Donderdag 18 september is Wereld Bamboedag. Wie bamboe zegt, zegt reuzenpanda’s. Ondanks intensieve fokprogramma’s gaat het niet goed met China’s nationale symbool. En hetzelfde geldt voor andere bedreigde diersoorten.

Er was een taxirit van een uur voor nodig. Maar daar waren ze dan. De reuzenpanda’s in het Chengdu onderzoeks- en fokcentrum. Geen bedreigd dier spreekt zo tot de verbeelding als zij. Met hun aandoenlijk onhandige en aaibare voorkomen zijn panda’s het ideale slachtoffer van de menselijke vernietigingsdrift.

Ik had al eens eerder panda’s gezien; in een hok. Maar hun gedrag in hun nagebootste habitat was niet hoopgevend. Apathisch zaten ze in hun verblijven, de godganse dag knagend op bamboestengels of slapend. Natuurlijk weet ik dat de vrouwtjespanda’s maar één keer per jaar hun vruchtbare periode hebben, maar ze stralen zelf ook uit dat ze alle hoop hebben opgegeven. Er is zelfs pandaporno voor nodig om de dieren tot paren aan te zetten.

Ze zijn het nationale symbool van China en het boegbeeld van het Wereld Natuur Fonds in de strijd voor het behoud van bedreigde dieren. Ooit moeten het er tienduizenden zijn geweest. Vandaag de dag leven er nog naar schatting 1.600 in het wild.

De reuzenpanda had de pech dat hij alleen in China voorkwam, in gebieden waar zijn favoriete hapje bamboe voorkomt. En in China, nou ja, laten we zeggen dat de warme belangstelling voor de panda laat is ontstaan.

Eeuwenlang is de panda in China bejaagd vanwege zijn zachte en warme pels. Ondanks zijn lage reproductietempo hield de panda het tegen de verdrukking in goed vol. Tot de jaren ’50. Dan begint de Chinese bevolking flink te groeien. In 1950 zijn er nog minder dan 600.000 Chinezen. In 1980 zijn het er al een miljard en begin jaren ’90 is de bevolking verdubbeld.

De groeiende bevolking eist zijn ruimte op, voor steden, industrialisatie en landbouw. De leefgebieden van de panda’s worden versnipperd en verstoord. Tijdens de Mao-tijd is er weinig aandacht voor de natuur. Wel begint er in 1958 al een eerste panda-programma, maar de beschermers van toen doen meer kwaad dan goed door wilde panda’s op te sluiten, waardoor hun voortplanting in het wild verder onder druk komt te staan.

Pas in de jaren ’90 komt natuurbescherming in China echt van de grond. Er zijn 2.150 stukken land als natuurgebied aangewezen; samen goed voor 13 procent van het totale oppervlak in China. Bewoners moeten uit deze gebieden verhuizen. China verbiedt stroperij, al duurt het tot deze eeuw voordat er ook tegen de handel in producten van bedreigde diersoorten wordt opgetreden. De overheid ontmoedigt tegenwoordig zelfs de jacht op haaien voor de traditionele haaienvinnensoep.

Bosbouw is aan banden gelegd en er is een nationaal herbebossingsprogramma opgezet. Miljarden yuans worden gestoken in fokprogramma’s om bedreigde dieren voor uitsterven te behoeden.

Het goede nieuws is dat voor sommige diersoorten het dal lijkt gepasseerd. De Nationale Bosbeheer Administratie meldt in 2013 dat van zes belangrijke bedreigde diersoorten de aantallen weer toenemen. Van de zeer schuwe Siberische tijger zouden er momenteel 18 tot 22 in China rondlopen. In 2000 waren dat er nog maar 12 à 16.

Ook de gekuifde ibis is op de terugweg; er werden er nog maar 7 geteld in de jaren ’80 en nu zijn het er 1.700. Ook de populaties van Chinese alligator, milu (Chinees hert) en het wilde steppepaard zijn aan de beterende hand, al leeft de milu alleen nog maar in gevangenschap.

Het slechte nieuws is dat het keerpunt voor veel diersoorten te laat komt. Met name het waterleven staat onder druk. De witte dolfijn of Chinese Vlagdolfijn is in 2006 uitgestorven.

Ook de Yangtze bruinvissen staan er slecht voor. Waterverontreiniging, overbevissing en zandwinning bedreigen de zoetwater-bruinvis die aan het eind van de voedselketen staat en afhankelijk is van voldoende vis en garnalen in de Yangtze. Met fokprogramma’s proberen de Chinezen redding te brengen voor deze bijzondere dieren, die altijd lijken te glimlachen, maar voor wie weinig te lachen valt.

En deze maand melden maritieme biologen dat ze dit jaar voor het eerst geen eitjes van de Chinese steur in het water hebben aangetroffen. Bovendien zijn geen jonge vissen waargenomen op hun trek naar de monding van de Yangtze-rivier.

Volgens de Chinese academie van bamboe chinavisserijonderzoek leefden er in de jaren ’80 nog duizenden steuren in de Yangtze. Hun aantal wordt dit jaar op rond de honderd geschat. De Chinese steur is waarschijnlijk de oudste diersoort in China. Wetenschappers denken dat ze 140 miljoen jaar geleden al rondzwommen. Ze hebben de dinosauriërs nog meegemaakt, maar verdwijnen in onze tijd.

 

De Reis door China in 48 Dagen gaat verder op vrijdag 26 september: dag van de anticonceptie.