Ongeveer de helft van de Chinezen leeft op het platteland in kleine dorpjes, plekken waar nog veel van de oorspronkelijke cultuur van China aanwezig is. In de periode 1985-1988, toen ik voor de Landbouw en Voedsel Organisatie van de VN (FAO) regelmatig op het platteland moest zijn, leefde nog ongeveer 80% van de toen 900 miljoen Chinezen in dorpjes van meestal tussen de 500 tot 3000 zielen groot.

Om de huidige ontwikkelingen van platteland China te beschrijven citeer ik graag uit het boek ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’ van Geert Mak, waarin hij de veranderingen in het Friese dorp Jorwerd tussen 1945 en 1995 beschrijft:

’De boer is een herkenbaar en eeuwenoud soort mens: met andere woorden, de gemeenschappelijke culturele voorouder van ons allemaal ….. Veel boeren waren bovendien niet puur boer, maar eerder manusje-van-alles. Het oorspronkelijke boerenbedrijf moeten we ons dan ook voorstellen als een mengvorm van overlevingstechnieken.’

Zo was het in Nederland, maar ook elders in de wereld. En in China.

De boerengemeenschappen zijn natuurlijk niet helemaal hetzelfde en er zijn opmerkelijke factoren die na 3.000 jaar (rond de 150 opeenvolgende generaties) sinds zich rondom de Gele Rivier/ de provincie Henan succesvolle landbouw ontwikkelde, ogenschijnlijke verschillen hebben veroorzaakt. Toch zijn die verschillen marginaal te noemen en deze zullen misschien zelfs al na twee moderne/huidige generaties niet meer goed waarneembaar zijn nu de hele wereld een ‘Global Village’ lijkt te worden.

Dorpsstructuur

De belangrijkste factor van verschil is de dorpsstructuur: een boerengemeenschap in de provincie Henan leeft centraal in een dorp bij elkaar midden tussen hun akkers in en hierdoor zijn zij meer behept met sociale tolerantie.

Zij bedrijven vanuit hun centrale dorp echte landbouw. Er is behalve het houden van een paar kippen en varkens geen vorm van veehouderij. In Friesland draait het bijna altijd volledig om veehouderij, zeker vandaag de dag.

Veeboeren leven solitair op hun bedrijfjes verwijderd van elkaar. Ik meen dat de meeste Friezen na 150 generaties zo langzamerhand wel met een ietwat andere genetische basis geboren worden dan een landbouwende Henanees. Genetisch zal dit verschil nooit aantoonbaar worden en dus wordt het meestal een cultuurverschil genoemd. Binnen Nederland zelf kan men evenzo wijzen op (kleine) verschillen tussen veehoudende Friezen en landbouwende Brabanders.

Afstand tot de stad

Een tweede factor die voor China kenmerkend is, is de afstand tot een stad. Was dit in Nederland misschien een dag lopen dat men een stad(je) kon bezoeken, in China was het voor 90% van boeren niet mogelijk om binnen een dag een stad te bezoeken. Daarom was de stedelijke cultuur tot circa 1980 voor veel Chinezen iets waar zij vrijwel geen ervaring mee hadden.

Daoisme

Als derde factor en van heel andere orde is het verschil tussen de religie in Nederland en het Daoisme op het Chinese platteland. Over religie in Nederland zal ik hier niet uitweiden, maar over Daoisme het volgende: al rond 1000 voor Christus hebben beginselen van pre-Daoisme zich ontwikkeld in kleine boerengemeenschappen. Pas in de periode van de 6e tot de 4e eeuw voor Christus werden vaker belangrijke Daoistische teksten opgeschreven zoals die nu nog bekend zijn.

Zo zijn er de 180 ‘Geboden’. Als een soort van versregels (om de teksten makkelijk te onthouden) moeten er in kleine simpele boerengemeenschappen Dao-geboden bekend zijn geweest, zoals: Niet doden, niet stelen, geen sexueel wangedrag, niet liegen en geen bedwelmende middelen tot je nemen.

Deze vijf basis-geboden geven een aanwijzing dat de vroege Chinese plattelanders meer deden aan ‘gedragsregels’, en dat men toen nog weinig deed met echte Religie of Godendom. Wel was er het shamanisme.

