Foto: xinhuanet

Een zijderoute voor de 21e eeuw. Dat is de droom die 1200 afgevaardigden, waaronder 29 staatshoofden, uit 110 landen vorig weekend samenbracht. In Beijing werd de aftrap gegeven aan BRI (Belt Road Initiative). Het investeringsplan dat voorheen het One Belt One Road (OBOR) initiatief genoemd werd, is ambitieus: Azië via Europa met Afrika verbinden. Het omvat wegen, spoorlijnen en pijpleidingen voor olie en gas maar ook havens en energiecentrales die ervoor moeten zorgen dat handelsroutes over land en over zee gerealiseerd zullen worden. Of het sommige landen ook echt dichter bij elkaar brengt, is alleen nog de vraag.

Marshall-plan

Het is interessant om te zien op welke manier er in het Westen geworsteld wordt met de vraag hoe nu tegen deze Chinese ambitie aan te kijken. Sommige landen, waaronder Nederland, meten zich een sceptische en arrogante houding aan als het om de toenemende geopolitieke invloed van China gaat. Natuurlijk worden met dit plan allereerst Chinese belangen gediend. Geen land heeft ooit een dergelijk internationaal initiatief genomen zonder ook te denken aan de eigen portemonnee. Het na-oorlogse Marshall Plan was ook geen pure liefdadigheid, eerder een daad van verlicht eigen belang.

Sommige landen realiseren zich dan ook dat het BRI een plan is dat veel bredere (handels- en economische) kansen biedt.

Toerisme

Je hoeft niet ver te gaan om te zien waar China toe in staat is. Kijk alleen al naar het aantal toeristen dat over Nederland en de rest van de wereld uitzwermt en geld uitgeeft (volgens het Nederlands Bureau voor Toerisme spenderen Chinezen € 1.256 p.p. een bedrag ver boven het gemiddelde van € 726). En dat terwijl slechts 4% van de Chinese bevolking een paspoort heeft. Dit percentage gaat absoluut stijgen de komende jaren want het welvaartsniveau zit nogsteeds in de lift. Dit blijft China’s topprestatie, die niet vaak genoeg benoemd kan worden: in slechts drie decennia zijn honderden miljoenen mensen vanuit armoede naar een brede stedelijke middenklasse gehaald.

Nog afgezien hiervan is de ‘sinofobe’ houding waarbij veel Westerse landen zich beroepen op ‘moreel gezag’, niet altijd verklaarbaar. Ik zal zeker niet beweren dat de ‘rijzende draak’ een schoothondje is, maar China heeft, anders dan veel Westerse landen geen genocides gepleegd op inheemse bevolkingen of miljoenen tot slaaf gemaakt. China geeft aan dat haar opkomst als wereldmacht vredig moet zijn.

Handelsrelaties

Reden genoeg om aan te sluiten bij ontwikkelingen waarin China duidelijk de leiding neemt. Juist wat economische- en handelsrelaties betreft, zie ik hier in de regio hoe China verantwoordelijkheid draagt. Natuurlijk is daar de voortrekkersrol die China al had opgeëist in de financiële wereld. Door de oprichting van de Aziatische Investeringsbank voor Infrastructuur (AIIB), maar ook door het feit dat China aan het roer staat van de Nieuwe Ontwikkelingsbank (NDB), een door BRICS landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid- Afrika) opgericht orgaan waarvan het hoofdkantoor in China is gevestigd.

Daarnaast neemt China regionaal steeds meer de leiding in handelsovereenkomsten en verdragen. Nadat het de WTO, de Wereld Handels organisatie, China niet kon of wilde integreren in de Doha Ronde, liep dit uit op een mislukking. Toen vervolgens TPP, het Trans Pacific Partnerschap, in het leven werd geroepen, beging men opnieuw de fout China niet te integreren. De gedachte was daarbij: “We bepalen liever zelf de regels dan dat China dat voor ons doet”.

Wat een kortzichtigheid, het is de hoogste tijd sámen met China aan regels te werken. Zo kunnen belangrijke onderwerpen als duurzaamheid en mensenrechten op een effectieve manier aan de orde gesteld worden. De tijd is nog nooit zo rijp geweest.

Perceptie

Nu neemt China het heft in eigen hand. Kijk maar eens naar een handelsverdrag als het Regional Comprehensive Economic Partneship, RCEP waar China de de intiatieven neemt. Dit samenwerkingsverband beoogt naast de tien leden van ASEAN (Association of South East Asian Nations) ook Australië, India, Nieuw-Zeeland en Zuid-Korea te betrekken. Daarmee zit bijna de helft van de wereldbevolking aan tafel en hebben we te maken met bijna één derde van het mondiale bruto nationaal product. Indrukwekkend, maar misschien nog belangrijker is de perceptie die dit soort verdragen en initiatieven oproept: de onvermijdelijkheid van een grote (geopolitieke) rol van China.

Relaties

Timing is everything. En het momentum voor uitbreiding en worteling van gezag op het gebied van handel en economie van China is aangebroken. Met een beleid van “America first” creëert de VS in deze regio een vacuüm dat China graag wil vullen. Daarbij komt, dat het antwoord van Washington op de ontwikkelingen in Azie, vooral in defensiebudgetten gezocht wordt. Maar of de oprichting van een “Asia-Pacific Stability Initiative”, voor  7,5 miljard US$, het gezag en invloed van de VS in regio kan bestendigen, waag ik te betwijfelen. Invloed wordt hier momenteel vooral bepaald door relaties, economische banden en handelsbetrekkingen.

En dat is precies waar het vorige week in Beijing over ging. En dat is ook exact de reden waarom het zo jammer is dat Nederland de algemeen directeur van de Douane en de directeur Agro en Natuur van het ministerie van Economische Zaken afvaardigde. Want ook al heten zij hier vice-ministers, voor het statusgevoelige China is dit een duidelijk signaal. Geen ‘vice’, maar een echte minister, van Financiën of Internationale Handel, had Nederland enorm veel goodwill en krediet kunnen opleveren. Een zijderoute verbindt niet automatisch maar kan ook juist voor verwijdering zorgen.