuwswaarde

“Chinezen zijn op een grappige manier serieus, westerlingen zijn serieus grappig” schreef de Chinese journalist Kao in 1974 al. Lachen we dus vooral langs elkaar heen? Ik denk dat de recente ontwikkelingen tonen dat oost en west juist nader tot elkaar komen. Vorige maand stond er een artikel in NRC Handelsblad over het afscheid van John Stewart als presentator van The Daily Show. Deze Amerikaanse komiek werd geroemd als één van de belangrijkste commentatoren van zijn tijd. Ja, hij maakte grappen, maar zijn kritiek op politici staat bij velen in hoger aanzien dan die van journalisten.

Het artikel concludeerde dat satire in de VS inmiddels serieuzer wordt genomen dan regulier nieuws. Het klinkt bijna Chinees en resoneert hopelijk ook in dit deel van de wereld. Want juist in steden als Hongkong, waar vrije pers langzaam aan kritisch vermogen inboet door dwingende ogen van adverteerders en investeerders, is dit de rol die stand-up comedy kan gaan spelen: een manier om politici in de pas te houden, zodat het lachen ze vergaat.