Wuhan? Chongqing? Nooit van gehoord. Dit is een reactie die bloggers Judith van de Bovenkamp en Marijn de Wolff vaak horen als het gaat over de miljoenensteden waar zij wonen en werken. Vaak houdt de topografische kennis van China onder Nederlanders op bij de steden Beijing en Shanghai. Waarom dit jammer is en op zakelijk gebied tot gemiste kansen kan leiden, is het onderwerp van een blogtweeluik van Judith en Marijn. Dit blog dient als inleiding, waarna Marijn volgende week het spits zal afbijten met een blog over Chongqing.

“Laat sommigen eerst rijk worden”

De ongekende economische groei die de afgelopen dertig jaar in China heeft plaatsgevonden heeft zijn vruchten niet even eerlijk over het land verspreid. De kustprovincies en met name de zogenaamde first tier steden Beijing, Shanghai en Guangzhou hebben het meest geprofiteerd en kennen nu de meest uitgebreide infrastructuur, de hoogste inkomens en de meeste buitenlandse investeringen. De provincies in Centraal- en West-China, aan de andere kant, zijn er tot dusver minder rijk bedeeld. Kuststeden wereldwijd hebben door hun ligging een inherent voordeel – intercontinentale handel gaat immers van oudsher over zee. In China komt daarbij dat Deng Xiaoping’s openstellingsbeleid in de jaren ’80 uitging van het principe “Laat sommigen eerst rijk worden” waardoor het zwaartepunt van de nieuwverworven welvaart in China’s kustprovincies kwam te liggen. Hierdoor heeft een stad als Shenzhen zich binnen een decennium van een onbetekenend vissersplaatsje tot een hypermoderne megametropool kunnen ontwikkelen.

Trend inverted

Deze trend kantelt echter. In het huidige tijdperk van instant messaging en toenemende mobiliteit, kunnen China’s landinwaarts gelegen steden steeds beter concurreren. Bovendien zijn de vroegbloeiende gebieden inmiddels zozeer ontwikkeld dat er niet altijd ruimte voor méér is, en men daar te maken krijgt met problemen als overbevolking, onbetaalbare vastgoedprijzen en grote inkomensverschillen. De steden in het binnenland staan te springen om een deel van deze ontwikkelingsdruk op zich te nemen. Niet onbelangrijk is ook dat de Chinese overheid al jaren intensief investeert in de ontwikkeling van het Wuhan-yangtzebinnenland. Zo is er voor Centraal-China de Rise of the Central China Plan-campagne en richt het Western Development-beleid zich op de ontwikkeling van het westen van het land. Door dit beleid is het transportnetwerk in het binnenland enorm uitgebreid en wordt de ontwikkeling van allerlei industrieën gestimuleerd. En niet zonder resultaat – de economische groei van steden in het binnenland is momenteel aanzienlijk hoger dan het Chinese gemiddelde.

Chongqing en Wuhan

Chongqing en Wuhan zijn twee goede voorbeelden van miljoenensteden in het Chinese achterland die barsten van het potentieel. De twee steden hebben veel gemeen; beide liggen aan de Yangtze, hebben traditioneel een sterk industrieel karakter en worden door hun verzengende zomers tot China’s “drie ovens” gerekend. Verder waren zowel Chongqing als Wuhan begin twintigste eeuw praktisch net zo mondaine als Shanghai – een status die ze later weer verloren. Maar zoals Marijn en Judith in de komende blogs zullen uitleggen werken Chongqing en Wuhan momenteel hard aan een inhaalslag, en ontwikkelen zich snel richting de hippe internationale metropolen die ze willen zijn.

 

Dit artikel is geschreven door Marijn de Wolff en Judith van de Bovenkamp.