De Chinees bestaat niet. China is een immens groot land en er zijn grote verschillen in culturen en gewoontes. De mensen in Haerbin in het hoge norden en hun levenswijze zijn heel anders dan in het zuiden in Guangzhou of in het westen in Chengdu. Zoals een Nederlander ook anders is dan een Bulgaar.

Ondanks dat “de Chinees” niet bestaat, zijn me in de jaren die ik hier woon toch een aantal typische gewoontes opgevallen die je vrijwel overal aantreft.

Knikkerbak effect

China is “zhongguo”, het land van het midden. Dat wordt vaak erg letterlijk genomen. Toen ik koud in China was gearriveerd en iedere ochtend door een smalle passage naar het metro station liep viel het me direct al op: men loopt graag in het midden van het pad.

Ik leerde ook al snel de uitdrukking “慢慢走 (man man zou)” wat je toegewenst wordt als je een restaurant of winkel verlaat. Het betekent letterlijk: “loop langzaam”. En de combinatie van in het midden lopen en langzaam lopen kan knap hinderlijk zijn als je snel een metrotrein wil halen.

Als ik ergens op straat loop, dan zie ik in grote lijnen wel wat er aan de hand is. Ik zie de 100 meter voor me en richt ook geregeld automatisch een oogje schuin naar achteren, links en rechts. De meeste Chinezen lijken echter een beperkt blikveld te hebben. Het heeft misschien wel met het educatieve systeem te maken. Chinezen zijn gefocust op de eerste meters voor zich en minder op wat er zich verderop of achter hen afspeelt. Het mobieltjes gebruik maakt het er al niet beter op.

Deze situatie leidt er toe dat een massa zich bewegende Chinezen, zoals bijvoorbeeld op People’s Square in Shanghai op een mooie zondag, een beetje lijkt op een doos met knikkers die heen en weer wordt geschud. Het is een gebots van jewelste, maar het positieve is dat het eigenlijk niet uitmaakt. Tegen elkaar botsen wordt gezien als onoverkomenlijk als je je in een massa voortbeweegt. Wat ik geleerd heb, is om gebruik te maken van het juist beschreven ‘knikkerbak effect’. Net voordat ik langs iemand wil gaan, stoot ik de persoon in kwestie lichtjes aan, hij stapt dan meestal in een reflex een beetje opzij en de weg is vrij. Alles blijft dus leuk en vriendelijk, ik vind het wel prima zo.

De gulden middenweg

Dat in het midden blijven zie je ook op de fiets, motorfiets of scooter.

Het land van het midden .... op de weg (foto Jan Smolders)

Het land van het midden …. op de weg (foto Jan Smolders)

Op een driebaansweg gebeurt het regelmatig dat ik in de auto zit en er een brommerrijder met een slakkengangetje pontificaal voor je blijft rijden, midden op de weg. Je kan er links noch rechts langs. Je kan toeteren wat je wil, de gulden middenweg wordt niet verlaten.

Erg praktisch op de fiets is het gebruik van een achterstevoren gedragen jas of overhemd als bescherming tegen de wind, dat zie je heel vaak. Minder grappig is het een-kind-gezin op de motorfiets.  Vader en moeder met veiligheidshelm, maar het kind dat tussen hen in geklemd zit heeft geen helm nodig, diens hoofd is blijkbaar hard genoeg.  Drie personen op een motorfiets is trouwens een goed gemiddelde, 4 of 5 komt ook vaak voor. Ik heb wel eens een foto gezien van 8 personen op 1 motorfiets.

De berg op

Chinezen lopen graag in de vrije tijd, omhoog wel te verstaan. In China zijn veel mooie locaties om een berg te beklimmen, zoals bijvoorbeeld de gele bergen (黄山, Huang shan) in het zuiden van Anhui provincie.  Men heeft een idee van echte natuur bij deze lokaties, maar eigenlijk zijn het parken.

Er staat een hek omheen, er is een loket om een entreebiljet te kopen en de weg omhoog bestaat uit stenen trappen.

Meestal is er ook wel een kabelbaan omhoog, want moe worden de meeste Chinezen liever niet. In het chinees gebruikt men overigens hetzelfde woord  累  “lei” voor lui en moe.  Zo’n bergtocht bestaat voor veel mensen uit een kabelbaan omhoog en boven aangekomen moet er meestal nog wel 200 meter worden gelopen om het restaurant te bereiken, want dat is meestal het doel van de reis. Na een goede lunch en een slaapje wordt de terugtocht aanvaard …. per kabelbaan.

Van de mensen die wel gaan lopen, verbaas ik me vaak over de outfit.

Mijn kind hoeft geen veiligheidshelm (foto Jan Smolders)

Mijn kind hoeft geen veiligheidshelm (foto Jan Smolders)

De gemiddelde man heeft dezelfde glimmende broek met riem aan die hij altijd naar kantoor draagt, met een bijpassend overhemd en natuurlijk zwarte lakschoenen met een lage zool. Combineer dat met het wegpaffen van een sigaret iedere 10 minuten en je verbaast je erover dat ze toch nog boven komen. “Dat zijn echte sportmannen”, denk ik als ik het zie.

Regen en zonneschijn

Chinezen en regen. Als men 1 druppel voelt, dan regent het. Als Nederlander probeer ik dan nog: “Een paar druppels is toch nog geen regen”, maar hier in China is dat toch al noodfase geel en de paraplu komt direct tevoorschijn. De mensen op een brommer of fiets nemen ook hun maatregelen. Er wordt een gigantische kleurige plastic cape over het hoofd getrokken en al tuffend blijft men droog. Dat zijn van die capes waarvan men in Nederland zegt: “Ik ga toch niet voor lul fietsen, dan maar nat”, maar hier zijn ze slimmer.

Ook vaak toegepast bij regenweer: plastic zakken om je schoenen heen binden; dan blijven je voeten en schoenen ook lekker droog.  Na regen komt zonneschijn. Dan kunnen de capes weer uit. Dezelfde paraplu wordt echter dan nog steeds gebruikt, nu als parasol, want waar met name Westerse dames bij elk straaltje zon toch graag gaan bakken om bruin te worden, wil de Chinees het huidje liever blank houden; een bruine huid is voor boeren en bouwvakkers. Toch?

Chinese gewoontes, ik kan er uren over vertellen, maar dit is maar een blogje en geen dikke roman.