Zaterdag 12 april is de Internationale Dag van de Ruimtevaart. China heeft een omvangrijk en succesvol ruimtevaartprogramma. Toch hebben de Chinezen de ruimterace in de koude oorlog volledig gemist.

Andere landen onder de voet lopen wordt tegenwoordig niet zo gewaardeerd. Maar gelukkig biedt de ruimte nog voldoende onbekend terrein om macht en kunnen van een moderne natie aan de wereld te demonstreren.

Dat was dan ook precies wat Mao Zedong wilde in de jaren ’50. Al in 1956 werd een Chinese ruimtevaartorganisatie opgericht. Dat de kennis voor de ruimtevaart goed van pas kwam voor het ontwikkelen van atoomraketten was mooi meegenomen. In een twaalf-jarenplan werd vastgelegd dat China mee wilde doen in de ruimterace tussen de Sovjet-Unie en de VS. De leiders wilden dat al in 1959 de eerste Chinese satelliet in de ruimte moest worden geschoten om de tiende verjaardag van de Volksrepubliek luister bij te zetten.

Met behulp van Russische technologie ging men aan het werk. Maar het programma werd geteisterd door vertraging en tegenslag. Toen China in 1960 de banden met de Sovjets doorsneed, stonden de Chinese raketgeleerden er alleen voor.

Het zou tot 1970 duren voordat de eerste Chinese satelliet succesvol in een baan om de aarde werd gebracht.

De volgende stap zou de bemande ruimtevaart worden. Aangestoken door de Amerikaanse maanlanding, eiste Mao een Chinees op de maan.

De raketgeleerden gingen weer naar de tekentafel. Er werden zelfs 19 taikonauten geselecteerd en opgeleid. Toen het eenmaal zover was een bemande ruimtevlucht te maken, ging Mao dood. Zijn opvolgers hadden niet veel op met het dure ruimteprogramma en de subsidiekraan werd dichtgedraaid.

Inhaalslag

Dat wordt nu dubbel en dwars ingehaald. In de jaren ’90 is een ambitieus programma opgesteld, met 16 deelprogramma’s variërend van de lancering van wetenschappelijke satellieten tot een maan- en mars-programma. Er worden miljarden ingepompt.

Het ruimtevaartprogramma stelt China in staat eigen satellieten te lanceren voor communicatie, onderzoek, meteorologie, gps en spionage. China is ook in toenemende mate de rederij van de ruimte; het brengt geld in het laatje om de satellieten van andere landen omhoog te brengen. En tenslotte brengt het programma China ook internationale prestige en nationale trots.

In 2003 werd de eerste bemande ruimtevlucht gemaakt; Yang Liwei werd de eerste Chinees in de ruimte. Inmiddels zijn er al vijf bemande ruimtevluchten geweest, waarbij de bemanning van de Shenzhou-9 (Goddelijk Vaartuig) in 2012 voor het eerst een geslaagde koppeling heeft gemaakt met het Chinese ruimtestation Tiangong-1 (Hemels Paleis).

Een andere mijlpaal was de Chinese maanlanding. Op 14 december 2013 landde de Chang’e-3 (Maangodin) op het maanoppervlak. De eerste soft landing op de maan in 37 jaar! Chang’e-1 (2007) en Chang’e-2 (2010) cirkelden alleen rond de maan en zijn gebruikt om het maanoppervlak gedetailleerd in kaart te brengen.

De Chang’e-3 zette bovendien de Yutu (Jade Konijn) op de maan; een onderzoeksvoertuig. Hoewel de Yutu na enkele dagen met een technisch probleem kreeg te kampen, wordt de Chinese maanmissie internationaal als een groot succes gezien.

En de Chinese trein dendert door. Ruimtevaartdeskundigen zeggen dat als alle programma’s van het Chinese ruimtevaartbureau worden uitgevoerd in het tempo waarin ze nu gepland staan, China over een decennium de VS heeft ingehaald.

Tiangong-2 ligt op de tekentafel. Chang’e-4 staat al klaar, maar zal waarschijnlijk niet worden gebruikt. Chang’e-5 is in ontwikkeling. Er wordt gewerkt aan een capsule die in 2017 niet alleen op de maan kan landen, maar ook zal terugkeren naar aarde met maanstenen en grondmonsters aan boord. Dat maakt de weg vrij voor de derde fase: een bemande maanmissie rond het jaar 2020.

En dan? Dan lonkt Mars. Want de Chinezen mogen dan de ruimterace tussen de VS en Rusland hebben gemist, dát record is nog beschikbaar.

 

De Reis door China in 48 Dagen gaat verder op donderdag 24 april: Dag van de Filantropie.