Joost de Wit en Vitesse trainer Edward Sturing in Wuhan

China wil topvoetbal’ kopte de NOS nog niet zo lang geleden. Xi Jinping kondigde recent aan dat China een voetbalgrootmacht moet worden. En dat mag wat kosten. Dure transfers naar Chinese clubs laten zien dat het niet bij woorden alleen blijft. Joost de Wit, CEO van Vitesse, pleit voor een andere benadering: voetbalcultuur is niet te koop.

Sinds ik in China kom, denk ik vaak terug aan mijn eigen voetbaljeugd. Drie keer per week fietste ik samen met mijn twee jongere broers naar onze voetbalclub Jan van Arckel. Daar kregen we training van een oude rot uit ‘het eerste’ die zijn vrije tijd opofferde om ons te coachen. Na het avondeten spraken we met voetbalvrienden af bij de muziektent, ons geïmproviseerde doel, om het geleerde in praktijk te brengen. Mijn held was Willy van der Kuylen. Hij had een caravan op de camping in Kerkdriel, acht kilometer bij mijn huis vandaan. Ik wilde net zo hard leren schieten als hij.

Voetballen was nagenoeg gratis en iedereen deed het. Altijd. Overal. Velden, pleintjes, straten, parkeerplaatsen, werkelijk elke plek was bruikbaar om ons favoriete spel te spelen. In Wuhan, waar ik regelmatig Chinese investeerders ontmoet, is de situatie heel anders. Het verkeer is alomtegenwoordig, iedereen woont in een flatgebouw van minstens 25 verdiepingen en er is geen rustige plaats te vinden waar kinderen voetbalkilometers kunnen maken.

Familie speelt mee

Natuurlijk besefte ik al in een vroeg stadium dat het ontwikkelen van voetbal in China iets zou zijn waar je een lange adem voor nodig hebt. Maar nu ik met Chinezen werk, merk ik pas in welke mate voetbal met onze Europese cultuur is verweven. Bijna elke vanzelfsprekendheid in het leven van een doodnormale voetbaljongen uit Nederland, is in China niet zo voor de hand liggend.

Ik ging dagelijks zonder enige begeleiding van volwassenen met mijn drie broers op pad. In China, waar de meeste kinderen geen broers of zussen hebben, is dit ondenkbaar. Vader, moeder, opa en oma gaan mee het veld op en deze begeleiding heeft tot gevolg dat alle gevaren vermeden worden. Het kind draagt tenslotte de toekomst van zijn familie met zich mee.

Voetballen ‘binnen de lijntjes’

Mijn trainers waren ervaren spelers, vrijwilligers die met plezier hun kennis wilden overdragen op een nieuwe generatie zonder dat er een vergoeding tegenover stond. In China krijg ik regelmatig de vraag of wij opleidingen willen verzorgen, de kennis is nauwelijks aanwezig. Professionals (soms zelfs uit het buitenland) moeten dus niet alleen spelen en organiseren maar ook zorg dragen voor de training van jonge mensen. Een les wordt zo erg duur. En dat maakt voetballen onbereikbaar voor het merendeel van de Chinese kinderen.

Voetballen doe je in China vooral in aangelegde voetbalparken. Het zijn commerciële plekken die uitgebaat worden door ontwikkelaars. In Wuhan is het nagenoeg onmogelijk om een andere plaats te vinden waar je ongestoord kunt spelen. Te veel verkeer, slechte wegen, veel rommel op straat. Maar ook: er gelden veel regels in de schaarse openbare ruimte die wel geschikt zou zijn. Gras is niet om op te zitten of om op te voetballen… maar om naar te kijken.

Ik droomde van mijn bereikbare held Willy. Hier in China moeten ze het doen met Brazilianen die naar onbegrijpelijke namen luisteren. Kinderen moeten zich identificeren met oude Europese spelers die miljoenen verdienen, het zijn geen herkenbare rolmodellen voor hen.

Is topvoetbal in China mogelijk?

Ik denk onwillekeurig aan de ontwikkeling van voetbal in de USA, ook hier is gebleken dat cultuur nauwelijks te veranderen is, zou dit ook voor China gelden? Een speler die voor mij het tegendeel bewijst en mijn hoop voor het Chinese voetbal symboliseert is Zhang Yuning. Op veertienjarige leeftijd kwam hij op proef bij Vitesse voetballen en voelde zich gelijk thuis. Wij zagen zijn talent.

Nu, na vier jaar, scoorde hij nog niet zo lang geleden het eerste Chinese doelpunt ooit gemaakt in de eredivisie. Hij zal in de nabije toekomst ongetwijfeld een basisplaats veroveren in ons team, het hoogste podium in de Nederlandse competitie. Ook als persoon is Yuning een fijne aanwinst. Hij spreekt goed Engels en begrijpt Nederlands, eet wat de pot schaft, en moet vaak lachen om onze Nederlandse gewoonten. Met zijn enorme doorzettingsvermogen en winnaarsmentaliteit is hij een voorbeeld voor veel Nederlandse spelers en het perfecte rolmodel voor Chinese kinderen met een voetbaldroom.

Ik ga er alles aan doen om mijn steentje bij te dragen aan het vinden, trainen en promoten van nieuwe Yunings, die de voetbalcultuur in China van binnenuit vorm zullen gaan geven om de sport toekomstbestendig te maken.