De toespraak van Donald Trump aan de Algemene vergadering van de VN was ook dit jaar gedenkwaardig. Vorig jaar haalde hij uit naar de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-Un door hem af te schilderen als ‘rocket man’. Dit jaar wist Trump de lachers op zijn hand te krijgen door met droge ogen te beweren dat ‘mijn regering in twee jaar tijd meer heeft gepresteerd dan bijna ieder andere Amerikaanse regering’. Vergeet Roosevelt, Wilson, Lincoln, of Washington voor het gemak.

Had Trump nog meer opzienbarends te melden behalve een beperkte inzicht in de geschiedenis van zijn eigen land? Zeker, hij noemde Iran als een uitgesproken vijand en was mild over Noord-Korea. Opvallend genoeg noemde hij China niet. Althans, niet bij naam. De goede verstaander zal hebben begrepen dat de verhoogde uitgaven aan het leger met 700 miljard dollar grotendeels bedoeld zijn om de militaire druk op China op te bouwen. Behalve een economische oorlogsvoering trekken de VS ook ten strijde op het geopolitieke toneel.

Trump is niet de eerste president voor wie Oost-Azië een belangrijke regio is voor de Amerikaanse (veiligheids)belangen. Voor vrijwel iedere president vanaf de Tweede Wereldoorlog heeft de regio een sleutelrol gespeeld in zijn buitenlandse politiek. Als gevolg daarvan raakten de VS betrokken in twee zeer bloedige oorlogen, namelijk op het Koreaanse schiereiland en Vietnam. Tegenwoordig hebben de VS meer troepen gestationeerd in Oost-Azië dan in Europa.

De focus op Oost-Azië is dus al driekwart eeuw oud. Nieuw is de grote focus op China. Waar president Bush jr. nog bemiddelde in de relaties tussen China en Taiwan, hebben zijn twee opvolgers zich veel assertiever, zo niet agressiever, getoond. Obama en zijn regering lanceerden de Spil naar Azië, een politiek die bestond uit het uitbouwen van een krachtige marine en luchtmacht in de regio. Een belangrijk onderdeel van Obama’s aanpak vormde de militaire herwaardering van marine, luchtmacht en ballistische vuurkracht: De Air-Sea Battle (ASB) strategie. Niet geheel verwonderlijk stuitte deze op felle reacties vanuit Beijing. Hoewel Obama China niet bij naam noemde, deed zijn minister van defensie Robert Gates dat wel. Hij speculeerde openlijk over de noodzaak om China te omcirkelen.

De ASB doctrine heeft de relaties tussen China en de VS grote schade toegedaan. Beijing voelde zich bedreigd en is de opbouw van zijn leger gaan versnellen. Dat is jammer, want de geschilpunten tussen de twee zijn groot. De Oost en Zuid-Chinese zee zijn heikele punten, waar ook Amerikaanse bondgenoten Japan en De Filipijnen bij betrokken zijn. Een diplomatieke uitweg uit dit geschil lijkt al sinds de Obamaregering ver weg. De afgelopen jaren is het aantal voorvallen waarbij vissersboten of kustwachtschepen worden geramd weer iets gedaald, maar op diplomatiek vlak zit er weinig schot in de zaak.

Voor Beijing is de Chinese Zee vanuit historisch en economisch oogpunt een levensader. De versterking van het leger zal doorgaan en met een vergrootte Amerikaanse aanwezigheid zal het risico op irritaties of “aanvaringen” tussen beide marines toenemen. Immers, het incident in de Golf van Tonkin volgde ook op een periode van gestage opbouw van de Amerikaanse marine in de regio.