In Centraal-Amerika is het politiek spannend: net als in de rest van Latijns-Amerika lijkt er sprake van een nieuwe pink tide, waarmee gerefereerd wordt aan groeiend succes voor linkse bewegingen in de regio. Die trek naar links heeft niet alleen binnenlandse gevolgen: zo leidt het ook tot scepsis over afhankelijkheid van de Verenigde Staten en interesse in de mogelijkheden van zaken doen met de Volksrepubliek China. Verkiezingen in Honduras, eind 2021, illustreren dit.

Misschien verrassend genoeg zijn verkiezingscampagnes en bredere politieke ontwikkelingen in Centraal-Amerikaanse landen zeker niet onbelangrijk voor de Volksrepubliek China (VRC) en Taiwan (Republiek China, ROC). Dat heeft slechts deels te maken met de geopolitieke of economische belangen in de regio: Centraal-Amerika kent geen landen met grote regionale invloed, en de handelsvolumes tussen China, Taiwan, en de regio zijn relatief gering.

De interesse van de VRC en ROC heeft wel alles te maken met de strijd die zij al decennialang met elkaar voeren. In 1949 eindigde de Chinese burgeroorlog toen de Nationalisten zich terugtrokken van het Chinese vasteland en zich vestigden op Taiwan, waar zij de Republiek voortzetten. Op het vasteland riep Mao Zedong tegelijkertijd de Volksrepubliek uit. Tot dat moment werd de Nationalistische regering vrijwel universeel erkend als dé Chinese regering: zij hadden decennialang vanuit de hoofdstad geregeerd en hadden diplomatieke banden met de rest van de wereld.

Door de voortzetting van de Republiek op Taiwan ontstonden er twee Chinese staten, die beide streefden naar diplomatieke banden en internationale erkenning om de legitimiteit van de eigen staat te bevorderen. De ROC, als staat van de status quo, had een grote voorsprong, maar vanaf eind jaren 40 erkenden steeds meer staten de Volksrepubliek als hét China, waarbij ze hun banden met de ROC verbraken. Geleidelijk geraakte de ROC meer diplomatiek geïsoleerd. Dit proces is nog gaande: op dit moment erkennen nog maar veertien staten de Republiek China.

Hier wordt de rol van Centraal-Amerika interessant. Van deze veertien staten ligt het zwaartepunt namelijk ontegenzeggelijk in Centraal-Amerika en het aangelegen Caraïbisch gebied, met Paraguay (Zuid-Amerika) en Eswatini (Afrika) als enige andere niet-microstaten die Taipei formeel erkennen. In mijn scriptie onderzocht ik wat aan deze bijzondere positie van Centraal-Amerika ten grondslag ligt. Waarom bleef deze regio een diplomatiek steunpunt voor de ROC?

China’s relatie met Latijns-Amerika in de Koude Oorlog

Historisch gezien is Latijns-Amerika, inclusief Centraal America, niet een regio waar ‘beide China’s’ nauw mee verbonden zijn. Dat heeft voornamelijk te maken met de grote oceaan die tussen beide ligt; pas zeer recent wordt juist op basis van het delen van die oceaan nauwere samenwerking gezocht in Pacifische allianties.

In de twee decennia na het uitroepen van de VRC in 1949 bedreef Communistisch China onder Mao Zedong een isolationistisch en vooral ideologisch gedreven buitenlandbeleid. Diplomatieke banden en andere internationale investeringen waren beperkt en richtten zich voornamelijk op de direct nabije regio en de communistische wereld. In Latijns-Amerika was dit niet anders: enkel Cuba (1960) brak banden met de ROC ten gunste van de VRC.

Latijns-Amerika vormde in deze periode een niet te onderschatten strijdtoneel van de Koude Oorlog. Het was, soms tegen wil en dank, nauw verbonden met de Verenigde Staten, en anti-communistisch sentiment was sterk. Dat de VRC openlijk communistische anti-overheidsrebellen in Centraal-Amerikaanse landen steunde en samenwerkte met de grote regionale vijand, het Cuba van Fidel Castro, hielp niet.

In de jaren 1970–1972 vonden echter enkele belangrijke kenteringen plaats die ruimte boden voor een hernieuwde relatie tussen de VRC en Latijns-Amerika. Na Nixon’s bezoek aan Beijing viel het argument van de Koude Oorlog weg: niet langer was Communistisch China de vijand, maar het was een voorzichtige bondgenoot, niet alleen voor de Amerikanen, maar ook voor de anderen in de regio. Daarnaast onderging het Chinese buitenlandbeleid een transitie. Het werd minder revolutionair en ideologisch, en tegelijkertijd meer pragmatisch—een trend die vooral onder Deng Xiaoping duidelijk werd. De VRC werd ook belangrijker, door bijvoorbeeld haar toetreding tot de Verenigde Naties ten koste van de ROC. Tot slot nam hierbij ook China’s interesse in Latijns-Amerika toe, mede doordat het zich wilde profileren als ‘kampioen van de Derde Wereld’. Deze periode begin jaren 70 zou dan ook een voor de hand liggend keerpunt in de relatie tussen de Volksrepubliek China en Latijns-Amerika zijn.