Met dit soort gedragsregels die later door Confucius nog duidelijker geformuleerd werden ter verbetering van harmonie en beschaving hebben 150 generaties Chinezen geleefd. Ter vergelijking: de Friezen leefden pas sinds Bonifatius (8e eeuw) in lijn met voorschriften van hoger orde.

Chinese dorpelingen hadden dus ongeveer 90 generaties langer ervaring met het leven in gemeenschappen met hogere vormen van regels van religieuze, maatschappelijke en culturele aard.

Invloed van de revolutie

De vierde en laatste factor is de turbulente invloed rondom de Revolutie(s) voorafgaand en na 1949. De sociale en economische omwentelingen in de vorige eeuw zijn van grote invloed geweest bij het vormen van de huidige boerendorpen.

Twee zeer bepalende sub-factoren zijn de Landhervorming in 1950, en het opzetten van landbouw communes vanaf 1958. Landhervorming betekende dat het land afgenomen werd van enkele grootgrondbezitters en weer werd verdeeld onder alle dorpelingen. Dit was gebaseerd op beloftes van de Communistische leiders van nog voor hun overwinning in 1949.

Chinese platteland

Poster ‘Volkscommune is goed’ met Mao in gierst veld in 1958

De partij had met die beloften veel sympathie en medewerking van dorpelingen gekregen. Als men anno 2016 nog in dorpen wandelt en door openstaande deuren kijkt dan hangen er nog vaak heel oude affiches van de grote oude leiders Mao, Zhou Enlai en soms ook nog Liu Shaoqi.

Als je de mensen vraagt waarom de oude mensen nog steeds tevreden zijn met de Revolutie en de Communistische Partij dan kom je altijd weer uit op de Landhervorming. Deze heeft veel sociale misstanden weggenomen in de dorpen. Vanaf toen konden vrijwel alle gezinnen zelf in hun bestaan voorzien. Het eeuwenoude systeem van grootgrondbezitters die naar willekeur met arbeidende landlozen konden handelen, eindigde abrupt in 1950.

In vergelijk hiermee nog even een stukje tekst uit het boek van Geert Mak: ‘Op 12 mei 1975 werd de laatste vaste boerenarbeider van Jorwerd ontslagen. Hilbrand Medemblik was 58 jaar oud en hij had 33 jaar lang op het land gewerkt …… ‘

 

Om na bovenstaand relaas toch nog even een echt sfeertje Chinese dorpsleven bij u op te roepen suggereer ik met de volgende karakters op youtube te zoeken : 篱笆墙女人和狗 (libaqiang nuren he gou: hek, vrouw, en hond). U krijgt dan filmpjes met bijbehorende muziek te zien die stammen uit 1989. Het was een tijd waarin wel meer populaire tv-drama’s werden gemaakt om zo de groeiende nostalgie bij het volk te beantwoorden. Met deze nostalgie lag China slechts twee decennia achter op Nederlandse producties als o.a. Bartje, Heren van Zichem, Glazen Stad en Merijntje Gijzen. Hieronder een voorbeeld:

Bovenstaande betoog maakt u wellicht duidelijk dat het platteland over de hele wereld redelijk het zelfde is in cultureel opzicht, maar dat er toch altijd marginale verschillen zijn tussen landen en in dit geval tussen het Chinese en het Europese/Friese platteland. Deze zijn historisch om verschillende onderliggende redenen gegroeid.

Inmiddels leven we sinds de jaren tachtig in een tijdperk waarin de verschillen weer kleiner worden. Zowel in Europa als in China moet men tegenwoordig steeds verder reizen om nog oorspronkelijke plattelandscultuur te kunnen ervaren. In China lukt dit nog vrij goed als je meer dan 100 kilometer uit de grote steden bent. Een basiskennis van het Chinese beleefdheids vocabulair doet daar overigens nog vele dorpelingen zich heel gastvrij gedragen.

Ter afsluiting nog een anekdote Geert Mak’s boek verhaalt ook over de onmogelijke jeugdliefde van de toen nog jonge schrijver Slauerhoff, die hij had in Jorwerd. Slauerhoff werd later zeearts en is nog bekend om zijn romantische gedichten en romans waarin ook Chinese kusten van Shanghai en het eiland Gulangyu (in Xiamen) als decor dienden.