Xi als de spil van het nieuwe China

Over de huidige leider van China zijn al heel wat boeken op deze website besproken, zoals het boek door Ties Dams dat uitgebreid op de persoon en zijn carrière in de Communistische Partij ingaat. Ook de diverse publicaties die niet specifiek over Xi gaan, behandelen steeds het stempel dat deze leider sinds 2012 op het land heeft gezet, op de samenleving (denk aan de journalistieke boeken van Garschagen en Blommaert), de economie (Lardy en Ebbers) of de veranderende geopolitieke rol van China in het tijdperk van Xi (Rob  van Wijk). In elk verhaal gaat het (ook) over Xi als middelpunt van staat, cultuur en economie…

We weten dat Xi voortbouwde op het denken en doen van zijn eerder leiders vanaf Mao Zedong (zie Khan), maar tevens een radicale verandering betekende ten opzichte van zijn voorgangers, in stijl en strategie. Xi staat symbool voor een ontwikkeld China dat wisselende bewondering oproept en angst inboezemt (Garschagen). Er is een staat in wording die afwijkt van de westerse liberale democratie en markteconomie: een postmoderne bewakingsstaat,  waar elektronica ten dienste staat van consumptie en gedragsbeheersing. Confucius krijgt een nieuwe rol in de vorming van een publieke moraal. Deze utopie is voor de een een droom, voor de ander een nachtmerrie.

Hoe duurzaam is de utopie?

Auteur Richard McGregor

Juist het utopische karakter van de droom van Xi Jinping roept de vraag op naar de duurzaamheid ervan. Is er geen tegenspel, is iedereen tevreden, gaat alles maar één kant op? Komen er geen barsten in dit mooie plaatje? Daarover gaat het boekje van Richard McGregor, een Australische journalist, die al eerder zijn sporen heeft verdiend met publicaties over China (McGregor, 2011)

McGregor schrijft vanuit een Australisch perspectief: het land hoort tot de westerse (en Angelsaksische) wereld, maar is feitelijk sterk verbonden met Zuidoost-Azië. Daarmee is het zeer afhankelijk van hoe China zich economisch en strategisch ontwikkelt.

De auteur doorbreekt bewust het beeld dat het regiem zelf creëert van een natie met een stabiele koers onder een partij met rotsvaste principes, loyaal ondersteund door de bevolking. Niet dat McGregor verwacht dat Xi Jinping morgen zal wankelen, maar zijn krachtdadige optreden en de overdaad aan beleidsinitiatieven en maatregelen roepen reacties op binnen en buiten China die niet alle even beheersbaar zijn.

Xi Jingping grijpt in en maakt vijanden

Als nieuwe leider wilde Xi l het primaat van de partij op alle gebieden herstellen. Hoewel voorstander van markt en ondernemerschap, bevorderde hij ook in ondernemingen versterking van de invloed van de partij. In het leger zorgde hij voor scholing van de leiding in de ideologie. Afschrikwekkend voorbeeld voor hem vormde de Sovjetunie, waar partij en ideologie teloor waren gegaan. Dat zou in China niet gebeuren. De grote boosdoener: westerse waarden. Het Chinese volk werd opgevoed in socialistische en Chinese waarden.

Om leiding te kunnen geven aan China moest de partij eerst zelf gezuiverd worden. Dat was de anticorruptiecampagne waarmee hij direct na zijn aantreden is begonnen. Deze raakte miljoenen mensen onder wie honderden op topniveau. Hiermee maakte Xi, aldus de auteur, veel vijanden. Tevens zette hij in het bestrijden van de corruptie het rechterlijke systeem buiten werking. Dit leidt tot verzet van diegenen die hun zinnen op een onafhankelijke rechterlijke macht hadden gezet.

De versterking van staatsbedrijven in de afgelopen jaren was geen foutje van een verkeerd begrepen markteconomie, zoals westerse economen dachten, maar paste binnen de hernieuwde controle van de partij over de economie. Ook succesvolle ondernemers van innovatieve ondernemingen hadden geen andere keus dan met de partij samen te werken en de leiders te prijzen.

De toenemende assertiviteit van China als militaire en economische macht in de wereld  – Belt and Road Initiative, militaire acties in de Zuid-Chinese Zee etc. –  stelt de bestaande internationale orde op de proef.  De VS is de confrontatie aangegaan, kleinere landen, die zich geen confrontatie met China kunnen veroorloven, verstevigen hun posities door onderlinge samenwerking en een assertieve opstelling. Het alternatief is, aldus McGregor, dat China de kleine landen een voor een inpakt en de VS uiteindelijk alleen overblijft.

De fragiele orde van Xi Jinping

De utopie onder leiding van Xi Jinping wordt genuanceerd, de fragiliteit ervan wordt voelbaar. Toch is de auteur niet iemand die het ondergang of de verandering van het regiem zal voorspellen. Daarvoor zijn de verhoudingen te ondoorzichtig en de processen te onzeker. De verdienste van het compact, in kristalhelder Engels geschreven en met bronnen onderbouwde boekje is dat het aan het denken zet over de wankele orde onder Xi Jinping, die wordt uitgedaagd door weerstanden in en buiten China die hij zelf heeft opgeroepen. Voor Europa en Nederland vormt het boek een ondersteuning van een assertieve opstelling ten opzichte van China, die de confrontatie echter vermijdt.

Als compact betoog is het zeker niet volledig. Het boekje roept bijvoorbeeld vragen op over de steun van de bevolking aan het regiem, die niet beantwoord worden. Daarvoor is het teveel gefocust op de strijd binnen de politieke elite. In het geopolitieke verhaal mis ik iets over de strijd tegen het terrorisme waarmee Xi Jinping zijn maatregelen in Xinjiang rechtvaardigt. Ik vind het boek ook nog teveel gevangen in bipolair denken – China tegen het Westen – wat onvoldoende recht doet aan de multipolaire wereld en de rol van andere Aziatische landen daarin. En zo is er wel meer. Maar ik vond het een waardevolle aanvulling op wat er al geschreven is over het leiderschap van Xi Jinping.

Xi Jinping: the backlash, Richard McGregor, Penguin Specials juli 2019, Engelstalig, e-book € 8,82, ISBN 9781760144968.