In de serie Chinablijvers praten we met Nederlanders en Vlamingen die al meer dan tien jaar in China zijn. Hoe hebben zij het land zien veranderen, wat zijn hun ervaringen en hoe zien zij de toekomst?

“En toen werd ik de China man”

“En toen ging ik toch. Al mijn vrienden zeiden: ‘Je bent gek!’. Ik antwoordde: ‘Dat ben ik al.’ Ik heb altijd een grote droom gehad om naar Azië te gaan. En de positie en het salaris waren erg aantrekkelijk.” Gilbert Van Kerckhove maakte duidelijk een zeer onverwachte keuze toen hij in 1980 naar China vertrok. Oorspronkelijk gestuurd om een bureau in Beijing voor een Belgisch bedrijf te openen, bleef hij hangen en zit er inmiddels al meer dan veertig jaar.

Toen Gilbert aankwam was het heel anders om als buitenlander in China te verblijven. Hij geeft aan dat ze nauwkeurig door de regering in de gaten werden gehouden. “Er was steeds een tolk bij alle gesprekken, dus we kwamen niet echt direct met de lokale bevolking in contact. Daardoor was er totaal geen druk om Chinees te leren. Ze vonden het wel best dat we niet direct met de Chinezen praatten.”

Tegelijkertijd kreeg hij zo een heel unieke positie en ervaring. Hoewel het opzetten van bedrijven en de papierwinkel toen een stuk anders waren, kwam Gilbert veel in aanraking met de overheid. “Ik moest zo ongeveer het eerste commerciële kantoor voor een Belgische partij in Beijing opzetten. En omdat ik daardoor weet hoe je met de regering en administratie moet werken, heb ik anderen hier ook veel mee geholpen. Nu ik met pensioen ben, blijf ik me op verschillende manieren inzetten. Dat is ook goed voor mijn imago in mijn officiële netwerk, dat ze zien dat ik iets terugdoe voor China nu ik hier al zo lang zit.”

En samen met de taal benadrukt Gilbert dat dit belangrijk is voor nieuwe China- of buitenlandgangers. “Overal waar je naartoe gaat, raad ik aan om de lokale taal te leren en iets naar het land te brengen. Ik ben later wel een tijd naar school geweest om mijn Chinees te verbeteren en kan nu prima kletsen met mensen, maar niet lezen of schrijven en dat is wel een gemis. Daarnaast is het belangrijk te bedenken wat jij China kunt brengen, hoe je iets voor de lokale bevolking kunt doen.”

Gilbert Van Kerckhove (3e van links) vierde op 9 december 2021 zijn exact 40-jarig verblijf in China. Op deze foto staat hij met zijn echtgenote, Jan Hoogmartens, de Belgische ambassadeur te China (2e van links) en diens partner.

Een zigzaglijn van veranderingen

“Ik had nooit gedacht hier zo lang te blijven.” Gilbert kan zich zeker een van de ‘old hands’ in Beijing noemen en heeft haast het gevoel niet meer weg te kunnen. “Beijing is mijn plaats, mijn stad. Als mensen tegen mij zeggen ‘Ga terug naar uw land, uw stad!’, dan zeg ik ‘Wǒde lǎojiā shì Běijīng, mijn thuis is Beijing!’ Als vrienden mij vragen of ik niet eens naar België terugga, zeg ik: ‘Wat moet ik daar gaan doen? Na zes maanden ben ik dood van verveling.’”

Maar hij ziet ook duidelijke ups en downs in de veranderingen die er de afgelopen jaren zijn geweest. “De meeste, zeker de jongere, Chinezen hebben geen idee hoe het er veertig jaar geleden uitzag. Ze denken dat hun land niet zo extreem was, maar vreemdelingen konden vroeger echt niet veel doen en werden constant in de gaten gehouden. Tegelijkertijd zijn de ontwikkelingen natuurlijk razendsnel gegaan. Op mijn kantoor heb ik nu drie optic fiber netwerken met een ongelofelijke snelheid. In België moet je huilen om de bandbreedte,” aldus Gilbert.

Net zoals Mirjam Thieme heeft Gilbert ook de maatschappelijke veranderingen direct ervaren. Volgens hem zien veel mensen, ook de zogenaamde Chinakenners, de Chinezen in een standaardvorm. “Alsof ze uit een fabriek komen. En de Chinezen zelf hebben soms weinig oog voor de veranderingen, ze leiden allemaal hun leven op hun eigen manier. Als je kijkt naar de verschillende generaties, zijn de kloven enorm tussen groepen die zelfs minder dan tien jaar met elkaar schelen,” aldus Gilbert.

Chinese massages en Belgische terrasjes

Tegelijkertijd zijn er een aantal Chinese gewoontes die beklijven en Gilbert aanstaan. Zo gaat hij bijvoorbeeld graag naar de massagesalon. “Dat doe ik meestal zo’n twee keer per week en ik kan dan gezellig een beetje babbelen met de masseurs. Het is voor mij ook onderdeel van iets anders dat ik zeer kan waarderen, namelijk Traditionele Chinese Medicijnen (TCM). Zo drink ik bijna iedere dag mijn eigen gebrouwen thee met verschillende kruiden en vruchten. Met dat mengsel moet ik wel 150 jaar mee kunnen gaan!”

Aan de andere kant is het voor hem duidelijk wat China mist. “Wat ik echt mis is de terrasjescultuur. Die gezelligheid van buiten zitten en alles langzaam voorbij zien komen, dat kennen de Chinezen niet. Als ze al op een terrasje zitten, gaat dat meestal van snel-snel, een paar foto’s, wat eten en dan weer weg. Of ze zitten de hele tijd op hun mobiel te kijken en zien niet wie en wat er allemaal voorbij komt. Dat is wel een reden waarom ik weer eens naar Brussel wil. Om gewoon een biertje op de Grand Place te kunnen drinken.”

 

Dit is een interview in de serie Chinablijvers. Houd China2025.nl de komende maanden in de gaten voor meer interessante verhalen over Nederlanders en Vlamingen die al meer dan tien jaar in China wonen. De komende maanden publiceren we iedere eerste maandag van de maand een nieuw interview. Lees ook het eerste blog in deze serie, over Chinablijver Mirjam Thieme.