Tussen 1970 en 1990 hadden deze ontwikkelingen inderdaad effect op de mate van internationale erkenning van de VRC, ook in Latijns-Amerika: alle Noord-Amerikaanse staten en alle Zuid-Amerikaanse staten, Paraguay uitgezonderd, verkozen de VRC boven de ROC. Maar het effect had een limiet: waar de rest van Latijns-Amerika om ging, maakte in dezelfde periode geen enkele Centraal-Amerikaanse staat de overstap naar Beijing. Hoe kwam dat?

Vier verklaringen voor de uitzonderingspositie van Centraal-Amerika

In mijn scriptie benoemde ik vier factoren die bijdroegen aan deze opmerkelijke uitzondering.

Allereerst is, aan Chinese zijde, de diplomatieke capaciteit van de VRC en de ROC een relevante factor. Diplomatieke activiteiten van beide China’s in de periode 1970–1990 laten zien dat Taipei ver vooruit liep op Beijing. Waar Beijing nog moest werken aan haar diplomatieke aanwezigheid, had Taipei al decennialang een diplomatiek netwerk in de regio en wist bovendien goed wat het deze staten moest bieden om de bilaterale verhoudingen te onderhouden en te versterken. Zo was het in staat om militaire regimes te helpen bij het trainen van anti-guerrilla-eenheden, iets wat de VRC niet kon bieden.

Ten tweede was de binnenlandse politieke context in Centraal-Amerika van belang. Individuele leiders en leiderschapswisselingen konden van doorslaggevend belang zijn in de denkrichting in de kwestie-China, zelfs ten tijde van de Koude Oorlog. Zo verbond de rechtse, autocratische president Torrijos van Panama zich opmerkelijk nauw met Cuba’s Castro door zich uit te spreken als tercermundisto, voorstander van een Derde Wereldbeweging die Mao ook voorstond. In Guatemala, daarentegen, zorgde een militaire coup voor het einde van een democratisch verkozen linkse regering met positieve banden met Beijing, en vierde het anti-communisme plots hoogtij.

Ten derde speelde de regionale context, en vooral de ‘Cubafactor’, een aanzienlijke rol in het buitenlandbeleid van Centraal-Amerikaanse landen. Door het bipolaire karakter van de Koude Oorlog zagen Centraal-Amerikaanse landen Cuba als hét grote communistische gevaar. Wanneer zij hun relaties met communistisch China beschouwden, deden zij dat dan ook met hun ervaringen met de Cubanen in hun achterhoofd. De ROC, op dat moment geleid door de autoritaire Chiangs, voelde als een relatief warm bad.

Ten vierde is de grootte van de landen in Centraal-Amerika een verklarende factor. De regio bestaat enkel uit kleinere landen, in tegenstelling tot zowel Noord- als Zuid-Amerika. Dit beïnvloedde de dynamiek tussen de regio en de VRC en ROC op meerdere manieren. Zo maakte dit het voor de ROC mogelijk om met minder middelen sneller diplomatieke invloed te kunnen uitoefenen, waardoor de regio ook relatief interessant was voor Taipei. Ook maakte het deze landen een interessanter doelwit voor de revolutionaire bewegingen die door Cuba (en eerder ook door de VRC) werden ondersteund. Daarnaast verklaart het waarom in de jaren 70 van de vorige eeuw Beijings aanwezigheid maar langzaam voet aan de grond kreeg: de VRC zag de grotere landen in Latijns-Amerika als eerste prioriteit.

Verandering van het speelveld na de Koude Oorlog

Deze factoren geven een beeld van wat er ten grondslag lag aan de positie van Centraal-Amerika als bron van zeldzame steun voor Taiwan. Het gaat hierbij om de historische basis, die ligt in de periode 1970–1990: na de Koude Oorlog verandert de dynamiek in de regio, onder meer door verminderde aanwezigheid van de Verenigde Staten en de opkomst van een machtigere en assertievere Volksrepubliek China.

De afgelopen paar decennia is de steun in de regio verder afgenomen, wat toe te wijzen valt aan de opkomst van dollar diplomacy: het kopen van diplomatieke banden met strategische investeringen in kwetsbare landen. Dit is zichtbaar in de recente erkenning van de VRC door Costa Rica (2007), Panama (2017), El Salvador (2018), en Nicaragua (2021). Hoewel de regio dus een traditionele bron van steun voor Taipei is, wordt deze bron door Beijings groeiende mondiale invloed steeds verder uitgeput.

 

Dit blog is onderdeel van de blogreeks “Scriptie van de maand”, waarin we studenten de kans bieden om hun onderzoek te delen met een breder publiek. Iedere derde donderdag van de maand besteden we aandacht aan een nieuwe scriptie, binnen een diversiteit aan onderwerpen. Houd China2025.nl in de gaten voor meer blogs over interessante scripties! Eerdere blogs in deze serie kun je hier teruglezen.

Heb jij zelf onderzoek gedaan naar een China-gerelateerd thema, en zou jij dit graag willen delen op China2025? Neem dan contact op met de redactie.