China is in het laatste decennium de grootste graan importeur ter wereld geworden, terwijl het land tien jaar geleden nog een grote exporteur was. De stijgende vraag naar graan van China heeft mogelijk ook impact op de rest van de wereld. Schaarste kan leiden tot het stijgen van de voedselprijzen en politieke onrust. In dit blog geef ik een overzicht van de huidige situatie van de voedselzekerheid in China en een vooruitblik naar de nabije toekomst.

Van alle tijden

Voedselzekerheid is altijd een thema geweest in China. Dat is al zo sinds de vorige eeuw toen er sprake was van animositeit tussen verschillende machtsblokken in de wereld. Ten tijde van Mao was er veel aandacht voor het onderwerp om er zeker van te zijn dat het volk genoeg te eten had. Het moeten importeren van granen zou onherroepelijk leiden tot een slechtere positie voor China bij internationale fora.

Toen ikzelf in 1985 op het kantoor van de Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO)  in Beijing kwam te werken werd mij gevraagd goed op te letten op artikelen in de China Daily en in Chineestalige kranten die over graanoogsten gingen.

Er bestond in die tijd al een vorm van openbaarheid over rijst en tarwe opbrengsten. Het Chinese Ministerie van Landbouw hield die statistieken bij en deelde die met FAO. In de drie jaren dat ik die gegevens bijhield was er een duidelijke stijging waar te nemen van de opbrengsten die voornamelijk werd toegeschreven aan de nieuwe liberalere politiek van Deng Xiaoping.

De boeren waren niet meer verplicht in communes aan het werk, maar zij waren individueel bezig en hadden een ‘household contract’ om in ieder geval een minimale hoeveelheid graan af te staan aan de staat. Wat men meer produceerde mocht men vrij gaan verkopen. In 1988 lag de totale jaarproductie van granen in China rond de 400 miljoen ton.

 

Verontwaardiging in China

In 1995 ontstond er een verhit internationaal debat tussen landbouwwetenschapper Lester Brown, de oprichter van het Worldwatch Institute en auteur van ‘Who Will Feed China’, en deskundigen bij het Chinese Ministerie van Landbouw.

Brown stelde dat de economische groei de 1,2 miljard Chinezen meer zou gaan doen eten, terwijl grondschaarste, watertekort, vervuiling en andere ontwikkelingen allemaal juist zouden gaan zorgen voor groeiende negatieve factoren bij graanproductie.

Voor buitenlandse Chinakenners klonk het relaas van Brown heel plausibel. Binnen China werden politici en ambtenaren er door geraakt en geldt deze controverse als een van de eerste keren dat er een vorm van verontwaardiging ontstond van de Chinese publieke opinie richting het buitenland.

Lester Brown is later nog enkele keren teruggekomen op dit onderwerp. De laatste keer in 2014 in het artikel ‘Can the World Feed China’. Zijn opmerkingen worden sterk onderstreept door verschillende Chinese wetenschappers.

 

Vlees of Tofu

Inmiddels wonen er in China ongeveer 1,4 miljard mensen. De import van granen is enorm maar heeft wel een opvallend kenmerk. Het gaat bij de import van granen (in China vallen rijst, tarwe en soja hieronder) eigenlijk alleen om soja bonen.

Die sojabonen komen vooral uit de Verenigde Staten, Argentinie en Brazilie en worden bij aankomst in de haven geperst tot olie om vervolgens apart te verkopen als bakolie. Het uitgeperste sojaschroot dat zeer eiwitrijk is gaat naar de intensieve veehouderij voor de vleesproductie. Deze commerciele aanwending is overigens niet veel anders dan wat er in en rondom de Rotterdamse haven ook met soja importen gebeurt.

Op dit moment ligt de import van soja in China rond de 90 miljoen ton per jaar. De eigen productie ligt al jaren rond 15 miljoen ton per jaar. Als je weet dat het gebruik van een soja boon onderverdeeld kan worden in bak-olie (20%) en in diervoedsel/tofu (70-80%) dan is ook duidelijk dat er heel veel extra tofu (soja-kaas) voor mensen en ook extra vlees voor mensen geproduceerd kan worden met zoveel soja import.

Het Chinese Ministerie van Landbouw is op deze manier ook in staat de productie van vlees te reguleren. Het is het meest economisch om een varken een rantsoen te geven van 1 deel soja op 3 delen maismeel. De import van soja laat men afhangen van de lokale maisproductie en zo kan men vlees consumptie in China als een luxe houden.

De Chinese overheid concentreert zich in ieder geval op een verzekerde basisproductie van rijst en tarwe. Een dieet van alleen granen zonder vlees is dan altijd wel gegarandeerd voor het geval er internationaal geen bereidheid meer zou zijn om soja te verkopen aan China. Met de eigen geproduceerde soja kan dan altijd nog een redelijke hoeveelheid tofu geproduceerd worden voor de bevolking.

Die zekerheid om lokaal dan nog genoeg rijst en tarwe te blijven produceren hangt weer van andere factoren af zoals de ontwikkeling van bodemerosie, bodemverontreiniging, de vermindering van landbouw areaal, de verlaging van de grondwaterspiegel, allemaal uitdagingen waar China mee te kampen heeft. Het is hierbij interessant te vermelden dat sinds enige jaren de importen van rijst en tarwe ook licht groeiende zijn maar dat zijn nog maar enige procenten in vergelijking met de eigen productie.

 

Bevolkingsgroei stagneert

Hierboven is geschetst hoe het zit met huidige voedselzekerheid in China. Door de soja importen hebben de Chinezen een acceptabele vlees consumptie. Al ligt die nog ongeveer op 50% van een gemiddelde Amerikaan. Ter vergelijking: in 1985 lag die nog rond de 10%.

Voor in de toekomst lijkt het Chinese scenario aangaande belangrijke soja importen ook duurzaam te zijn. Voor deze stellingname is het vooral belangrijk dat nu ook algemeen aangenomen wordt dat de Chinese bevolking na 2030 langzaam gaat afnemen. Momenteel is het bevolkingsgroei-percentage met 0,4% per jaar ongeveer net zo klein als in Duitsland en Nederland.

En vanaf nu komen er ook vooral meer bejaarden bij in China en die consumeren minder vlees. De eenkindpolitiek zal daarmee zorgen voor een redelijk stukje vlees voor de Chinezen nu en in de nabije toekomst. Als je aanneemt dat het recente verandering naar een tweekinderenpolitiek de ingezette krimp van de bevolking niet verhindert.

Als bovenstaande ‘duurzaamheid’-scenario ook echt juist zal blijken te zijn dan zullen import van tarwe en rijst ook niet zo maar grote proporties gaan aannemen. Hiermee lijkt China een redelijk goede uitgangspositie te hebben voor haar voedselzekerheid.