Luchtvervuiling ChinaIedereen hapte even naar adem. In China’s noordelijke steden zorgde extreme luchtvervuiling begin deze maand voor klein en groot leed. Modellen bij een outdoor modeshow in Nanjing moesten hun flitsende outfits aanvullen met lelijke witte smogmaskers.

In Shanghai lag het vliegverkeer plat en was de hoeveelheid PM2.5 deeltjes in de lucht zo hoog dat het niet meer in de indexgrafiek paste. Op verschillende andere plekken bleven scholen en kinderdagverblijven dicht en was het zicht niet meer dan enkele meters.

Het zijn weken als deze, die maken dat Chinezen de stad niet meer per definitie zien als welvaartsmachine. De behoefte groeit om te ontsnappen aan de verstikkende greep die smog, competitie en hoge leefkosten hebben op hun dagelijks leven. Een kleine maar groeiende groep hoog opgeleide kosmopolieten, voegt de daad bij het woord en verhuist van de stad naar het platteland: de Chinese milieuvluchtelingen.

 

Omgekeerde urbanisatie

De massale urbanisatie in China van de afgelopen decennia is een volksverhuizing van een schaal die nog niet eerder werd waargenomen in de geschiedenis. En nog steeds trekken jaarlijks miljoenen Chinezen van het platteland naar de stad om hun geluk te beproeven. Toch zijn er sinds kort ook kleine groepjes stedelingen die de omgekeerde route nemen.

Naar de centrale Anhui provincie bijvoorbeeld… of het afgelegen Tibet. Bankiers, docenten, chefs, en kunstenaars geven succesvolle carrières op en trekken weg uit welvarende metropolen. Hun doel is om zichzelf en hun kinderen een ander soort luxe te geven dan wat het materialistische stadsleven te bieden heeft. Zon, schone lucht en een minder stressvolle omgeving.

Niets nieuws onder de zon

Is smog echt zo’n groot probleem in China’s stedelijke gebieden? Voor wie bekend is met Engelse fictie uit de 19e en begin 20ste eeuw, is het niet moeilijk voor te stellen welke taferelen zich in de noordelijke steden afspeelden begin december.

Vorig jaar maakte journalist Tom Holland van de South China Morning Post voor het eerst de vergelijking tussen de smog in Chinese steden en de situatie in het Londen van een eeuw geleden. De boosdoeners van toen, zijn ook nu de grote vervuilers: steenkoolfabrieken blijken verantwoordelijk voor 80% van de gevaarlijke PM2.5 materie in de lucht.

Londen leek voortdurend in de somberheid en mist verzonken te zijn, als je schrijvers als Dickens en Doyle moet geloven. Citaten als: “De vettige, zware bruine luchtstroom condenseert in olie druppeltjes op de ramen” en “personen doemen op, zijn even vaag zichtbaar en mengen zich weer in de wolk van gele damp” komen uit Sherlock Holmes, maar zijn vandaag de dag even herkenbaar in Beijing, Shanghai of Guangzhou.

The Great Smog in het Londen van 1952 zorgde destijds voor een tragische dieptepunt met 4000 dodelijke slachtoffer maar de gebeurtenis zette ook een ommekeer in gang. Het Britse parlement pakte de problemen eindelijk echt aan en reageerde met de Clean Air Act: geen steenkool gebruik meer in stedelijke gebieden. Ondanks grote protesten van het publiek werd er uiterst streng opgetreden bij overtreding. De hoeveelheid giftige deeltjes in de lucht daalde met 70%. En de gezondheid van de Londenaren ging met grote sprongen vooruit.

 

Adembenemend

Smog is een zaak van leven of dood dus. Ook in Chinese steden sterven verdacht veel mensen in hun twintiger of dertiger jaren aan longaandoeningen. Begin november werd zelfs longkanker geconstateerd bij een 8-jarige meisje dat naast een busstation in de buurt van Shanghai opgroeide. Het was het jongste slachtoffertje ooit in China bij wie deze diagnose werd gesteld en volgens haar arts was luchtvervuiling de oorzaak.

Gelijksoortige nieuwsfeiten trokken Lin Liya  over de streep om haar marketing baan in Guangzhou op te geven en te verhuizen naar Dali, een stadje in de bergen van Yunnan aan de voet van een groot meer. The New York Times interviewde haar recent vanuit het hotel dat ze daar inmiddels heeft geopend: “Het bezig zijn met wat je draagt, waar je eet, jezelf constant moeten vergelijken met anderen, ik mis mijn leven in Guangzhou geen seconde. En hier zien we eindelijk de zon!”

Uit de nieuwe aanwas in Dali blijkt dat steeds meer Chinezen er hetzelfde over denken. De milieuvluchtelingen runnen cafés, hotels, boekwinkels en organic-shops in het karakteristieke plaatsje. Anderen behouden hun baan in de stad en werken op afstand met een goede internetverbinding en adembenemend uitzicht.

Het platteland van China werd lang geassocieerd met armoede en een hard, schraal leven. Opvallend genoeg ervaren steeds meer Chinezen de stàd nu juist als plek waar men moet vechten voor gezondheid en een goed bestaan. Hoewel de kersverse inwoners van het platteland, ontvolkte stukken China weer nieuw leven in kunnen blazen, vind ik het een verontrustende trend.

De goed bemiddelde Chinezen ‘stemmen’ met hun voeten door weg te trekken, maar voor de middenklasse is dit geen optie. Deze groep steeds assertievere stedelingen, keert zich tegen het economische groeimodel dat de afgelopen decennia gezorgd heeft voor ernstige milieuproblemen en een onleefbare situatie. Een reden voor de overheid om de problemen nu echt serieus aan te pakken in plaats van halfslachtig ‘pleisters te plakken’.

Ook al is de smogweek voorbij, het duurt nog wel even voor het leiderschap opgelucht adem kan halen.