Maandag 8 september is Wereld Alfabetiseringsdag. China heeft ongeletterdheid in de afgelopen decennia spectaculair terug weten te dringen. Maar analfabetisme blijft een weerbarstig probleem.

Volgens de Verenigde Naties is iemand alfabeet als hij ‘met begrip een korte, simpele verklaring in zijn dagelijkse leven kan lezen en schrijven’. Dat is een praktische definitie, want het houdt rekening met de omstandigheden van de samenleving waarin iemand leeft. Hoe gecompliceerder de samenleving, hoe hoger de drempel wanneer iemand als alfabeet wordt beschouwd.

Maar het maakt het ook moeilijk om internationale vergelijkingen te maken. Zeker als het gaat om een land met een eigen schrift en met verschillende talen en dialecten, zoals China.

Chinese deskundigen zijn het niet eens wanneer iemand analfabeet is. Het Chinese statistiekbureau spreekt van analfabetisme als iemand minder dan 1.000 karakters van het standaardmandarijn kan lezen en schrijven.

 

Dat is het aantal karakters dat iemand zou moeten kunnen lezen en schrijven die de lagere school heeft gevolgd. Het is genoeg om in een winkel of het openbaar vervoer geschreven mededelingen te kunnen begrijpen.

Volgens deze definitie is het aantal analfabeten in China de afgelopen decennia spectaculair gedaald. Bij het ontstaan van de Volksrepubliek was naar schatting 80 procent van de bevolking analfabeet. Na tien jaar was dat al gedaald naar 33 procent. In 1982 telt men 23 procent analfabeten; in 1990 16 procent; in 2000 zeven procent en 4,9 procent bij de laatste volkstelling in 2010.

Dat heeft natuurlijk alles te maken met de enorme inspanningen die China heeft gedaan om het onderwijs te verbeteren en toegankelijk te maken. China kent een leerplicht van negen jaar, tussen het zesde en 15e jaar. De meeste kinderen gaan langer naar school. Volgens cijfers van het ministerie van onderwijs volgt 80 procent van alle kinderen tot zijn 18e onderwijs.

Dat is een geweldig succes, zeker als je dat afzet tot Zuid-Azië. Daar is volgens cijfers van de Wereldbank 46 procent van de bevolking analfabeet. De daling is nog indrukwekkender als je bedenkt dat de bevolking van China sinds 1960 in omvang is verdubbeld.

Maar in een groot land als China betekent een analfabetismepercentage van vier procent nog altijd dat meer dan 50 miljoen mensen niet goed kunnen lezen en schrijven.

Als we nauwkeuriger naar de cijfers kijken, vallen twee zaken op. Het eerste is logisch: analfabetisme komt relatief vaak voor onder ouderen. Zij hebben nooit geprofiteerd van het verbeterende onderwijs in China. Het is ook een hoopgevend gegeven: naarmate de jongste generaties goed worden opgeleid, neemt analfabetisme vanzelf af.

Het tweede getal is minder hoopgevend. Analfabetisme komt relatief vaak voor op het platteland. Tibet (37 procent analfabeten), Yunnan, Guizhou, Gansu en Qinghai (10-15 procent) en in iets mindere mate Binnen-Mongolië (7-8 procent) drijven het nationale gemiddelde omhoog. En op het platteland komt analfabetisme relatief vaker bij vrouwen dan bij jongens voor. Volgens het CIA Factbook (dat klinkt als een vreemde bron, maar het is echt heel handig) zijn er drie keer zoveel Chinese vrouwen analfabeet als mannen.

De verbetering van het onderwijs heeft vooral stadsbewoners in het welvarende oosten van China geholpen. De sleutel voor het verder uitroeien van analfabetisme ligt voor China dus op het platteland. In de westerse regio’s Tibet en Xinjiang maakt maar vier op de tien kinderen alleen de lagere school af en een op de tien zelfs dat niet (cijfer 2008). Hier worden jongens vaker gestimuleerd naar school te gaan dan meisjes, voor wie een toekomst vol zorgtaken wordt verwacht. Ook daar is verbetering mogelijk als jongens en meisjes gelijke kansen krijgen.

En dan is er nog altijd de functionele (on)geletterdheid. alfabetiseringsdagOm een krant te lezen of het journaal te volgen zou een Chinees 4.000 karakters moeten kunnen begrijpen. Dat is het aantal tekens dat iemand kent die de middelbare school heeft afgerond. Bijna de helft van de Chinese bevolking heeft dat opleidingsniveau gehaald.

 

De Reis door China in 48 Dagen gaat verder op woensdag 10 september: wereld zelfmoordpreventiedag.